Iemand op zijn woord geloven

Door Aart Mak

Woorden zijn veelzeggend en zowel lieflijk als levensgevaarlijk. Stichters van godsdiensten hebben met woorden hun tijdgenoten en vele generaties erna betoverd. Revoluties kwamen op gang toen eenmaal de juiste strijdkreet was geboren. Vrijheid, gelijkheid en broederschap – wie kan daar wat op tegen hebben? Hans Wiegel maakte ooit furore door te zeggen dat Sinterklaas bestaat en hem in één moeite door aan te wijzen: ‘Daar zit ‘ie, achter de tafel.’ En hij wees op Joop de Uyl. Woorden zijn alles en zeggen alles. In Turkije heb je het zwaar als je tegen de aanstaande grondwetswijziging gaat stemmen en helemaal als je zegt dat Erdogan nu al en dan helemaal een grote dictator is. Dictator, het is maar een woord maar dat mag je daar niet zeggen. Leila de Lima, één van de politici die in de Filippijnen oppositie voeren tegen president Duterte, noemde deze laatstgenoemde een sociopathische seriemoordenaar. Vooruit, twee woorden, maar ze kwamen blijkbaar hard aan. Deze vrouw is nu opgepakt op beschuldiging van banden met drugshandelaren. Ze zegt dat ze op de waarheid vertrouwt. Toen vorige week in de VS de holocaust werd herdacht, vergat de spreker, president Trump, de Joden te noemen. Eén woord maar het zei heel veel en gezien alle commotie en late excuses moet worden afgewacht wat deze omissie precies zegt. Hier in Nederland maakte de Vijftigplus-voorman Henk Krol zijn tegenstander Lodewijk Asscher uit voor leugenaar: ‘U liegt dat u barst.’ Het ging over het terugschroeven van de AOW-leeftijd en inmiddels weten wij wie er wel en wie er niet de waarheid sprak. Woorden!

In de kerk is er, als het er officieel toegaat, altijd sprake van de dienst van het woord. In deze tijden is dat ineens een onzeker makende manier van zeggen. Want hoe waar is dat goddelijke woord dan? Goed, dat zegt het Nederlands Bijbelgenootschap en dat gezelschap bestaat al ruim tweehonderd jaar. Maar elke vertaling van elk bijbelboek rammelt altijd ergens. En vertalen is altijd een beetje verraden, weet iedereen. En dat Jezus gezegd heeft dat hij de weg, de waarheid en het leven is, is helemaal niet zeker. De theologen, in zekere zin de fact-checkers van het geloof, hebben nooit het originele evangelie in handen gehad. Alles in de Bijbelwetenschap is niet meer dan aanname. Wat is feit en wat is interpretatie? Wat zei Jezus zelf en wat hebben de schrijvers die het van horen zeggen hadden, erin gehoord en ervan gemaakt? We weten het niet en daar kunnen de christenen grotendeels wel mee leven. Maar de meeste moslims moeten niets van het idee hebben dat er aan hun Koran is gesleuteld en dat ook hun heilige boek niet als een steen uit de hoge lucht is komen vallen. Woorden en heilige woorden. Maar heilig maakt iets nog niet waar. Wat is dus de waarde en de waarheid van de woorden die we gebruiken, heilig of niet?

Moeten we dan iemand op zijn woord te geloven? Politici, dominees en handelaren van tweedehandsauto’s moeten het daarvan wel hebben. Wat maakt hun woorden dan geloofwaardig? Even iets tussendoor. Het is een droom van mij of een sluimerende herinnering aan een boek dat ik ooit las. Ik weet het niet. Het gaat zo. Stel je voor dat je altijd geloofd hebt dat God liefde is. Als er toch iets waar is, is dát het, dacht je altijd. Dan ga je dood. En je komt aan in een grote lichte zaal en daar zit vadsig onderuitgezakt iemand die zich met onverschillige blik aan je voorstelt als God. Alles aan hem is afstotelijk, zijn gezicht, zijn lichaam, zijn geur. Hij lacht je schamper uit als je beleefd aan hem vraagt waar de anderen van je familie en vrienden zijn. Dan word je door een eng ogende soldaat naar een kleine deur in een muur in de verte gedreven, om daar gehurkt doorheen te worden geduwd en uit te komen in een modderpoel waar anderen die daar al eerder aangekomen waren je treurig aankijken en zeggen dat dit je verdere lot is, als een varken in de modder je eeuwige leven slijten. Einde tussendoortje. Hoewel. Wat als de mooiste geloofswoorden nou eens niet waar zouden zijn? Dan zijn we eeuwenlang voor de mal gehouden. En het is niet óf God óf niets. Nee, het is erger, er is wel leven na de dood, maar je leeft verder als een arm beest in dienst van een onverschillige tiran. Ja, ik weet het: wie kiest er over tweeëneenhalve week partij voor de dieren? Ik keer terug naar de vraag wat woorden geloofwaardig maakt.

Voor een deel is dat of er feiten aan beantwoorden. Een feit is niet alles maar zeker in de politiek, de rechtspraak, de wetenschap en het onderwijs moeten we het allereerst van feiten hebben. En dan volgt hoe je omgaat met de feiten. Op zijn simpelst gezegd: een glas is halfleeg of halfvol. Maar hoe gaat dit dan in de kerk en in het geloof? Bij gebrek aan feiten, moeten we de geloofwaardigheid ergens anders vandaan halen. Weet u waarvandaan? Er is maar één antwoord mogelijk. Ik denk nu aan paus Franciscus die afgelopen donderdag zei dat het beter is om atheïst te zijn dan één van de vele gelovigen die een hypocriet dubbelleven leiden en zich bezig houden met smerige zaakjes. Geen woorden dus maar daden. Het is echt waar: daar valt of staat alles mee.

 

Terug naar overzicht…