Compassie

Door Ds. Aart Mak

De afgelopen week was er de nodige beroering rond een jongen van 18, Brandon, zwaargehandicapt, die op de instelling waar hij verblijft, ’s Heeren Loo in Ermelo, gebruik maakt van een band waarmee hij zichzelf vastgespt aan de muur. Buiten komt hij niet meer. Een tv-uitzending gaf de indruk van een gekooid dier en het ging zoals dat meestal gaat tegenwoordig: alle media storten zich erop en in no time kregen we allemaal de indruk dat er iets heel ernstigs aan de hand is. Dat blijkt dus wel mee te vallen, zegt staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten, die overigens ook blijk gaf geraakt te zijn door de schrijnende televisiebeelden en het verhaal van de moeder. Wat mij trof was vooral de bewogenheid die merkbaar werd om zo’n jongen en zijn tientallen lotgenoten. Als een bijbelse Legio riep hij verbijstering en vooral compassie op. En daarover wilde ik het, zei ik de vorige week, vandaag even met u hebben.

Compassie, de titel ook van het nieuwste boek van de theologe Karen Armstrong, is mededogen. Dat is een woord met een net wat andere betekenis dan het woord medelijden. Medelijden kan iets neerbuigends hebben, iemand buigt zich van boven over een ander die beneden zit. Mededogen is het verdriet of de pijn van de ander voelen als was die van jou. Het is een diepe menselijke drijfveer om de ander op te nemen in jouw binnenwereld, anders gezegd: om je eigen ik te vergroten tot en met een medemens. Daarom, schrijft Armstrong, wordt compassie in de gulden regel genoemd, waarbij ons wordt gevraagd in ons eigen hart te kijken, te ontdekken wat ons pijn doet, en dan onder alle omstandigheden ervan af te zien een ander die pijn aan te doen. Voor zover bekend was het een verre voorouder van de Chinese president Hu Jintao, de Chinese wijsgeer Confucius, die gevraagd naar wat nu de kern was van zijn leringen, antwoordde: ‘Behandel anderen nooit op een manier waarop je zelf niet behandeld wilt worden.’ Deze regel wordt vervolgens in vrijwel alle culturen en godsdiensten genoemd, het oude Griekenland, bij de joodse rabbi Hillel, bij de Boeddha en als bekend ook bij Jezus. In zijn bergrede zegt hij: Behandel anderen altijd zoals je zou willen dat ze jullie behandelen. In het Nederlands spraakgebruik werd deze gulden regel bekend in de negatieve versie: ‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.’

Dezelfde Armstrong deed in november 2009 samen met andere religieuze leiders een oproep om wereldwijd deze gulden regel te eerbiedigen. Dat deed zij in een Charter for Compassion, dat nog steeds door wie dan ook ondertekend kan worden. Het is een doordachte en bewogen poging om over alle grenzen heen mensen weer te bepalen bij wat hen bindt. Het is een grondig protest tegen allerlei vormen van geweld, verborgen, verbaal en fysiek, waarmee sommige mensen hun medemensen naar de verdommenis helpen. Het is niet alleen een poging het leed dat zo aanwezig is in vele mensenlevens te verzachten, maar ook te voorkomen. En het is een heldere oproep om iedere interpretatie van heilige geschriften die aanzet tot geweld, haat of minachting geen voet aan de grond te geven. In een beroemde gelijkenis van Jezus wordt door een wijze wetgeleerde de vraag gesteld wat hij moet doen om deel te hebben aan eeuwig leven. Dit vragen naar de bekende weg wekt het vermoeden dat de vragensteller weigert om de weg te gaan die hij heel goed kent; hij zoekt een uitweg. Dan gaat het gesprek tussen Jezus en deze man over de naaste. Wie is je naaste? Het antwoord kan heel vaag zijn: iedereen is mijn naaste. Ik hoor het allerlei mensen tegenwoordig ook zeggen, haast suikerzoet gepreveld. Maar het vage iedereen ligt dicht bij niemand (schrijft Alblas in zijn samen met Berkvens geschreven Catechismus van de Compassie). Jezus vertelt het beroemd geworden verhaal van de Barmhartige Samaritaan (te vinden in Lucas 10). Dan draait hij de vraag om: ‘Wie is de naaste geworden van het slachtoffer van de rovers?’ Antwoord: ‘De man die zijn medelijden heeft getoond.’ Hier draait het om. De omkering van de vraag ‘wie is mijn naaste?’ in ‘voor wie ben ik mijn naaste?’

Dit zou allemaal spielerei zijn als mensen wezens waren zonder gevoel. Maar wij hebben allemaal min of meer het vermogen ons in te leven in de ander. Dat gaat zelfs vanzelf, zoals ik merkte in een workshop van Wouter Klaassen die een zeventigtal dominees leerde hoe ze voortaan in het openbaar konden spreken als Obama. Mensen zij empatische wezens, ze registeren buiten hun denken om allerlei signalen die over en weer tussen mensen worden uitgezonden. En dan gaat het erom wat je daarmee doet – en daar gaan het ten diepste in alle religies om. Hoe verschillend al die godsdiensten ook zijn, volgens de eerdergenoemde Karen Armstrong raken en overlappen ze elkaar in twee fundamentele zaken: het willen en durven doorbreken van je eigen ik én de compassie voor de medemens, want die is als jijzelf. Dit is het enige medicijn tegen de bandeloze, egocentrische vrijheid waar ik het de vorige keer over had. Dit is ook typisch voor wat Jezus in zijn tijd bij de door hem aangehangen religie doorbrak: al het gepraat over wat wel en niet mag, over regels en wetten, werd in zijn visie doorbroken door het enige waar het op aankomt: wat doe je als je oog in oog komt te staan met een medemens die een beroep op je doet. Oogcontact, de trekken van het gelaat, hebben, zoals de joodse filosoof Lévinas zegt, al voldoende zeggingskracht om je te bewegen tot mededogen, compassie. En vanuit die bewogenheid ontstaat er beweging: stilstaan, bukken, vooroverbuigen, luisteren, wat zeggen, iets doen. ‘Tat tvam asi’, een oude uitdrukking uit het Sanskriet die zoveel betekent als: ‘je naaste is als jij.’ En natuurlijk is er dan juist allerlei deskundigheid nodig zoals ook staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten in het geval van Brandon beklemtoonde. Kennis en verstand in dienst van het welzijn van een getroffen medemens. Het is, zoals bepaalde filosofen in alle nuchterheid zeggen, zelfs een daad van welbegrepen eigenbelang. Want zoals die ander nu is, zo kun je ook ooit zijn, een mens die een ander nodig heeft. Compassie is een soort eigenbelang als je verder kijkt dan je neus lang is en tegelijk, als je om je heen kijkt, waarschijnlijk de enige manier waarop deze wereld nog enigszins wereldgemeenschap kan zijn.

Met muziek van Grieg aan het begin (Holberg Suite) en Rachmaninoff aan het eind (einde 1e deel van zijn 2e pianoconcert). Verder hoorde u een fragment uit de ‘West Side Story’ van Bernstein en een bewerking van ‘Alle Menschen werden Brüder’ van Beethoven. Gelezen werd uit Lucas 10: 30  & 34. Het gebed kwam uit de bundel ‘Zeggen en zwijgen, oecumenisch gebedenboek voor alledag’ van Marcel Barnard e.a..


 

Terug naar overzicht…