Tula

Door Ds. Aart Mak

Overleg en menselijk maat, sobere salarissen, een socialere koers, bestaanszekerheid in plaats van efficiëntie, goed werk, binding en verheffing. Zie daar een aantal grote en mooie woorden die de afgelopen week bij het wetenschappelijk bureau van de PvdA (Monika Sie) en bij de afdeling Friesland van het CDA vandaan kwamen. Het zijn zwaluwen die nog geen zomer maken, maar wel aangeven dat er iets aan het veranderen is. Het is nog niet zover, maar we naderen het einde van een maatschappij waarin alles om de hoogste bieder en de grootste afzet draait. Dat einde vindt niet plaats omdat mensen uit zichzelf op andere gedachten komen, maar omdat de omstandigheden hen daartoe uitnodigen. En zo zal het doorgeslagen en bleke individualisme op zijn  schreden terugkeren en weer kleur op de wangen krijgen: mensen gaan weer samenwerken, coöperaties vormen, diensten en producten gezamenlijk organiseren en gebruiken. Ongetwijfeld zullen we met elkaar minder rijk zijn. En er zullen mensen zijn die dat betreuren en aantonen dat de economie weer ouderwets, op hoge toeren moet gaan draaien, willen we iedereen werk en inkomen geven. Tja.

Ik sprak de afgelopen week met de schrijver van het boek Tula, verloren vrijheid. Zijn naam is Jeroen Leinders en hij is nu bezig de filmopnamen die hij maakte te monteren. Zijn boek is ook eerder een filmscript. Ik zag een aantal ongemonteerde beelden en ik denk dat het een indringende en ontroerende film gaat worden. Waar gaat het over? Over de aanvoerder van de slavenopstand die in 1795 op Curaçao plaats vond. Ik had nooit van hem, ene  Tula dus, gehoord of in elk geval nooit bij een slavenopstand op dat Nederlandse eiland stil gestaan. Het verhaal is boeiend. Toen in Europa de Franse revolutie plaats vond, sloeg de vonk over naar het eiland Haïti, de Franse kolonie in het Caribisch gebied. Na een aantal jaren bloedige gevechten wisten de slaven de kolonialen van het eiland te verdrijven. Op andere eilanden drong tot de slaven door dat er iets gaande was. Ook de slaven hoorden van een revolutie in het verre Europa, waarin het ging over vrijheid, gelijkheid en broederschap.

Economisch ging het slecht. Door allerlei oorlogen stokte de aanvoer van slaven. Er was sprake van grote droogtes. Een eiland als Curaçao kon zichzelf nauwelijks van voldoende voedsel voorzien. Toen besloten de blanke heersers, gesteund door het gouvernement, de ene vrije dag die de slaven hadden af te schaffen en ze hun eigen voedsel te laten kopen in plaats van hen dat te verschaffen. Samen met de zinderende gedachten over vrijheid en gelijkheid die de zeewind verspreidde, leidde dat tot een opstand. De slaven hadden ook gehoord dat Frankrijk van Nederland had gewonnen. Dus meenden zij dat de Franse wetten nu ook voor hen golden. De opstand werd neergeslagen, de leiders werden op een vreselijke manier gemarteld en in het openbaar geëxecuteerd. Twee eeuwen lang werd Tula in het blanke geschiedenisonderwijs afgeschilderd als een bloeddorstig type. Bij de afstammelingen van de slaven bleef hij leven als een symbool van verzet en hoop. Tijdens de staking in 1969 op Curaçao waarin werd gestreden voor gelijke rechten voor blank en zwart, was er ineens een toneelstuk over Tula. Sinds die tijd begon zijn rehabilitatie en in 2010 werd hij uitgeroepen tot nationale held.

Op grond van verslagen die werden gemaakt tijdens ondervragingen, werd zijn verhaal en dat van zijn medeopstandelingen gereconstrueerd. Tula bleek iemand te zijn die vocht voor waar hij in geloofde. Zoals al zijn medeslaven was hij katholiek, had bijbellessen gehad van een pater en raakte ervan overtuigd dat God geen onderscheid maakte tussen mensen. Hij geloofde lange tijd werkelijk dat de blanken hem en zijn volk vrijheid zouden schenken. Daartoe wilde hij hen dwingen. Het is anders gelopen. De bemiddeling van vertegenwoordigers van de kerk op het eiland leverde niets op. Dat is overigens een intrigerend onderdeel. De pater, gemodelleerd naar de historische Schinck, wil dat de orde en rust weerkeren en hij vraagt de heren uitstel om de slaven te bewegen terug te keren naar de plantages. Machteloos moet hij toezien dat zijn bemiddeling er niet toe doet. Hij deed mij in de verte denken aan de priester Paneloux in de roman De Pest van Albert Camus. De kerk hobbelt achter de feiten aan. Of praat goed wat niet goed te praten valt. De kerkelijke vertegenwoordigers staan machteloos, zijn met stomheid geslagen, als de revolutie of de epidemie toeslaat. Meestal verdedigt de kerk zich met de opvatting dat het bestaande door God zo gewild is. Dus, zoals ook in het boek en de film over Tula wordt gezegd, voor God zijn alle mensen gelijk maar Hij heeft ze wel op verschillende posities gezet. En dat dient gerespecteerd te worden. En zo wordt elke nieuwlichterij, elke oprisping van de Geest, ontmoedigd en elk conflict gesust. De bestaande macht wordt in stand gehouden. Godsdienst is te vaak een doekje voor het bloeden geweest en niet meer dan dat.

Inmiddels, anno 2013, gaan we de afschaffing van de slavernij in Suriname herdenken. Dat zal in de zomer van dit jaar gebeuren. Het is dan 150 jaar geleden. Moet u nagaan, pas in 1863 was het zover. Ook hier heeft de kerk een dubieuze rol gespeeld, de goede uitzonderingen daargelaten. Ik word hier erg verlegen van. Ik weet dat de slavernij eeuwenlang gezien werd als het vliegwiel van de economie en dat afschaffing daarvan zou leiden tot een totale ineenstorting van diezelfde economie. Blanken die tegen de slavernij waren, werden gezien als wereldvreemde idealisten. Zwarten die in opstand kwamen als rebellen. En altijd weer was er te weinig tegenwerk vanuit de kerk. Dat vind ik veel ernstiger dan ik in een paar zinnen kan uitdrukken. Het beste dat we in de huidige tijd kunnen doen – en daar zit het goede begin –, is met mevrouw Sie van het wetenschappelijk bureau van de PvdA en met de Friese afdeling van het CDA, de nieuwe weg inslaan die mensen bij elkaar brengt in plaats van uiteendrijft. De kerk die een kwijnend bestaan leidt, weg uit de macht, zou nu wel eens de plek kunnen zijn of worden waar we tegenwicht gaan bieden tegen alles wat ontmenselijkt, mensen van elkaar vervreemdt, mensen aan hun lot overlaat, mensen niet laat worden wie ze in aanleg zijn. De strijd tegen allerlei vormen van slavernij, diep ook in onze moderne ziel verankerd, is ook nu nog niet ten einde.

Met muziek van Desplat en Lane/Vitarelli. Verder hoorde u muziek uit de film Gladiator en gezang 294 uit het Liedboek van de kerken. Gelezen werd uit Galaten 3: 26-28. Het gebed kwam uit de bundel ‘Zeggen en zwijgen, oecumenisch gebedenboek voor alledag’ van Marcel Barnard e.a..

 

Terug naar overzicht…