Ziel

Door Ds. Aart Mak

Dit is een herhaling van Een Goed Begin, uitgezonden op zondag 29 oktober 2006.

Mijn beroep wordt vanouds ook wel zielenherder of zielzorger genoemd en daarover wilde ik het op deze vroege zondagmorgen even hebben. Want beide woorden zowel als het woord ziel zijn nogal  in onbruik geraakt. We leven nu eenmaal in een maatschappij waarin de hoofdstroom is dat iets niet bestaat als je het niet kunt bewijzen of aanwijzen. En weet u waar uw ziel zich bevindt? Nee, evenmin als dat weet van uw geest. Zo min als van uw karakter. Maar de gevolgen van een karakter kunt u wel waarnemen. Mensen zijn hartelijk of nukkig, brutaal of verlegen – alle goed merkbaar in gedrag en houding. En de geest zal volgens de meeste tijdgenoten wel een ouderwetse omschrijving zijn voor het verstand. En dat zijn je hersenen in je hoofd. Daar moet ergens je denkende ik zitten. Een mens denkt immers ook na (of hoort dat te doen) en heeft het idee dat hij een ik is die waarneemt, eigen gevoelens en eigen gedachten heeft, kortom: iemand is. Maar de ziel is onbegrijpelijk en daar hebben we het nauwelijks nog over. Wel hoor ik het Engelse equivalent ‘soul’ nogal eens noemen, als muziekstijl en in het woord ‘soulmate’. Dat laatste duidt op een hechte verbondenheid die je met iemand voelt. In onze taal heet het dat je met iemand zielsverwant bent. Mooi woord. En dan blijkt, als je daarover nadenkt, dat het woord ziel in allerlei samenstellingen wél vaak voorkomt. Je zielig voelen. Met je ziel onder je arm lopen. Ik voel me op mijn ziel getrapt. Je ziel en zaligheid. Met hart en ziel. En we hebben het  soms over bezieling. Of, nog mooier, over zielsgelukkig zijn.

Een vriend van mij was pas voor het eerst van zijn leven in India en schreef mij bij terugkeer dat het hem zo opviel dat veel Indiërs zeiden: ‘Ik héb een lichaam, maar ik ben een ziel.’ En daarmee kom ik via een omweg op een oude betekenis die in allerlei religies aan het woord ziel wordt toegekend: de ziel is wie je bent. Ten diepste, in het verborgene. Ook in het christendom werd lange tijd de opvatting gehuldigd dat je ziel eeuwig was, in tegenstelling tot het vergankelijke lichaam. In de beeldenstorm van de 20e eeuw is dat idee zo goed als verdwenen, in elk geval uit de officiële theologie. Een mens mag dan wel door God gered worden uit de dood, maar niet omdat iets in die mens onvergankelijk is. Wat zou dat immers moeten zijn? Zoiets ongrijpbaars als de ziel? Bovendien begon de boodschap van een aantal filosofen door te dringen dat godsdienst de mensen hier op aarde teveel liet creperen door het alleen maar over de hemel te hebben. Het werd  tijd voor een hemel op aarde en gerechtigheid voor de armen. Niks ziel dus, het lichaam en de realiteit gaan voor.

Afgelopen donderdag was ik in de pas geopende vlindertuin van Artis in Amsterdam. In alle drukte (het was deze afgelopen week herfstvakantie) was het fantastisch om er te zijn. Wat een schitterende schepsels zijn dat. Ik realiseerde me dat juist deze ongrijpbare, kwetsbare vlinders vanouds het symbool zijn van de ziel. De verandering die de rups doormaakt om vlinder te worden, herinnerde de oude Egyptenaren al aan de dood van de mens (de verpopping) en het daarna aanbrekende eeuwige leven (de vlinder). Nog steeds zie je dit symbool van dood en leven en in feite van de eeuwige ziel op onze begraafplaatsen.

Maar nu de ziel anno nu. De tijd is ernaar dat bedrijven en individuen weer vragen naar bezieling. Wat drijft een mens, wat is er nog meer dan materiële rijkdom? Je wilt toch niet alleen om het geld werken? Hoe vind je het geluk dat altijd met eenvoud te maken heeft? Wil je je inzetten voor meer dan je eigenbelang? Mensen zijn blijkbaar geen machines. En ook niet alleen maar concurrent van elkaar of consumenten van welvaartsgoederen. Een mens is meer dan je kunt achterhalen en daar stuiten we op een mooie moderne betekenis van het oude woord ziel. De ziel betekent dat de mens meer is dan je kunt achterhalen (meten en weten dus). Ik zou ook wensen dat in de medische zorg meer aandacht voor de ziel zou komen. Wij kunnen medisch-technisch veel, maar mag het ook wat kosten om tijd te nemen voor een patiënt en je af te vragen: wat maakt een mens ziek en wat helpt om beter te worden, hoe is iemand en wat kan dat te maken hebben met zijn kwaal?

Een mens zit ingewikkelder in elkaar dan wat zichtbaar en meetbaar is. Elke goede hulpverlener kan dat weten. Een zielzorger als ik ben, is daar helemaal gespitst op. Want ik meen dat de ziel ook een mooie omschrijving is van wat God in een mens ziet. Dat is volgens de bijbel heel veel. God heeft ons geschapen naar zijn beeld en gelijkenis en dat betekent ook dat het tot de mogelijkheden behoort om op God te gaan lijken. En dat we dat kunnen met ons breekbare en sterfelijke lichaam, is al een wonder op zich. Maar met alle ellende die we niet alleen zelf kennen maar ook veroorzaken, is dat helemaal een godswonder. In de zondaar gaat een koningskind schuil. In de modder bevindt zich een parel. De tollenaar mag zich rijk rekenen. De verloren zoon wordt welkom geheten. In de rups gaat een vlinder schuil. Mijn ziel herinnert aan God en het is net als met God zelf,  geen probleem dat hij onzichtbaar is. Als je doet of Hij bestaat, zal je merken dat God bestaat. En je zult je als rups soms al een vlinder voelen...

Met muziek van Grieg en Rachmaninoff. Verder hoorde u muziek van Saint-Saens en gezang 450 uit het Liedboek. Gelezen werd uit psalm 139: 15-18 en gebeden werd uit ‘Bij gelegenheid (II)’ van Sytze de Vries.

 

 

Terug naar overzicht…