Oordeel

Door Aart Mak

Het bericht afgelopen donderdag dat Willem Aantjes op 92-jarige leeftijd was gestorven, riep bij mij van alles wakker. Ook ik behoor tot die mensen die indertijd, toch alweer een kleine veertig jaar geleden, door hem het gevoel kregen dat politiek meer kon zijn dan een kille botsing van belangen en doorzichtig gekrakeel om het eigen gelijk. Maar wat mij het meeste bezig hield afgelopen donderdag was opnieuw te lezen hoe hij geslachtofferd was vanwege een jeugdzonde. Alle media hadden hem onder leiding van Loe de Jong in november 1978 in no-time geoordeeld. Een misschien onhandige manier om aan het einde van de oorlog als 21-jarige jongen uit Duitsland thuis te komen, werd de grote smet op zijn blazoen en de definitieve breuk in zijn carrière. Zelf is hij daar ten langen leste als een wijs en mild mens uit te voorschijn gekomen. Dat heb ik altijd diep bewonderd in hem, meer nog dan zijn kunst om de bezieling in de uit compromissen opgebouwde politiek vast te houden. Maar dat oordeel! Ik herinner me nog de splijtende discussies in de gezinnen en families als het over Aantjes ging in die jaren. Ook het verdriet van mijn vader en zijn later almaar toenemende woede op Loe de Jong van wie hij alle bladzijden had gelezen, de gevierde historicus die Aantjes om duistere redenen geslachtofferd had. Dat oordeel, zeker dat maatschappelijke oordeel dat levens verwoest, dat hield mij bezig. In mijn geboortejaar werden Julius en Ethel Rosenberg in de Verenigde Staten terecht gesteld, verdacht van spionage. De doodstraf werd aan hen voltrokken, hun kinderen werden door de familie niet geadopteerd uit angst voor repercussies in het toen zo verhitte Amerika en pas in 2001 bekende een broer van Ethel dat hij in overleg met de openbare aanklager meineed had gepleegd om zijn eigen hachje te redden door zijn zus Ethel valselijk te beschuldigen van spionage.

Zulke verhalen zijn er wel meer te vertellen. Victor Hugo deed dat, toen hij het ruim een eeuw geleden opnam voor de ten onrechte beschuldigde Franse legerkapitein Alfred Dreyfus. Dat lukte overigens om deze joodse Fransman van blaam te zuiveren. Dat lukte ook met de verpleegkundige Lucia de Berk die in Nederland aanvankelijk door meer dan een rechter werd veroordeeld vanwege meerdere moorden, maar in 2010 werd vrijgesproken en haar helletocht één grote justitiële dwaling bleek te zijn. Dit zijn de grote verhalen. Maar ik lees ook hoe in de dagelijkse nieuwsstroom over vluchtelingen het oordeel over hen meereist: arme sloebers zijn het, klaplopers, gelukszoekers. Het oordeel was in Steenbergen en andere plaatsen snel geveld is: rot op, grenzen dicht, eigen volk eerst.

Ik kom uit een gezin waarin het oordeel een grote rol speelde. Dat heb ik dus pas later doorgekregen en ik heb er vaak mee geworsteld. Nog soms. Het gemak om direct een oordeel over iemand klaar te hebben is mij helaas al te bekend. Het duurde een tijd voor ik in de gaten kreeg dat die hele indeling van de wereld die ik van mijn ouders meekreeg, grotendeels berustte op onbekendheid, angst voor het vreemde en ook een oprechte, door hun geloof gedragen overtuiging was om anderen, in dit geval hun kinderen, weg te houden bij de verleidingen en gevaren van de wereld. Dat deden mijn ouders met hun voortdurende commentaar. Aan veel mensen mankeerde wat of deugde iets niet. Arme mensen waren zielig, zieke mensen ongevaarlijk, ongelovige mensen oppervlakkig en veel mensen alleen maar met zichzelf bezig. Dit zijn, voor een deel, de codes van mijn jeugd, goed bedoeld, ongetwijfeld, maar geboren uit de angst van twee mensen die met de schrik in hun lijf uit de oorlog tevoorschijn waren gekomen en voor wie de wereld één groot, dreigend moeras was. Naast alle liefde en daadwerkelijke aandacht en zorg, was er altijd dat oordeel dat meereisde in alles wat werd ondernomen. En voordat je dat, zelf volwassen en je eigen leven opbouwend, afgeschud hebt, duurt een tijd.

Laat ik in deze Binnenkamer dan ook maar zeggen wat mij o.a. geholpen heeft om onder die verstikkende indeling der mensheid en dat eeuwige wantrouwen uit te komen. Oordeel niet, zegt Jezus in de Bergrede, opdat je niet geoordeeld wordt. Nou hoeft dat laatste er van mij niet bij. Ik denk dat het mooiste wat van de Eeuwige gezegd kan worden, is dat hij zijn oordeel uitstelt tot dat oordeel verdampt is tot niets. Ik begrijp al te goed de menselijke behoefte aan een eeuwig of definitief oordeel, zo is dat ook het christelijke geloof binnengeslopen, maar het lijkt mij allemaal gevolg te zijn van menselijke projectie. Oordelen hoort tot de menselijke inventaris. In een ander leven gaat het daar helemaal niet om. En degene die we God noemen zal niet de rechter zijn zoals wij hem nu fantaseren. Die hoeft dan niks te zeggen omdat wij het zelf wel weten. Nu stop ik  deze gedachtegang. Alleen dit: ik heb genoeg aan die twee woorden: Oordeel niet. Het is voor mij, eerlijk gezegd, een dagelijkse oefening om onbevangen met mensen om te gaan, wel voorzichtig maar ook argeloos. En ik word, dat mag u weten, vaak verrast en verrijkt. Vaak gaat een wereld voor mij open.

Terug naar overzicht…