Crisis

Door Ds. Aart Mak

De afgelopen week liep ik ’s avonds over de Grote Houtstraat in Haarlem, bij lange na niet de mooiste maar wel de belangrijkste winkelstraat van Haarlem. Het was avond en behalve wij liepen er weinig anderen. Tijdens het lopen begon ik te turven, links en rechts om me heen kijkend naar de puien van de winkels. Een vijftal winkels stond leeg, in nog iets meer winkels was sprake van een opheffingsuitverkoop en eigenlijk alle andere etalageruiten bevatten schreeuwerige posters die repten over gigantische kortingen, in allerlei variaties. Alsof mensen tegenwoordig niet meer bewust en doelgericht een winkel binnenstappen!

Nu klopt dat laatste wel volgens cijfers van het Centraal Bureau voor Statistiek. Er wordt door Nederlanders minder uitgegeven aan luxe producten als televisies, computers en kleding. Er wordt beter gelet op aanbiedingen of gekeken naar goedkopere merken. En er wordt vooral minder geld besteed aan uitgaan, buiten de deur eten en vakanties. Niet dat mensen ineens minder geld hebben, maar ze sparen liever omdat je baan op de tocht kan gaan staan, de huizenmarkt in problemen is, de pensioenen weer gekort gaan worden, kortom jij zelf in de toekomst (of nu al) financieel geraakt kan worden. Dus wordt er minder besteed, dus zetten winkeliers minder af, dus vallen er ontslagen of gaan winkels failliet, ziedaar de vicieuze cirkel waarvan de huidige regering hoopt dat wij die met elkaar doorbreken door allemaal meer geld uit te gaan geven.

Dit is dus crisis en het einde is nog niet in zicht. Mijn collega in Aerdenhout, Smalbrugge, noemt het in zijn laatste boek zelfs een godvergeten crisis. In een wonderlijk maar intrigerend betoog beweert hij dat de crisis niet alleen financieel maar ook moreel, politiek, sociaal en religieus is. Alles is volgens hem met elkaar verweven. We zijn ergens in de loop van de geschiedenis ons idee van matigheid en voorzichtigheid kwijtgeraakt, we hebben met elkaar het idee ontwikkeld dat alles te beredeneren, te voorzien en te controleren is, we denken dat de vrije wil niet bestaat en dat de mens niet meer is dan een breinmachine en ons godsbeeld is vervormd geworden of niet meer dan een projectie van ons eigen perfectionisme. Dit kunt u denk ik niet zomaar even volgen op de vroege zondagmorgen. Dat hoeft ook niet. Waar het mij om gaat is in te stemmen met mijn geleerde collega die zegt dat er veel meer op dit moment aan de hand is dat alleen een financiële crisis. Als krantenlezer en nieuwsvolger hadden u en ik ook al dat donkerbruine vermoeden gekregen. Een foto van een gigantisch vluchtelingenkamp in Jordanië onthult in 1 beeld wat er een massa’s mensen in veel delen van de wereld in beweging zijn, door oorlog of door voedseltekorten gedwongen. De strijd om Antarctica, de smeltende ijsbergen van de Noordpool, de gevechten om het schaliegas, de politieke onmacht van democratieën en de groeiende angst voor terreur van opgehitste enkelingen en de willekeur van overheden kruipt al maanden, zo niet jaren langzaam onder onze huid.

Ook deze opsomming is niet zomaar te bevatten en dat hoeft u ook niet. Ik gebruik een techniek om een sfeer bij u op te roepen, vergelijkbaar met mijn gevoel toen ik door die Haarlemse winkelstraat liep. Het van binnen wroetende gevoel dat voorafgaat aan de zich naar buiten wringende vraag wat er toch allemaal aan de hand is. Een mevrouw die ik zag staan op het plein voor het Centraal Station in Amsterdam had blijkbaar ook dat gevoel. Op een omhoog geheven kartonnen bord had ze geschreven: ‘Geloof in Jezus, want anders…’ Ik moest lachen, zij bleef ernstig kijken. Zij zocht de oplossing van de crisis in een geloof, ingebed in dreigende taal. Zij stond in feite in een lange traditie van straatevangelisten, Jehova Getuigen en andere gelovige doemdenkers. Zo hebben talloze mensen voor ons al op de nooduitgang gewezen uit de talloze crises waar elke generatie wel weet van heeft. Boven die nooduitgang stond dan het woord Jezus. Het geloof als een ark waarin de gelovigen zich terugtrekken en de rest der mensheid in de golven van hebzucht ten onder laten gaan. Dat idee. Ik denk daar anders over. De naam van deze weer wekelijks uit te zenden column heeft daar alles mee te maken. Elke einde is tegelijk ook een goed begin. En een eerste dag van de week zou als een goed begin beleefd mogen worden.

Is er dan soelaas dat geboden kan worden tegen de huidige crisis? Niet zomaar en niet gemakzuchtig natuurlijk. Maar toen de bomen rond de eeuwwisseling tot in de hemel groeiden, wisten we allemaal toen al dat je niet het ene gat met het andere kon dichten. De schulden die toen gemaakt zijn, denk aan de hypotheken, zullen toch een keer betaald moeten worden. En voor de schreeuwerigheid van de politiek die het wantrouwen niet weghaalde maar vergrootte, betalen we ook een prijs, denk aan het internationale imago en het uitstel van echte maatregelen. En van de angst waarmee elke uiting van geloof in de ban wordt gedaan, denk aan de terreuraanslagen van de Islam en de daarmee overigens onvergelijkbare gelovige weigeringen kinderen te laten inenten tegen de mazelen, moeten we ook nog flink genezen. Met andere woorden: een crisis is net als een fikse griep niet zomaar voorbij. Ze moet uitwoeden en in die tijd van koorts, slapte en beroerd voelen tot inkeer leiden. Juist volgelingen van Jezus zouden niet bang voor een naderend wereldeinde moeten worden maar gevoelig voor de tekenen der tijden. De meesten van ons vonden het toch al jaren de hoogste tijd voor een andere levensstijl? Sober leven zonder benepen te worden? Meer samen doen, met vrienden, buren en collega’s, zonder jezelf te verliezen? Geen fastfood maar slow food? Bewegen in plaats van stilstaan en smakkend consumeren? Ik noem nu maar wat zaken. En ik besef tegelijk dat elke tijd van grote veranderingen – en die lijkt mij zo’n vijf jaar geleden aangebroken -, vooral vraagt om naastenliefde en elkaar niet laten vallen. Er komt een tijd dat wij oude waarden als barmhartigheid, vergevingsgezindheid, trouw en mededogen weer vorm gaan geven. Zo dat nu al niet aan het gebeuren is. Een crisis is ook een kans om wat vergeten was en niet meer herinnerd wordt, opnieuw te binnen te brengen en vorm te geven. Zoals mijn ogen, te midden van alle etalages van de Grote Houtstraat met posters met het woord Sales, ineens bleven rusten op de winkel van Jansje. Een winkel met Fair Trade producten voorin en een restaurant met verstandelijke gehandicapten als personeel achterin. Het kan altijd anders. Elke einde maakt ook energie vrij voor een nieuw begin.

Met muziek van Desplat en Lane/Vitarelli. Verder hoorde u muziek van Edvard Grieg en psalm 42 op tekst en muziek van Oosterhuis / Oomen. Gelezen werd uit Jesaja 43: 19.


 

Terug naar overzicht…