Hoop

Door Ds. Aart Mak

Interessant onderzoek. De socioloog Koopmans leidde een onderzoek onder negenduizend moslims in Nederland, België, Frankrijk, Oostenrijk, Duitsland en Zweden en vergeleek de uitkomsten met een christelijke controlegroep. De ondervraagde moslims waren Turken en Marokkanen. Hier volgen wat cijfers. Ongeveer tien procent van de ondervraagde christenen zal geen vriendschap sluiten met homo's. Bij moslims ligt dat percentage op zestig. Ruim veertig procent van de moslims vindt joden onbetrouwbaar, iets minder dan tien procent van de christenen denkt hetzelfde. Verder bestaat er onder moslims meer angst voor christenen dan omgekeerd.
Ruim twintig procent van de christenen denkt dat de islam uit is op vernietiging van het Westen. Omgekeerd denkt iets meer dan de helft van de moslims dat het Westen de islam wil vernietigen. Er is, mag je concluderen, nog een berg werk te doen. De sociologen en arabisten mogen verder twisten over de vraag of je moslims en christenen zo gemakkelijk met elkaar kunt vergelijken. Maar ik zou de hoop niet verliezen. Mensen koesteren soms vreemde beelden van elkaar, al dan niet aangewakkerd door populisten aan weerszijden. En het antisemitisme lijkt haast onuitroeibaar, altijd maar weer die jodenhaat. Maar intussen zijn er genoeg gelovigen aan weerszijden die zeggen geen angst te hebben om de moed niet te verliezen dat het beter kan worden.

Mensen zijn vreemde wezens. Ze zijn gauw bang. En ze zien snel allerlei zogenaamde bewijzen voor hun angst. Zo zijn er ook talloze mensen in dit land die denken dat de Roemenen en Bulgaren hier in grote getalen niet alleen onze portemonnees komen rollen maar ook onze banen komen kapen. En er zullen inderdaad klaplopers bij zitten. Het mooie woord klaploper is door Wilders weer gangbaar geworden in het moderne Nederlands. Een klaploper was iemand die met de klap, de klepper waarschuwde dat hij eraan kwam. Dat was een melaatse, verstoten uit de samenleving, die als klaploper moest bedelen om te kunnen leven. Goed, de Roemenen en Bulgaren die na 1 januari naar Nederland komen, hebben maar één ding voor ogen: werken. En om te werken, moet er wel werk zijn. Het werk dat er is, ligt bijvoorbeeld bij de tuinders. Zij staan te popelen om Roemenen en Bulgaren binnen te halen. De Nederlandse  aardbeien zouden niet bestaan zonder de werkers uit Oost-Europese landen. Projecten om werkloze Nederlanders de kassen in te krijgen, zijn vrijwel allemaal genadeloos mislukt. Het is hard en geestdodend werk, voor een minimaal loontje. Maar veruit de meeste Roemenen en Bulgaren die komen, willen werken. Werken voor thuis, voor een beter leven, voor een beter imago. De namen van hun volken zijn bijna synoniem geworden voor plebs en dieven. Mensen zijn vreemde wezens. We zijn gauw bang. En we redeneren graag volgens de makkelijkste weg. Rechtdoor, zonder nuance. Maar diep van binnen weten we allemaal wel dat elk volk bestaat uit nette mensen en slechts een paar rotte appels. Leven met hoop is vaak je verstand goed gebruiken.

Nog zoiets. Kerken in Nederland trekken steeds minder bezoekers. Ook een onderzoek, nu van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Is dat schokkend? Wordt het alsmaar slechter? Maar de afname van het percentage kerkleden op de Nederlandse bevolking verloopt al ruim een eeuw in een tamelijk constant tempo.
Ooit noemde bijna iedere Nederlander zich kerklid en veel mensen hebben ooit de kerk al verlaten. Dat krijg je als je weet dat aan het eind van de negentiende eeuw vrijwel de hele bevolking kerkelijk was.
Nu noemt een kleine meerderheid (54 procent) van de Nederlandse volwassenen zichzelf nog religieus. Maar praktiserend zijn deze gelovigen lang niet allemaal. Hoe erg of hoe fijn is dat? Het is maar net hoe je het wilt zien. Ik wijs even op het woordje ‘nog’ in de zin hierboven: ‘nog religieus’.  Dat is toch intrigerend en hoopvol? Het hangt dus niet alleen van de kerk af en soms zijn mensen zelfs religieus ondanks de kerk. Ik kan een hoop positieve dingen over de kerk noemen. Maar een ding niet. Dat de mensen die naar de kerk gaan meer zouden deugen dan de mensen die er niet naar gaan. De laatste jaren neem ik ook wat anders vaak waar. Mensen buiten de kerk zijn vaak opener en eerlijker als het gaat om hun religieuze gevoelens. Met minder kramp en historische belasting stellen ze betere vragen en staan ze opener voor het idee dat een mens niet zomaar leeft maar geïnspireerd kan worden, een bezield wezen is en wel eens deel kan zijn van een veel grotere wereld dat die wij waarnemen.

Ik wil maar zeggen. Advent is een tijd om, meer nog dan elders in het jaar, te oefenen in de hoop. Toen de koning van Babylon de joodse ballingen verlof gaf naar hun verwoeste stad en land terug te keren, ervaarden de joden dat, getuige de bijbelse geschriften, als een godswonder. Ik heb dezelfde gedachte bij de vrijlating van Michail Chodorkovski, die na tien jaar ontberingen in een Russische cel, vrijkwam en onmiddellijk naar zijn zieke moeder in Duitsland vloog. Ook hier kunnen we boos en angstig blijven over het autoritaire regiem van Rusland, maar er zijn ook krachten aan het werk die vrijheid en opluchting tot gevolg hebben, wie weet ook voor de leden van Pussy Riot en de mensen van Green Peace. Tenslotte mijn laatste teken van hoop. Volgens het grootste wetenschapsblad Science is de kanker-immunotherapie een echte doorbraak in het denken over kanker. Niet de tumor wordt aangepakt maar het immuunsysteem van de patiënt, dat zodanig wordt opgepept dat het lichaam zelf de tumor aanvalt. De nieuwe techniek blijkt meer dan alleen een mooie belofte. Patiënten zijn al daadwerkelijk genezen of in staat langer hiermee in leven te blijven.

Genoeg tegenwicht om de angst niet de overhand te laten krijgen? Ik hoop het. Het is bijna kerst. Nog twee dagen te gaan. Ik hoop, over hoop gesproken, echt dat het ons binnen en buiten de kerkmuren lukt allerlei dwaze gedachten bij elkaar weg te halen en te winnen aan vertrouwen in elkaar. En als je niet in God gelooft, geloof dan in wat je ziet in de ogen van een kind.

Met muziek van Desplat en Lane/Vitarelli. Verder hoorde u muziek van John Michael Talbot en de carol ‘How great our joy’. Gelezen werd uit jesaja 45: 12-13. Het gebed kwam uit de bundel ‘Zeggen en zwijgen, oecumenisch gebedenboek voor alledag’ van Marcel Barnard e.a.

 

Terug naar overzicht…