Kerksluiting

Door Ds. Aart Mak

In de Nederlandse taal staat het woord kerk zowel voor de organisatie als voor het gebouw. Als iemand het heeft over de kerk, kan dat even goed het gebouw met de toren om de hoek van de straat als de wereldorganisatie met als hoofdkwartier Rome zijn. Dat is soms knap verwarrend. Je hebt nu eenmaal grofweg gezegd twee soorten mensen, platlanders en hoogvliegers. Als de platlanders mopperen over de kerk, dan bedoelen ze dat de stoelen niet goed zitten, het orgel te hard speelt en de koffie niet te drinken is. Hoogvliegers daarentegen die het nodige op de kerk hebben aan te merken, bedoelen iets heel anders. Als zij mopperen over de kerk, bedoelen ze dat de kerk zich te weinig of juist te veel bemoeit met het privéleven van haar leden. Voor hen is de kerk vooral iets geestelijks, terwijl de andere helft der mensheid het over hout, steen en glas-in-lood heeft. Ik heb vaak last gehad van die spraakverwarring. Werd ik gebeld door iemand die het eens uitgebreid over de kerk wilde hebben, bereidde ik me voor door nog eens de uitspraken van de synode of mijn eigen schrijfsels na te kijken – daar zou wel het nodige commentaar op zijn, dacht ik -, bleek het te gaan over de ringleiding in de kerk die wel eens haperde, of het eigen gehoorapparaat natuurlijk. Goed de kerk dus.

Het zal wel een reden hebben dat het woord kerk van alles tegelijk kan betekenen. Want een priester die niet deugt of een paus die wel deugt  maakt een wereld van verschil in de mening van mensen over de kerk. Protestanten zijn hierin hetzelfde als hun katholieke soortgenoten. Volwassen gelovige mensen kunnen weer helemaal van de kerk gaan houden als er eindelijk iemand namens de kerk op bezoek komt en hen aandacht geeft. Wie of wat is de kerk dan? Blijkbaar kan één persoon bepalend zijn voor het beeld van de kerk. En dan waren er nog de generaties voor ons. Die streden over wat nu de ware kerk was. Dat bleek er dan vaak maar één te zijn. De ware kerk was de kerk waarvan de synode zei dat de slang wél had gesproken in het paradijs of de kerk waarvan de kerkelijke hoogleraar zei dat de doop ook geldig was zonder de veronderstelde wedergeboorte. Kerkgangers waren en zijn vaak net Zwitsers; ze denken niet verder dan daar waar hun dal ophoudt.

Maar wat bedoelen we dan als we zeggen dat er een kerk gesloten wordt? Dat gebeurt nogal eens in Nederland, een kleine honderd keer per jaar volgens de berichten. En nu wordt er een kerk in Bloemendaal gesloten, de enige kerk in Nederland waarvan bij mijn weten altijd gezegd werd dat het een radiokerk was. Wat bedoelen we als we zeggen dat die kerk vanavond voor het laatst als kerk gebruikt wordt en dan sluit? Ook hier zie je die dubbele betekenis van het woord kerk. Want iedereen weet dat het gaat om het gebouw. Maar het voelt alsof het over meer gaat. Een kerkgebouw is blijkbaar meer dan een geordende stapel stenen, het is vooral een plaats waar de herinneringen onzichtbaar liggen opgestapeld. Ik ken mensen die nooit meer in een kerk komen omdat in dat specifieke kerkgebouw ooit de baar met de kist van hun overleden kind heeft gestaan. Maar evengoed ken ik mensen die zich nog alle details herinneren van de zondag dat zij daar ooit stonden en ja zeiden toen hun werd gevraagd naar hun geloof. Een kerk is blijkbaar ook vaak een monument van weemoed om wat was. En tegelijk, ook hier weer die dubbele betekenis, is een kerk ook een ruimte die telkens weer gevuld moet worden, met nieuwe woorden, flitsen van inzicht, flarden muziek en vooral de stilte die je deelt met anderen. Een kerk is ook niet van de dominee, hoewel dat soms in het spraakgebruik wel lijkt. Een kerk is van een gemeenschap die haar identiteit ontleent aan een geloof dat vormloos zou zijn zonder een concreet gebouw, hoewel iedereen altijd zegt dat het niet gaat om dat gebouw. Goed, genoeg gemijmerd, vind ik.

Als kind zat ik vaak in veel kerken. Ik herinner me de kerken die nog het meest leken op schuren. Eenvoudig en recht toe recht aan. Er hing vaak een vreemde geur. Dat kwam ook omdat gereformeerden vroeger nooit kaarsen branden en er nergens een fijn ruikende bloem te bekennen was. Daar viel het woord. Gereformeerd. Dat is vrij bepalend voor wie ik ben en mijn herinnering. Ik herinner me behalve die klompenkerkjes ook veel hoge, moderne kerken, zo’n kerk als de Vijverwegkerk. Er zijn er in een bepaalde periode veel van gebouwd. Als zich al gauw vervelende jongen zat ik altijd te fantaseren over de hoge plafonds en hoe je als een trapezeartiest kon zweven van de ene steunbalk naar de andere. Ik hield wel van ruimte. En ook hield ik van de taal die in de kerk werd gebezigd. Ik luisterde toch wel en merkte hoe vaak maar wat werd opgelezen of hoe sommigen hun gehoor schoolmeesterachtig toespraken. Een enkele keer was de voorganger bevlogen, soms haast literair in zijn taalgebruik. En natuurlijk was er altijd de orgelmuziek. Geweldig, groots. Of petieterig, beneden de maat.

Het vreemde is nu dat ik in mijn leven al voor de vijfde keer meemaak dat zo’n kerk wordt gesloten. De kerk in Hengelo waar ik vanaf mijn 10e jaar opgroeide en organist was, de kerk aan de dijk van Amsterdam-Nieuwendam waarvan ik tijdens mijn studie koster was, de kerk aan de zuid in Westzaan waar ik in mijn dertigste levensjaar begon met dominee zijn, de kerk in Heemstede aan de Koedieflaan en nu de kerk aan de Vijverweg in Bloemendaal. Als ik dat op mijn CV zet, kom ik nooit meer ergens aan de bak. Mooie carrière! Maar het gaat niet over mij vandaag. Vandaag, zondag 25 mei 2014, gaat het over veel mensen die met hun ziel en zaligheid verbonden waren aan dit ene concrete kerkgebouw waarin ik ook dit programma nog inspreek. In tijden die al zo weinig bewaren en verder dragen wat ooit was, is de sluiting van een kerk een als een amputatie voelende handeling. Die kerk was namelijk een deel van jezelf, je hebt er niet alleen heel wat sporen liggen, maar ook aan die concrete kerk jezelf en je beste krachten gegeven. Of het dan helpt dat het slechts om een kerkgebouw gaat en dat de kerk veel meer is dan alleen dat gebouw, betwijfel ik. Als iemand sterft is het ook geen troost als iemand zegt dat het leven toch doorgaat. Er wordt dus gerouwd. We halen herinneringen op. Er is een uitgebreid In Memoriam geschreven door Daan de Kraker. Er zal stemmige afscheidsmuziek klinken in beide diensten. En dan maar weer verder, in het melancholieke besef dat zo’n kerkgebouw net als alles en iedereen blijkbaar ook iets voorbijgaands is. Terwijl die kerk zonder dat gebouw juist de drager is van de boodschap dat het nieuwe pas ontstaat als het oude voorbij gaat. Vreemd!

Met muziek van Desplat en Lane/Vitarelli. Verder hoorde u muziek van Purcell en het lied ‘is niet muziek door U aan ons gegeven?’ van Sytze de Vries. Gelezen werd uit de bijbel, Openbaring 21: 1-4. Het gebed kwam uit de bundel ‘Zeggen en zwijgen, oecumenisch gebedenboek voor alledag’ van Marcel Barnard e.a.

 

 

 

Terug naar overzicht…