Gewelddadig denken

Door Ds. Aart Mak

In mijn binnenkamer komen vele gedachten samen en botsen gevoelens nogal eens. Jezus gebruikt het begrip binnenkamer in zijn Bergrede. De bedoeling van die binnenkamer is dat je, onbespied door anderen, je innerlijk op orde krijgt. Dat lijkt mij. Je kunt het bidden noemen en dat is het zeker. Maar het is ook een geestelijke oefening, een gevecht soms om de drift te beteugelen, de begeerte een plaats te wijzen en opnieuw te onderscheiden wat ertoe doet en wat bij nader inzien volkomen onbelangrijk is. Ik geef u een voorbeeld. Ik lees in psalm 144, een vreemde psalm met nogal brute beginregels. Dat begin gaat zo: ‘Geprezen zij de Heer die mijn handen oefent voor de strijd en mijn vingers schoolt voor het gevecht.’ Ik las en verbaasde mij over deze onbekende vreemde psalm en wat die te betekenen heeft. Mij viel op hoe geliefd deze psalm is in Engels sprekende legers. ‘Praise the Lord, who is my rock, he trains my hands for war.’ Ik zag beelden en plechtige koorzang waarin deze psalm een hoofdrol speelt. En ik moest denken aan Bob Dylan die begin jaren ’60 zong over ‘With God on our side’, een lied waarin alsmaar herhaald wordt hoe bij alle oorlogen God toch vooral aan onze zijde is.

Ik zou er dan bij weg willen lopen, bij alle geloof en geloofsuitingen. Mensen die in een god geloven, kunnen geweldig sociaal, maatschappelijk bewogen en zelfopofferend zijn. Maar niet alleen, lang niet. Deze week in Frankrijk weer zo iemand die anderen doodt onder de kreet dat god groot is. In Myanmar toont het zogenaamd zo vredelievende boeddhisme zijn door wreedheid vertrokken gezicht in de poging de moslim-minderheid, het volk van de Rohingya, te doden of uit te bannen. De witte evangelische christenen in de Verenigde Staten die allemaal op Trump hebben gestemd, schijnen zijn erotische escapades en zijn hoogmoedige gesnuif voor lief te nemen, alleen maar omdat hij de Amerikaanse ambassade naar Jeruzalem verplaatst. Dit is toch krankzinnig?  Hoe lang gaat die waanzin nog door? Denken dat je weet hoe de wereld in elkaar zit, spreken namens een god, anderen oordelen en kapot maken, dood en verderf zaaien omdat dat moet in naam van een opperwezen. Wij vinden het hier vreselijk dat anderen. Maar als ik dan eens kijk naar hoe zo’n joodse psalm wordt gebruikt, kom ik dezelfde manier van denken in ieder geval tegen. God en geweld – die giftige cocktail is dus overal te vinden, al eeuwen lang en nog steeds. Het gaat maar door…

Op zulke momenten begrijp ik mensen heel goed die niets moeten hebben van religie. De waanzin waartoe geloof kan leiden. De geborneerdheid, de vooringenomenheid, het denken te weten wat jouw god wil. En vooral alle geweld, in woorden en daden, dat in dienst van het hogere doel blijkbaar moet worden uitgeoefend. Het bruist en borrelt in mijn binnenkamer. Hoe kom ik tot bedaren? Ik wil genieten van de zomertijd die dit weekend begon, luisteren naar de merel die ’s avonds weer hoog boven mij zingt dat het een lust is. Ik wil het leven omhelzen. Ik wil… Ja, misschien moet ik wel weer even niets willen. Ik ben ook een baasje, op mijn manier. Ik wil meters maken, bergen, vooruit: bergjes verzetten, opvallen, gezien worden. In realiseer me, niet voor het eerst trouwens, dat mijn verontwaardiging over zulke zaken ook ergens vandaan komt. Het is mijn eigen wereld waarin God zo vaak ter sprake komt. Zo ben ik ook opgevoed. Alsof wij, van onze club, het zouden weten en wij alleen maar goede bedoelingen zouden hebben. Dit is zo’n ingewikkelde verstrikking! Ik maak deel uit van die god voor en god na wereld.

Wat ik zelf moet doen is alle geweld in mijn denken uitbannen. Ik zou soms ook mensen willen slaan. Mijn oordeel over anderen kan ook heel vernietigend zijn. Ik wil ook ontsnappen aan het schuldig zijn en mezelf voorhouden dat ik aan de goede kant sta, met god aan mijn zijde. Maar dat kan ik niet, ik maak deel uit van deze wereld. Dus draag ik schuld alleen al doordat ik besta. Dus kan ik niet ontsnappen, anders dan door mijzelf onder ogen te zien en  in alle eerlijkheid een beetje rond te scharrelen. Ik lijk op die discipelen van Jezus die van alles dachten en wilden, zichzelf amper kenden en dus wegvluchtten toen het erop aan kwam. Ze begrepen er niets van, niets van de manier waarop deze bijzondere man van Nazareth alle geweld trotseerde door het te juist ondergaan. Ik begrijp het ook niet, maar ik voel dat daar ergens het geheim zich bevindt. Het is zoals die geweldige organisatie Warchild altijd zegt: we krijgen een kind wel weg uit de oorlog, maar hoe krijgen we de oorlog uit het kind? Vul voor oorlog geweldsdenken in en voor kind een volwassene zoals u of ik. De stille, donkere week voorafgaand aan Pasen is begonnen…

 

 

Terug naar overzicht…