Het leven weent

Door Aart Mak

Het leven weent. Dinsdag aan het eind van de dag, die vreselijke dag, stond het in roze gekrijt op dat grote plein, ergens midden in Brussel. Het leven weent. Mooie, serene waarneming, uiting van rust na alle ferme verklaringen van regeringsleiders, verbijsterde menselijke uitingen en ook wijsneuzige opmerkingen op de sociale media – en vooral alsmaar die journalistieke zoektocht naar nog meer feiten, nog meer beelden, nog meer standen van zaken. Donderdagmorgen vroeg neem ik de boot naar Vlieland, om daar samen met de protestantse gemeente op Vlieland, met gasten die daar dit komende weekend zullen zijn en vooral met onze eigen pelgrims de dagen door te brengen. Dagen die gaan over het herdenken van wat Jezus ooit deed, aangedaan werd, de laatste maaltijd, het schijnproces, de gang naar het kruis, zijn sterven, de stilte van het verdriet, de uren van de twijfel en ten slotte dat ongelooflijke, de eerste berichten over zijn opwekking uit de dood, de verhalen over zijn verschijning, zijn herhaaldelijk uitgesproken: ‘Vrees niet.’ Meer dan andere jaren zal deze stille week getekend zijn door wat er dichtbij huis gebeurt.

Intussen weet ik al zo lang ik leef dat het leven kan wenen. De tranen van mijn moeder, mijn eigen verdriet als kind als er iets onbegrijpelijks of onrechtvaardigs gebeurde. Ik weet hoe mensen die niet willen huilen, hun gezicht vertrekken, beducht als ze zijn dat anderen hun tranen zullen zien. Dat degene over wie het in de kerk van mijn jeugd altijd ging en die getekend werd als een lijdzame held, ook wel eens huilde, werd mij ook al snel duidelijk. De tranen stonden hem in de ogen toen hij de stad Jeruzalem zag blinken in de zon en hij wist dat dit goddelijke panorama voorbij zou gaan en zou veranderen in rokend puin, gillende mensen en de geur van de dood. Volgens de overlevering zou hij toen gezegd hebben: ‘Wist jij maar wat jou tot vrede zou dienen.’ Ik vraag me op de dag na de aanslag in Brussel af of wij dat hier met elkaar wel weten. Het mooie Europa, continent waar de beschaving telkens weer opbloeit, de techniek hoogtij viert, waar vrijheid en tolerantie als hoogste waarden gelden en waar zoveel mensen na de verwoestende wereldoorlogen zeiden: ‘Dit nooit weer!’ Zou er al een tijd ergens iemand staan huilen omdat wij niet weten wat ons tot vrede dient?

Wat ik mij alsmaar afvraag is namelijk wat die mensen die zichzelf opbliezen in de vertrekhal van vliegveld Zaventem en in de metro vlakbij heeft bezield. Natuurlijk, het zijn jonge mensen en ze zullen geïndoctrineerd zijn, misschien door de mangel zijn gehaald in Syrië, maar hun daad en het besluit daartoe moeten toch een voedingsbodem hebben gehad? Waarom haten zij ons zo dat zij zichzelf en anderen de dood injagen? Wat bezielt hen, als je echt bereid bent te luisteren, niet naar hen, dat kan niet meer, maar naar hun vrienden, hun buurtgenoten, al die mensen die meestal de perifere wijken van de grote steden in Europa bewonen? Voordat zij die ideologie van het djihadimse zijn gaan aanhangen, moet er toch eerst een langzaam opgebouwde, grote onvrede bij hen in hun omgeving zijn ontstaan? Wij Europeanen denken nog steeds dat wij het centrum van de wereld zijn en dat de hele wereld ernaar uitziet dat zij zo ver komen als wij met onze democratie en welvaart. Maar ze haten ons, de blanke westerlingen. In vele landen in de wereld verafschuwen de wereldbewoners onze westerse manier van doen. En hoeven ze niet wat wij zo geweldig vinden. Wij denken dat wij de hoogste trap van de beschaving vormen. Vele andere mensen betwijfelen dat of hebben een hekel aan ons omdat wij onze manier van leven voortdurend aan hen opdringen. Dus de vraag is waar onze vrede, nu en voor de toekomst, dan aan gelegen is. En of wij dat wel weten.

Maar vanmorgen, als ik dit uitspreek in de Binnenkamer, is het Pasen. En dit grootste en m.i. mooiste feest van het christendom is er om ons van onze molentred, onze vicieuze cirkels, ons dwangmatige gedrag te verlossen. Als we denken dat we het weten, oorzaak en gevolg, alle wetten van dood en leven, worden we compleet verrast. Het is anders. De dode is opgestaan, de gekruisigde is heer, het lijden leidt tot overwinning. Natuurlijk wil ik, net als alle regeringsleiders, dat niet de angst regeert. Ze hebben dat de laatste dagen vaak gezegd, in allerlei toonaarden. Maar misschien moeten wij ons vooral gaan verplaatsen – net als de opgestane Heer – in al die mensen die aan het kortste eind trekken, in onze steden, in het Midden-Oosten, in Azië, Midden-Amerika en Afrika. Echte vrede ontstaat niet door handelscontracten maar door menselijke contacten. Dan zie je pas hoe het leven weent – en ook dan weet je pas dat wat in tranen wordt gezaaid, met gejuich kan worden gemaaid.

Terug naar overzicht…