Reizen

Door Aart Mak

We hadden slechts een half uur. Een half uur om wat we mee wilden nemen, bijeen te rapen en in koffers te stouwen. Natuurlijk waren we erop voorbereid. Het oorlogsgeweld kwam de laatste weken steeds dichterbij. De buren van twee huizen verderop waren al weg. Ik had er al vaak over nagedacht wat ik mee wilde nemen. Het hoogstnoodzakelijke heet dat dan. Het is eigenlijk onmogelijk te doen. Ik liep nog een keer door het huis waar we tientallen jaren gewoond hadden. Waarom deed ik dat? Om me zelf te pijnigen? Ik kon alles, de meubels, de gordijnen, de boekenkast, de keuken zo uit mijn hoofd uittekenen. De kans dat we hier ooit zouden terugkeren was klein. In een oorlog worden huizen verwoest door granaten of bewust met dynamiet. Of in brand gestoken. Of compleet uitgewoond door anderen die geen idee hebben wie wij zijn. Misschien haten ze ons wel en slaan ze alles wat ze vinden kort en klein. Buiten wachtte de mensenhandelaar. Nu moesten we vluchten, zei hij. Anders ging die kans voorbij. En zo zaten we even later met onze handbagage in een open vrachtwagen en reden we over een weg vol kuilen naar het noorden, richting de kust, waar, als het ging zoals was beloofd, een boot lag om ons verder naar het noorden te brengen, ergens in Europa.

Ik had het de vorige keer over loslaten. Wat we moeten loslaten, zei ik, is het idee dat iets voor altijd is. De tijd leert dat alles voorbijgaat. Wij zelf ook. Er bestaat geen onbeweeglijkheid. Leven is verandering, altijd. Dat is een pijnlijke, harde levenswijsheid, zeker als het om de plaats gaat waar je woont. Bij het aanhoudende nieuws over de alsmaar groeiende stroom vluchtelingen uit het Midden-Oosten en Afrika, probeer ik me te verplaatsen in wat het is om te vluchten en alles achter je te moeten laten. De laatste weken duiken er steeds meer verhalen op van journalisten die met de vluchtelingen meereizen uit Syrië, Eritrea of welk rampgebied dan ook. Hun verhalen zeggen veel meer dan de cijfers. Het gaat om mensen, echte mensen. Wij wonen in dit land in het noordwesten van Europa, in een welvarend en veilig gebied. Met al onze dijken en andere voorzieningen zou je haast denken dat dit voor altijd is. Alsof wij in een reservaat leven, een plaats waar het nooit zo erg kan worden als elders in de wereld. Denk aan wat de Duitse dichter Heinrich Heine ooit gezegd zou hebben: Als de wereld vergaat, ga dan naar Nederland want daar gebeurt alles vijftig jaar later.

Als kind fantaseerde ik net als alle kinderen wel eens hoe het zou zijn als ik niet hier, in Friesland in mijn geval, maar in Bengalen of in China was geboren. Wat een toeval. Maar ik begreep toen al hoeveel armoe en onzekerheid er elders in de wereld waren en wat een geluk ik had dat ik hier opgroeide. Later, op catechisatie kwam de onvermijdelijke vraag waarom ons geloof nu beter zou zijn dan wat mensen elders in de wereld geloofden. In de gereformeerde traditie werd, zoals sommigen weten, bovendien nog eens aangenomen dat wij hier toch mooi lid waren van de ware kerk en dat anderen, helaas pindakaas, tevergeefs bezig waren God te behagen met hun Islamitische of Hindoeïstische rituelen. Zo zout heb ik het nooit opgediend gekregen. En ook toen besefte ik dat het toeval zo’n grote rol in het leven speelt dat je nooit kunt beweren dat je beter dan anderen weet wie God is en wat hij doet. De leer der uitverkiezing is voor holbewoners en mensen die nooit verder reizen dan de grens van hun eigen dorp. Het is misschien een rare gedachtesprong, maar wat Hongarije nu doet, een hek aanbrengen op de grens met Servië om de vluchtelingen te weren, is alleen mogelijk als je gelooft in economische uitverkiezing. En zit daar niet een regering met een parlement dat in meerderheid niet vies is van het recht van de sterkste?

Net als vele Nederlanders maak ik deel uit van een familie waarvan de verre voorouders ooit ook de reis naar dit land maakten, als vluchteling, in mijn geval in de 16e eeuw ontsnappend aan de klauwen van de Inquisitie die huishield in Portugal en Spanje. Dat is dus heel wat eeuwen geleden. Maar kan ik dan beweren dat dit land van mij is? Niet alleen de tijd leert dat alles voorbijgaat. Ook de ruimte waarin we leven leert dat vaste woon- en verblijfplaatsen niet bestaan en nooit bestaan hebben. Ik geloof daarom dat het waar is wat in de bijbelse geschriften staat. Er is maar één manier om je angst voor vreemdelingen te overwinnen. Dat is door je te realiseren dat je zelf ook vreemdeling was. Vluchteling. Asielzoeker. Iemand die alles achter zich gelaten heeft. En na de mensenhandelaren overleefd te hebben, mag zo iemand verwachten dat de mensheid nog steeds weet wat gastvrijheid, barmhartigheid en rechtvaardigheid is. Dat zijn grote woorden die hun abstractie verliezen als het gaat om één enkel mens.

Terug naar overzicht…