Porno

Door Ds. Aart Mak

Deze zomer is het boek War Porn (oorlogsporno) van de Duitse fotograaf Christoph Bangert gepubliceerd. In de tekst voorin het boek schrijft hij:  ‘Het was niet de bedoeling dat je deze foto’s zou zien. Niemand niet. De meeste zijn nooit gepubliceerd. Er zijn een hoop foto’s waarvan ik me niet eens kan herinneren dat ik ze maakte, alsof iemand mijn geheugen heeft gewist. Je wordt 's ochtends wakker en je kunt je je nachtmerrie niet meer voor de geest halen.' En dan volgen, naar ik graag geloof zonder ze te willen zien, misselijk makende foto’s. Ze zijn te bloederig, je ziet te veel, te veel details. Je kijkt naar mensen, als hondjes vastgebonden aan een boom, zwaar mishandeld. Bloed, pijn, peilloze eenzaamheid, de kelderverdieping van de hel. Het zijn foto’s die getuigen van het onbeschrijflijke leed dat mensen elkaar kunnen aandoen. Maar de camera’s van deze fotograaf hebben het wel geregistreerd. Bangert zelf schrijft: ‘Als we het niet onthouden, dan hebben deze gebeurtenissen nooit plaatsgevonden.’

De titel van het boek, oorlogsporno, is de spijker op zijn kop. Porno associëren we doorgaans met het tonen van naakte mensen die seksuele handelingen verrichten. Openlijk en veelvuldig. We noemen het porno omdat er sprake is van uitvergroting en overdrijving. Alles moet zichtbaar zijn. Het moet opwinden, dat is de bedoeling. Maar er wordt een wereld getoond die niet bestaat. Alsof vrouwen nergens anders voor zijn dan zo snel mogelijk uit de kleren gaan en mannen nergens anders op uit zijn dan om dat wat tussen hun benen hangt aan zijn trekken te laten komen. De stiekem genomen, bruinige foto’s van een eeuw geleden hadden nog een zekere charme. Koket lachende dames van de generatie van mijn grootmoeder. Maar tegenwoordig leven we ook wat dit betreft in het internettijdperk. Voor elke erotische fantasie zijn er honderden websites. Er wordt bij het leven via het computerscherm gegluurd naar mensen die daarvoor door de seksindustrie betaald worden. Maar het is een namaakwereld. Een decor van illusie, waar je als kijker zelf niet aan deelneemt en waar je verder ook niet bij nadenkt. Er is tegenwoordig reclame waarin aan ouders vriendelijk verzocht wordt hun opgroeiende kinderen niet zonder commentaar los te laten op internet, zeker als het gaat om wat nu het verschil maakt tussen liefde en platte seks.

Maar porno gaat dus verder dan het openlijk tonen van allerlei standjes en uitvergroten van bepaalde lichaamsdelen. Porno speelt met de menselijke eigenschap om dat wat je niet wilt zien, toch te willen bekijken. Wat verboden is, is juist aantrekkelijk. Maar ook wat te gruwelijk is voor woorden, wreedheid, hoe mensen doodgaan, oefent blijkbaar een merkwaardige aantrekkingskracht uit op mensen. Oorlogsporno bestaat dus. Uit de geschiedenis van dit land heb ik ook altijd begrepen dat de openbare terechtstelling van misdadigers, gepraktiseerd tot halverwege de 19e eeuw, altijd duizenden nieuwsgierige mensen trok. Zo had ik een geschiedenisleraar die met smaak kon vertellen hoe het radbraken en vierendelen van Balthasar Gerards, de moordenaar van Willem van Oranje, er aan toeging. Is de kijkersfile, de file die ontstaat doordat automobilisten afremmen omdat ze willen kijken naar het ongeluk op de andere rijbaan, ook een vorm van porno? Nou vooruit, soft porno dan. Mijn vrouw heeft de natuurlijke en volgens mij gezonde reactie om onmiddellijk haar ogen te sluiten. Ik wil zien wat er aan de hand is, zeg ik dan. En zo loopt er een dunne lijn tussen gezonde nieuwsgierigheid en ziekelijke drang om een zekere lust te voelen bij andermans leed.

En toen was er dat bewust door de misdadigers van IS op internet gezette en snel wereldwijd verspreide filmpje, al dan niet van smileys voorzien. Ik heb het niet willen zien, de onthoofding van James Foley. Arme man. En hij niet alleen, volgens de al weken aanhoudende berichten. Honderden mannen uit Irak en Syrië, christenen, Jezidi’s en Sjiieten, hebben eenzelfde lot ondergaan. Hun vrouwen en kinderen werden afgevoerd. Het is allemaal van een wreedheid waarvan de meeste mensen in het westen dachten dat die na alle eeuwen met misdadige  machtswellustelingen, van Dzjengis Khan tot en met Pol Pot, nu toch wel eens tot het verleden zou behoren. Niet dus. En eigenlijk wisten we het wel. Maar de meeste wreedheden blijven verborgen. En dan dient zich nu ineens een pornografische uitbarsting van dood en verderf aan, gedragen door de moderne media en volgens de huidige regels van mediastrategie geregisseerd door de daders. Wat te doen? Niet kijken. En goed dat Youtube, Twitter en Facebook niet meedoen met de verspreiding van deze gewelddadige beelden.

Maar dan resteert er nog wel een vraag. Waar komt die aantrekkingskracht vandaan? Waarom ging mijn  fantasie lopen toen ik een maand of twee geleden hoorde van officiële executies in de VS waar de ter dood veroordeelde maar niet dood ging? Of waarom heb ik een paar jaar geleden toch willen kijken naar de beelden van de ophanging van Sadam Hoessein? En ook ik weet, mijn eigen ogen hebben het allang gezien, wat er te zien is als het om seks op het internet gaat. Wat is dat in een mens? Is het comfortabel om het leven te zien als één grote peepshow? De donkere kamers van mijn ziel hebben aantrekkingskracht, zoals zo mooi wordt verteld in het sprookje van Blauwbaard. Een mens valt niet zomaar te modelleren tot een brave, oppassende burger, zoals zo vaak werd gehoopt door christelijke voorgangers. Het verhaal van dr. Jekyll en mr. Hyde, verzonnen en geschreven door Robert Louis Stevenson, gaat daar ook over. En het geloof, christelijk of anderszins, hobbelt daar altijd enigszins achteraan. Elke menselijke begeerte of daad kan goed gepraat worden, zo blijkt ook in het huidige nieuws weer eens. Mensen denken zelf niet na, maar zijn gehoorzaam, zeggen ze, aan een traditie, de profeet, God of welke autoriteit dan ook. En die past uiteraard precies bij hun eigen belang. 'Erst das fressen, dann die Moral.'

Een goed begin? Nee, zou je zeggen. Toch lijkt het me te allen tijde beter om niet te doen alsof iets niet bestaat. Je kunt, volgens oud christelijk gebruik, beter de duivel in jezelf aanwijzen, dan hem negeren. Het donker moet blijkbaar altijd eerst worden gepasseerd voor het licht zich kan aandienen. Maar ik hoef niet alles te zien. Lang niet alles. Een beetje onthouding van alles wat zich aandient en schreeuwt om aandacht, kan geen kwaad. En we zouden onszelf en de vele jongeren in deze van allerlei vormen van porno overvolle tijd, juist moeten oefenen in hoe je je kunt laten besmetten door het goede in plaats van het kwade. Misschien is daar deze eerste dag van de week ook vanouds voor bedoeld…

Met muziek van Desplat en Lane/Vitarelli. Verder hoorde u muziek van Louis Andriessen en een instrumentale bewerking van ‘Wij moete Gode zingen in schande en in scha.’ Gelezen werd uit Romeinen 7: 21 en 25. Het gebed kwam uit de bundel ‘Zeggen en zwijgen, oecumenisch gebedenboek voor alledag’ van Marcel Barnard e.a.

 

 

Terug naar overzicht…