Relatieve vrijheid

Door Aart Mak

Mijn vader en moeder hebben jaren lang een uitermate geordend leven geleid. Vaste tijden, ingeslepen gewoonten. Altijd om dezelfde tijd eten. En dat eten begon en eindigde met gebed en bijbellezing. Dat laatste dan meestal aan het eind van de maaltijd. Elke dag wisten ze precies wat hun te doen stond. Zo moeten ze de opvoeding van zeven kinderen en een altijd druk, bezig en soms belast bestaan hebben volgehouden. Ik kan mij nauwelijks herinneren dat ze wel eens uitgingen. Hun vakantieweken waren ook zeer gestructureerd. Vrije tijd was niet een woord dat zij gebruikten, maar dat gold vermoed ik voor iedereen in de jaren ’50 en begin ’60. Ik heb mij daar als puber en adolescent meermalen tegen verzet, heftig en gepassioneerd. Ik miste voor mijzelf en bij hen de vrijheid, de hartstocht voor het leven, het verlangen naar een ander bestaan dan dat, in mijn jonge ogen, saaie en dorre leventje. Ik was een kind van de jaren ’70, besmet met wat ik las en hoorde over de jaren ’60, toen ik alle muziek die er toen was wel inzoog maar een grotendeels keurig, schools en kerkelijk bestaan leidde in het toen, vergeleken met Amsterdam, stille Enschede in het oosten van Nederland. De grote strijd om de vrijheid zou pas in het studentenbestaan bij mij losbarsten.

Nu, een kleine halve eeuw later, lees ik iets wat mij sterk doet denken aan mijn jeugd. In een interview in de NRC vertelt Jan Leyers, een Vlaamse journalist van mijn generatie, hij is 5 jaar jonger, hoe hij na eerder een tocht door het Midden-Oosten te hebben gemaakt, nu vier maanden lang tien Europese landen bezocht om daar moslims te spreken en te begrijpen. Hij ontmoette traditionele gelovigen en bekeerlingen, orthodoxe en liberale moslims, islamleraren en imams. Hij vroeg ze hoe ze de toekomst zien, waarvan ze dromen, wat ze hopen, wat ze vrezen. ‘En,’ zegt hij, ‘ik wilde ontdekken wat ik daarna zelf nog zou hopen en vrezen.’ Wat ik in een uitgebreide recensie lees over zijn boek Allah in Europa maakt me uitermate nieuwsgierig. Ik lees dat er geen moslims zijn die zitten te wachten op een Europese versie van de Islam. Ik lees over de angst van de moslims in Europa, over de verschillen tussen Engeland, Frankrijk en Duitsland. In  Frankrijk voelen moslims dat de revolutionaire idealen van vrijheid, gelijkheid en broederschap voor iedereen behalve voor hen gelden. In Groot-Brittannië lopen agenten met een hoofddoek en vrouwen met een nikab. Daar kan het wel. In Duitsland gaat het op kousenvoeten eigenlijk vrij goed. Enzovoort, enzovoort.

Maar dan komt het over de verschillen tussen islam en christendom. Waar bij de laatsten twijfel al decennia gewoon en getolereerd is, is het dat niet bij moslims. De koran is het letterlijke woord van God en dus onaantastbaar. Jongeren die er niet meer in geloven, moeten noodgedwongen afscheid nemen van ouders en familie en leven als verschoppelingen. Zelfs in een land als Hongarije waar om historische redenen veel hoogopgeleide moslims wonen, is er deze sterke en strenge scheidslijn tussen geloof en ongeloof. Eigenlijk net zo stevig als die tussen mannen en vrouwen. Alleen in Bosnië is er zichtbare beïnvloeding van christenen in de leefstijl van moslims, maar dat komt omdat de islam daar al vijf eeuwen aanwezig is.  Als ik dit lees, spoort dat met mijn opvatting en denk ik voor de zoveelste keer: zie je wel, de moslims zijn nog onderweg en nog niet daar waar wij, christenen en seculieren in deze samenleving al zijn. Maar dan komt het. Aan Jan Leyers wordt gevraagd: ‘Is de westerse cultuur zoveel vrijer en beter?’ En dan zijn antwoord:

Hij antwoordt: ‘Bevrijding is beter dan beperking, dat is mijn geloof. Maar ik besef dat het heel westers is om de dingen zo te zien. Sterf, oude waarden. De oplossing ligt in de toekomst, niet in een oud boek. Maar dat is aan het veranderen. Steeds meer mensen kijken met een bang hart naar de toekomst. Er is veel getob in de westerse hoofden. Ja, wij individuen mogen over alles beslissen. Maar we moeten ook overal over beslissen. Weet je hoeveel stress ons dat oplevert? Kijk naar de top-10 non-fictie boeken: allemaal zelfhulp. Iedereen voelt zich constant tekort schieten: Eet ik gezond? Beweeg ik voldoende? Uit ik mijn gevoelens genoeg? Mijn vader zaliger heeft zich die dingen nooit afgevraagd.’ En hier raakt wat deze journalist zegt aan waar ik mee begon. Laat ik zeggen dat niet alleen de islam maar ook de praktijk van het orthodoxe christendom je van een hoop getob en dagelijkse keuzestress afhelpt. En daar loop ik nu over na te denken. De vrijheid die ik en hele generaties Europeanen zo hebben nagestreefd, is ook maar relatief. De dagelijkse ordening van mijn ouders, kinderen van hun tijd, was zo gek nog niet. Als je denkt dat je je bevrijdt hebt van knellende godsdienstige banden en het land van de vrijheid hebt bereikt, liggen nieuwe vormen van slavernij op de loer. En als zo vaak moet ik denken aan de oude woorden van de Prediker over al dat gezwoeg, al die idealen die verkruimelen, al die godsdienstwaan en evengoed, dat wist de Prediker nog niet, areligieuze dwaasheid die denkt te weten dat de totale vrijheid binnen bereik ligt.

 

 

 

Terug naar overzicht…