Sport

Door Ds. Aart Mak

‘Mensen zijn van nature niet religieus maar sociaal. Het gevoel in een stadion is niet anders dan dat in een kerk.’ Deze uitspraak werd een week geleden gedaan door de socioloog Ruud Stokvis. Het was niet nieuw wat hij zei, hij schreef er ook al eerder een boek over, maar er ontstak een lichte bries van verontwaardiging onder lezers, al dan niet geletterd, van het dagblad TROUW. ‘Het gaat,’ zegt Stokvis, ‘om het opgaan in een groter geheel: echt iedereen kijkt, juicht bij winst en baalt bij verlies. Het is zingeving in emotionele zin. Rond de grote wedstrijden worden collectief enthousiasme en onderlinge verbondenheid versterkt. Sport heeft in West-Europa een beschavende werking verworven die vergelijkbaar is met die van religie toen dat nog een bloeiende institutie was.’ Allemaal interessante opmerkingen. Ik geef er nog een: ‘Lees je de Bijbel en latere christelijke boeken over moraal, dan zie je dat het in afspraken over gedrag vooral gaat om persoonlijke relaties. Hoe ben je als persoon ten opzichte van anderen? De christelijke moraal past uitstekend bij een samenleving die sterk op familieverbanden is gericht en die hiërarchisch geordend is. Waar de bovengeschikte welwillend voor zijn ondergeschikte moet zijn en waar de ondergeschikte zijn best moet doen om de bovengeschikte te behagen. Het fair play-ideaal van de sport biedt een moraal die meer past in een egalitaire samenleving, waar een groot deel van de onderlinge betrekkingen van onpersoonlijke aard is.’

Uit het gesprek blijkt dat Stokvis zich niet zomaar van de sokken laat praten. Er wordt gewezen op de hooligans die toch in Europa helaas bij de sport horen. Zijn antwoord gaat over de gewelddadige trekken bij alle grote wereldgodsdiensten, inclusief het christendom. Gaat het dan bij sport niet over een andere moraal? Het christendom spreekt toch over de andere wang die een mens moet toekeren aan zijn tegenstander? Stokvis repliceert dat sport een ander soort samenleving veronderstelt. Maar die is niet per se slechter. Het gaat om wedstrijden houden, competitie, willen winnen, doorzetten, hard trainen. Maar dat gaat altijd op basis van regels.

Goed, nu wij. Wie weet kijkt u ook om 6 uur of 9 uur naar weer een voetbalwedstrijd. Misschien zelfs om 12 uur ‘s nachts. Ik zie al mensen om mij heen die een lichtelijk vermoeide indruk maken. Vergelijkbaar met de gezichtsuitdrukking van kerkgangers die 1 uur en 40 minuten in een kerkbank hebben gezeten. Zo’n toernooi zoals nu in Brazilië vraagt wat van je. De eerste rustdag is pas deze week, vrijdag de 27e, als ik trouwens op Kreta hoop aan te komen. Goed uitgemikt, vindt u niet, reizen op de dag dat er even niet gevoetbald wordt.

Maar ik begreep de reacties in de eerdergenoemde ochtendkrant wel. In godsdienst gaat het toch om iets innerlijks, iets hogers, om eerbied voor degene die je God noemt en dat is toch iets heel anders dan dat gedraaf van 22 mannen achter een bal? Een kerk is toch van een totaal ander niveau van beschaving dan een ordinaire en poenerige organisatie als de FIFA? En mijnheer Stokvis wil toch niet beweren dat godsdienst verdwijnt en we in de toekomst alleen nog op de knieën gaan voor de man van de wedstrijd of het team dat de wereldcup heeft gewonnen? Ach ja. Maar mijnheer Stokvis is socioloog en die kijkt naar wat er met mensen gebeurt die een ideaal delen. En hij ziet wat wij ook zien en wat het SCP al vaak beschreven heeft: van kerk of geloof gaat op de samenleving geen enkele regulerende invloed meer uit. Ook gelovigen denken en handelen als mensen zonder een geloof. En dan gaat het even niet om de gedachte of niet elk mens wel ergens in gelooft, maar om de waarneming dat heel veel geloof onzichtbaar is geworden in de samenleving. Van alle mensen die graag cryptogrammen oplossen, graag met elkaar bingoën of die aan quilten doen – en dat zijn er volgens mij ook heel wat – gaat ook geen enkele werking uit op de samenleving.

Sport heeft inderdaad religieuze trekken. Iemand moet zich soms opofferen. Je moet samenwerken. Het gaat om strijd. Er wordt gewonnen of verloren. Zelfs martelaren bestaan in de sport, met een beetje goede wil kun je een aantal dopingzondaars in de wielersport als zodanig aanmerken. Maar gaat het dan bij het christelijk geloof niet om het besef van God, een wereld groter dan wij weten, om profetie en roeping, om overgave aan de leiding van God, zoals bij Jezus, die trouwens ook aanraadde om de kleintjes en de minste mensen nooit over het hoofd te zien? Ja, daar gaat het in dat geloof over. Maar als je Louis van Gaal, de huidige bondscoach, soms hoort praten, lijkt hij wel een ouderwetse dominee. Hij weet het. Hij opereert als een herder die zijn team met grotendeels jonge spelers onder zijn hoede heeft. Hij weet ook wat goed voor zijn mannen is. En hij zegt voortdurend dat je erin moet geloven, in de overwinning of dat je beter kunt dan de tegenstander. En wij maar juichen. Of schelden en zeggen dat we het al hadden zien aankomen, als we afdruipen uit het toernooi.

Ach ja. Ik houd van sport. En ik houd van geloven. De belangrijkste vraag die je hierbij kunt stellen, kwam ik nog niet tegen. Zou je, als je als een Robinson Crusoe alleen op een eiland zou leven, dan aan sport doen? Het antwoord is nee, want een beetje opdrukken en wat rekken en strekken beschouw ik niet als sport. Zou je, alleen op de wereld, dan aan God doen, geloven dus? Het antwoord zou ook nee zijn. Want wat in jezelf praten en dagdromen over een ander mens, beschouw ik niet als geloof. De komende zondag steek ik een kaars aan in een kerkje, ergens op Kreta en zal ik mij verder vermeien aan een van de mooie stranden daar. Zowel de georganiseerde sport als het georganiseerde geloof zijn dan veertien dagen lang ver weg. Wat niet betekent dat ik niet uitkijk naar de volgende wedstrijd van het Nederlands elftal en niet uitkijk naar mijn volgende ontmoeting met u, luisteraars. Dit programma gaat door, maar persoonlijk zal ik graag op 27 juli weer verslag doen van mijn geloof of commentaar geven op wat andere gelovigen doen of laten. U moet het dus even doen zonder mijn rechtstreekse wedstrijdverslagen. Want als het nu gaat om een dominee als ik, ik lijkt toch het meest op die voetbalanalist die achteraf vertelt wat wij allemaal gezien hebben en toch graag willen horen, als hij het maar wat leuk brengt.

Met muziek van Desplat en Lane/Vitarelli. Verder hoorde u muziek van Andriessen en het lied ’The Lord blees you’ van Rutter. Gelezen werd uit de bijbel, 1 Korinte 9: 24-25. Het gebed kwam uit de bundel ‘Zeggen en zwijgen, oecumenisch gebedenboek voor alledag’ van Marcel Barnard e.a.

Terug naar overzicht…