Pasen

Door Ds. Aart Mak

Duizenden christenen zijn de laatste maanden gevlucht naar het betrekkelijk veilige noorden van Irak. Met name het religieus gefundeerde geweld in Bagdad en Mosul zorgt ervoor dat mensen hun heil elders zoeken. In het relatief rustige Koerdistan, met de hoofdstad Erbil, zijn zij nu bezig met het oprichten van een universiteit en een ziekenhuis. In het nog steeds door oorlogsgeweld geteisterde land Irak is het aantal christenen in ongeveer tien jaar tijd van 800.000 naar 200.000 teruggegaan. De meesten zijn dus het land uitgevlucht. De laatste golf van vluchtelingen kwam na het bloedbad op 31 oktober 2010 in de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal in Bagdad waarbij 58 mensen het leven lieten en meer dan 70 werden gewond. Ik hoorde op de radio een moeder van een door het geweld van de Taliban omgekomen dochter zeggen dat ze hoopte dat de universiteit naar haar dochter genoemd zou worden. Iemand anders die erbij stond, voegde eraan toe dat de Taliban en andere islamfundamentalisten er altijd op uit waren andersdenkenden, met name christenen, te treffen in hun kennis, ontwikkeling en maatschappelijke opbouw.

Irak is niet het enige land in het Midden-Oosten waar christenen uit het straatbeeld verdwijnen en demografisch tot een kleine, soms verscholen levende minderheid worden teruggebracht. In het gebied waar het christendom ooit begon, in en rond Jeruzalem, en waar het uitzwermde naar alle kanten in een straal van honderden kilometers naar het oosten, noorden, zuiden en westen, heerst in het algemeen een vijandige houding ten opzichte van christenen, een vijandschap die soms zelfs door overheden oogluikend wordt toegestaan. Ondanks allerlei projecten van mensen van goede wil om gelovigen van Jezus en van Mohammed bij elkaar te brengen en zo te laten zien dat tolerantie en verzoening mogelijk zijn, ontvolkt het hele Midden-Oosten inclusief Pakistan en de landen aan de zuidkust van de Middellandse Zee, als het gaat om de aanwezigheid van mensen die het christelijke geloof aanhangen, in welke variant dan ook. Het blijft voor wie de kerkgeschiedenis kent, altijd een vreemde gewaarwording te lezen over Monofysieten, Nestorianen, Kopten Armeniërs en Chaldeeën, maar ook over de grote Augustinus en hoe hij  in wat tegenwoordig zo ongeveer Algerije en Tunesië heet, grootse dingen zei en schreef. Van al die oorspronkelijke aanhangers van de Jezus beweging is niets of nauwelijks nog iets over. Nu hebben christenen er zelf vooral ook voor gezorgd dat de zachtmoedige Jezus en zijn leer waarin de liefde centraal staat, in hun tegendeel gingen verkeren. Maar dat is toch vooral het westen, Rome en Genève, aan te rekenen en nauwelijks de generaties christenen die in de landen van het Midden-Oosten gedoopt werden en leefden. Het geweld van de concurrerende godsdienst, de Islam, was er lang niet altijd, wel de wedijver en de jaloezie. Maar het niets ontziende geweld van bepaalde moslims die hun extremistische en gewelddadige vorm van geloof als het meest zuiver en ontwikkeld beschouwen, is de laatste zestig jaar wel heel erg toegenomen. Dat heeft zeker ook te maken met het  bestaan van de staat Israël en alle allianties van dat in de ogen van veel Arabieren en Perzen vijandige land met het christelijke westen, met name met Noord-Amerika. De tegenstellingen zijn in die halve eeuw wel heel erg op de spits gedreven. De erfenis van Hitler, zijn jodenhaat en de holocaust werken na tot in het derde en vierde geslacht. Maar intussen verdwijnt dus wel de christelijke boekhandelaar Rami Ayyad uit de Gazastrook; hij werd in koele bloede vermoord. En intussen vluchten al jaren andere christenen voor hun leven, of ze nu naar dit deel van de wereld komen of naar het hopelijk veilige noorden van Irak gaan.

In Nederland waar onze voorouders ooit ook verwikkeld waren in heftige en gewelddadige godsdiensttwisten, waar we nog steeds de schuilkerken van vroeger kunnen bewonderen en waar de rooms-katholieken  pas sinds de Franse tijd vrijheid van godsdienst kregen, zijn we in een oase van godsdienstvrijheid terecht gekomen, zeker vergeleken met wat er op wereldniveau gebeurt. En met de vanzelfsprekendheid lijkt er ook een rust gekomen die verdacht veel op desinteresse lijkt. Religie speelt in de levens van de meeste Nederlanders geen rol meer. Met het vuile badwater van de godsdienstige gelijkhebberigheid, de hete hoofden en de koude harten, lijkt ook het kind van het verstilde en eenvoudige geloof weggegooid te zijn. Een groots uitgevoerd en naar ik begreep indrukwekkend passiespel in Gouda beschouw ik als een van de signalen dat wij in de gaten krijgen dat we de christelijke bron van onze beschaving niet moeten laten opdrogen door de onverschillig makende welvaart. Ook de hertalingen en modern geënsceneerde opvoeringen van de Matthäus-Passion zie ik als tekenen dat er andere tijden zitten aan te komen. Als negen van de tien Nederlanders desgevraagd te kennen geven geen idee te hebben wat Pasen is, behalve wat verwijzingen naar de lente en de lammetjes, is het tijd om de oorsprong van het christelijk geloof weer op allerlei manieren te gaan vertellen. Niet omdat wij, christelijk gelovigen in Nederland, zo nodig hun gelijk moeten halen. Die tijd dat zulke gelijkhebberigheid nog kon, is gelukkig voorbij. Maar wel omdat het verhaal van Jezus’ dood en opstanding in feite het verhaal is dat wij allemaal bij God vandaan komen en bij God in leven en sterven geborgen zijn. En dat verhaal dat begint bij Jezus, vertelt verder vooral hoe dat geloof niet leidt tot een ongebreideld egocentrisme maar juist tot een ongekende openheid en fijngevoeligheid voor de wereld en de samenleving om je heen. Het wordt tot een liefhebben tot het uiterste, zonder voorwaarden. Want wie zich eenmaal opgenomen weet in die beweging van Jezus, hoeft niet meer uit staat en stand te leven. Je bent losgewoeld, drager van een vrede die je verstand te boven gaat. Als het goed is leidt dat tot een samenleving waar de kwetsbaren zich veilig voelen en elk verbaal of fysiek geweld niet aan de orde is. Het blijft een droom, inderdaad. De geschiedenis leert ons andere lessen. Maar in het  christelijk geloof gaat het er juist om dat ene, specifiek verhaal over die ene, speciale mens niet te vergeten. Het gaat erom met hem mee de moed niet te laten zakken. Het gaat om een liefde die, van hem geleerd, bereid is tot het uiterste te gaan en zo het licht en de stilte van de Paasmorgen te verspreiden, overal waar nodig.

Met muziek van Grieg aan het begin (Holberg Suite) en Rachmaninoff aan het eind (einde 1e deel van zijn 2e pianoconcert). Verder hoorde muziek van Mancini en gezang 200 uit het Liedboek. Gelezen werd uit Lucas 24: 21-23. Het gebed kwam uit de bundel ‘Zeggen en zwijgen, oecumenisch gebedenboek voor alledag’ van Marcel Barnard e.a..

 

 

Terug naar overzicht…