Broer

Door Ds. Aart Mak

Beroemde broers zijn er altijd geweest. Denk aan de gebroeders Johan en Cornelis de Wit, vermoord in 1672, aan de broers Wim en Cees Anker, de welbespraakte advocaten uit Friesland en aan de gebroeders Taviani, regisseurs van o.a. de prachtige film Kaos. In het voetbal zijn er de broertjes Luuk en Siem de Jong, Ronald en Frank de Boer, de Koemannetjes (Erwin en Ronald) en vroeger waren er René en Willy van der Kerkhoff. Die laatsten waren zelfs een tweeling. Maar wat als er twee broers of zussen zijn van wie de één beroemd is en de ander niet? Van een van mijn eigen broers kreeg ik pas een aardig cadeau, ‘Het beroemde broer & zus boek’, met daarin een kleine vijftig verhalen over onbekende vrouwen en mannen die dankzij hun achternaam en verwantschap even in het zonnetje worden gezet. Nu wist ik net als u dat Pim Fortuyn een broer had, Marten. Deze man roerde indertijd nogal eens de trom, boos vanwege de zogenaamde vrienden die zich op de geestelijke nalatenschap van zijn vermoorde broer stortten. En dat Mozart een zus had die niet veel onderdeed in muzikaliteit voor haar broer, wist ik ook. En op Cuba is de broer van Fidel Castro al langer dan vandaag een bekend iemand. En bij naar ik meen RKC speelt ook een broer van de bekende Wesley Sneijder.

Maar wist u dat Hermann Göring een broer had met de naam Albert? Göring was generaal-veldmaarschalk van Groot-Duitsland, reserve-Führer en een sadistisch jodenhater. Albert zag er niet alleen anders uit, hij was ook anders. Hij hielp joodse vrienden aan geld en reisdocumenten zodat ze konden emigreren. Regelmatig reisde hij naar Berlijn om zijn broer Hermann om een gunst te vragen. Soms gebruikte hij zijn achternaam om joodse gevangenen vrij te laten, zoals de componist Franz Léhar. De broers die als dag en nacht van elkaar verschillen zijn het meest interessant. Het boek wijdt een speciaal hoofdstuk aan deze tegenpolen. Zo schijnt de dood van moeder Cruijff geleid te hebben tot een definitieve breuk in de toch al moeizame relatie tussen de beroemde Johan en de tweeëneenhalf jaar oudere Henny. Ook Bin Laden had een oudere broer. Deze stond op het punt een parfumlijn te introduceren toen zijn broertje Osama de Twin Towers liet vernietigen. In 2005 kwam die parfum alsnog op de markt, waarbij de achternaam van deze eerzame Zwitserse staatsburger niet wordt genoemd, alleen zijn voornaam, Yeslam en de opmerking dat de eeuwenoude finesse van de Oriënt verenigd werd  met moderne Europese deskundigheid.

En zo gaat het maar door in het boek. Het gaat over de zus van Ernest Hemingway, de broer van Diego Maradona, de zus van Adolf Hitler en over Frederick, de jongere broer van Charles Dickens. Eén broer is zo onbekend dat er in het door Ingmar Vriesema geschreven boek zelfs een volwaardig verhaal over hem ontbreekt. Het is Emil Nobel. Zijn broer Alfred, van die grote prijzen, maakte fortuin door de uitvinding van het dynamiet. Emil kwam op eenentwintigjarige leeftijd om het leven bij een ontploffing in Alfreds springstoffenfabriek in Stockholm. In de oude heilige geschriften spelen broers ook altijd een opvallende rol. Het begint al bij de broedermoord van de een, Kaïn, op de ander, Abel. Dan zijn er die twee broers, totaal verschillend in uiterlijk en karakter, Esau en Jacob. De zoon van Jacob, Jozef, had vele broers en hun jaloezie en Jozefs aanvankelijke wereldvreemdheid zorgen voor de brandstof van de dramatische ontwikkelingen in wat iemand wel eens een novelle heeft genoemd aan het eind van het boek Genesis. Jezus verzamelde broers om zich heen, de discipelen Jacobus en Johannes. Ook een zusterpaar, Maria en Martha, is opvallend aanwezig in de verhalen over Jezus. Jezus moet zelf ook broers hebben gehad. En zussen. Ze worden terloops genoemd. Op een moment met enige nadruk, als ze hem in bescherming tegen zichzelf willen nemen.

Broederschap speelt tot op vandaag de dag een rol in het mobiliseren van mensen. Denk aan die vreemde sekte met de naam Noorse Broeders, maar ook aan de moslimbroederschap, ooit, in 1928 opgericht in Egypte en nu, in allerlei landen in het Midden-Oosten actief en populair. De Franse revolutie appelleerde, behalve op vrijheid en gelijkheid, ook op broederschap. Elke politieke of religieuze beweging heeft de neiging mensen als in een nieuwe familie aaneen te smeden en stimuleert dat er warme gevoelens voor elkaar worden gewekt. Mijn vader sprak consequent over allerlei mannen als broeders, terwijl ze in de verste verte geen oom van mij waren. Intussen is het vandaag Palmpasen en dat is de zondag waarop de maskers gaan vallen. Mensen zijn niet zo aardig voor elkaar als je zou hopen. Politiek blijkt een vuil spelletje. Een vriend blijkt een vijand. En volgelingen worden vluchters. Wat hier in dit eeuwige drama ook speelt is de broederstrijd die ons innerlijk tot een slagveld maakt. Wij worden verscheurd door de brave Hendrik in ons en onze boze Daan (om nu maar psalm 32 in de oude berijming te citeren). Ach, het zijn twee zielen in één borst, laat Goethe zijn Doctor Faustus zeggen. De broederstrijd zit volgens de grote kunstenaars en dieptepsychologen in onszelf. Het licht roept het duister tevoorschijn en de Christus de Antichrist. De mooiste mensen zijn niet de vrome kwezels of de altijd grappen makende maffiabazen, maar degenen die als Jacob menige nacht gevochten hebben met hun duistere kant. Jezelf tegenkomen behoort tot de meest pijnlijke maar ook heilzame ervaringen in een mensenleven. Het goede begin start meestal in het duister, zoals de schaatsers van de Elfstedentocht in het donker moeten beginnen. Op Palmpasen staan er heel wat te juichen aan de kant van de weg. Het lijkt wel een Arabische lente. Maar als de gedroomde leider tegenvalt, willen de toeschouwers er niet meer bij horen. Broertje lief wordt broertje dood. Ik blijf het een raadsel vinden, waar ik tegelijk ook alles van begrijp. Mensen verlangen samen te zijn en laten elkaar zomaar vallen. Leven en dood, in alle varianten, bestaan voortdurend naast en door elkaar heen. Als ik een beroemde broer zou mogen uitzoeken, dan zou ik voor iemand die al dood is kiezen. Martin Luther King, Mahatma Gandhi of Jezus van Nazareth. Lekker gemakkelijk en meestal ongevaarlijk. Maar ik heb niets te kiezen. Broers heb je of krijg je. Door dezelfde vader en moeder of door het lot of God die ze voor je neus zet. En dan begint de strijd. Je had namelijk zo graag enig kind willen blijven, zonder broers of zusjes, met alle schijnwerpers op jou…

Met muziek van Desplat en Lane/Vitarelli. Verder hoorde u de melodie van gezang 178, improviserend gespeeld door Dirk Out en het gezongen gezang 172.  Gelezen werd uit Lukas 17:33-34. Het gebed kwam uit de bundel ‘Zeggen en zwijgen, oecumenisch gebedenboek voor alledag’ van Marcel Barnard e.a..

Terug naar overzicht…