Pray for Paris?

Door Aart Mak

Ja, vorige week vrijdagavond de dertiende. Ik weet nog en zal over jaren nog weten waar ik was toen ik het vreselijke nieuws las op mijn smartphone, in de trein terug naar huis, na een fantastische avond van het Nederlands Danstheater in de Schouwburg van Amsterdam. En in de uren en de zaterdag erna leek het alsof het eerst nog gedimde licht steeds verder werd opengedraaid. Schokkend, schrijnend en pervers. Het leek die zaterdag alsof iedereen in de rustige provinciehoofdstad waar ik woon er door geraakt was. Het gewone leven voelde ongewoon aan, angstig, beschamend zelfs. En natuurlijk, je wilt wat, je moet wat om je machteloosheid niet als een verstikkende deken je hele huid te laten bedekken. Ik deed mee met Pray for Paris op Facebook. Als een hartenkreet, een schietgebedje, God nog aan toe, dat dit gebeurt! Het was zo gemakkelijk mij te verplaatsen in die mensen daar, ik kom vaak in Parijs, ik ken de terrassen, zelfs de buurt om het Stade de France. En als iedereen dat doet, boosheid en tegelijk intens verdriet laten zien door al dat delen van Pray for Paris of het inkleuren van je foto met de Franse vlag, dan helpt dat een beetje. Als een hartgrondig protest, samen met velen, als een misschien wel gemakkelijke maar o zo nodige blijk van mens-zijn. Want je verstoppen, doen alsof er niets aan de hand is, is net doen alsof dit geweld normaal is en in die schijnwereld wil ik niet leven.

Maar toen begonnen her en der op de sociale media de echt gelovige kreten op te komen. Collega’s en anderen schreven ‘Kyrie’ en ‘Heer, ontferm U’. Op bepaalde websites begonnen mensen over God en geloof te schrijven en hoe dat nu zat met het kwaad. Hele verhalen, discussies zelfs, christelijk gedoe zeg maar, o.a. op www.mijnkerk.nl Dat gebeurde al snel, de dagen na 13 november. Toen brak er iets van binnen bij me. Nu over God gaan discussiëren is een soort vloeken. ‘Kijk niet weg!’ riep ik in mijn eentje. De kater die toevallig in mijn buurt zat, was de enige die het hoorde. Ik had geen zin om me in die virale gesprekken te mengen. Ik doe dat nu eigenlijk, ongeveer een week later, nu de mensen die zijn overhoop geschoten gezichten hebben gekregen, de verhalen loskomen over wie ze waren en hoe ze gestorven zijn. Met tranen in mijn ogen heb ik gelezen over de mensen die op de grond lagen in dat theater, wat ze zeiden tegen wildvreemden, hoe sommigen anderen beschermden met hun lichaam. Ik zag het filmpje van de Franse vader die aan zijn zoontje antwoord geeft op al diens vragen over deze moordpartij. En ik wist het: kijk en luister naar deze mensen, kijk en luister goed en laat god erbuiten.

Natuurlijk, ik houd mijn hart vast. Ik ben bang voor wat komen gaat. De immer onzekere François Hollande doet mij erg denken aan Georg Bush junior indertijd, na 9/11 in 2001. Deze wankelmoedige mannen overschreeuwen zichzelf en er zal alleen maar meer onheil van komen, nu net als toen, toen de Amerikanen in hun zoektocht naar de schuldigen hele bevolkingsgroepen in het Midden-Oosten angst en een hartgrondige haat tegen alles wat westers is bezorgden. In deze kettingreacties van gewelddadigheid verdampt elke gedachte over god. Ik denk dan aan de vroege voorjaarsbloem die zich schielijk terugtrekt als er na de prille lentewarmte toch weer een ijskoude noordenwind over het land jaagt. God is voor andere momenten. En helemaal niet geschikt als theoretisch modelletje om catastrofes als Parijs november 2015 te verklaren. Waar het wel om gaat, is om mensen. Het gaat om de mensen die er ineens niet meer zijn, met al hun ongebruikte talent en levenslust, om de mensen die zonder hun liefste medemens alleen verder moeten, om de ernstig gewonden die voor hun leven  verminkt zijn en om de mensen die dit veroorzaakt hebben, in hun gekrenktheid en koude haat. Daar hebben wij onze handen vol aan. Daar, net als bij het opvangen van al die vluchtelingen, gebeurt het, de passie, de barmhartigheid, de overwinning van angst, de liefde. Daar gebeurt alles waar christenen vanouds voor gaan: medemenselijkheid, mededogen en hoe je het kwaad overwint door het goede te doen. Maar daar hoeft nu even niet het woordje god bij gebruikt te worden.

Waarom niet? Omdat gelovigen zich zeker nu niet moeten onderscheiden van anderen. De mensheid is eraan toe, zie de sociale media, om universeel te worden en één en dezelfde taal te spreken als het gaat om wat wij met elkaar willen op deze aarde. En ook niet omdat de naam god in handen van deze moordenaars misbruikt werd, als overigens al zo vaak gebeurd is. Laten we, stel ik voor, god een koosnaam geven. Wat dacht u van: liefste? En  laten we afspreken dat, als we dat zeggen, liefste, we één van onze medemensen aankijken. Dat lijkt me ruimschoots voldoende, helemaal passend bij het beste uit de oude joodse, christelijke en ook islamitische traditie en vooral voor geen misverstand vatbaar.

Terug naar overzicht…