Familie

Door Ds. Aart Mak

Een Amerikaanse antropologe, mevrouw Sara Blaffer Hrdy, vermoedt dat de mens op den duur steeds minder empathie voor zijn soortgenoten zal opbrengen. Met andere woorden: de mens wordt steeds meer een eenling en hij wordt er jegens zijn medemensen niet aardiger op. De antropologe, dat is dus iemand die onderzoek doet naar de menselijke soort, signaleert namelijk dat in vroeger tijden, zowel heel vroeger als nog niet zo lang geleden, baby’s door zowel eigen moeders als grootmoeders, tantes en oudere zussen werden grootgebracht. Kinderen gingen vanaf de geboorte letterlijk van hand tot hand. Dat leidde ertoe dat mensen indrukwekkende sociale voelhorens ontwikkelden. Een mensenkind leerde in oudere tijden en in alle culturen als vanzelf om sociaal te zijn en rekening te houden met anderen. Interessant in het verslag over haar werkzaamheden vond ik trouwens ook de opmerking hoe belangrijk oude vrouwen zijn voor het voortbestaan van de soort. Zij ontwikkelen, nog zo’n dertig jaar na de menopauze, een enorme kracht en levenswijsheid waardoor moeders en de hele gemeenschap geholpen worden in het dagelijkse gevecht om het voortbestaan van de soort.

Dit is allemaal antropologentaal. Als zo iemand over de mens gaat schrijven, voelt een mens zich al gauw als een dier in Artis dat bestudeerd wordt en waar vervolgens een bordje met de naam, de biotoop, de eetgewoonten en hoe je je voortplant vermeld staan. Waar het me omgaat zijn de waarneming en voorzichtige conclusie van Sara Hrdy dat kinderen van nu haast narcistisch, dus erg op zichzelf gericht zijn, omdat ze niet of haast niet door anderen dan hun eigen ouders worden grootgebracht. Mocht u het woord nog kennen, het iktijdperk, een begrip dat ontstond aan het begin van de jaren ’80 van de vorige eeuw, gaat steeds meer vorm aannemen. Met dit woord wordt uitgedrukt dat het individu meer de eigen belangen dan de gemeenschappelijke belangen in het oog heeft. Historisch gezien hoort de ontwikkeling van het ik bij de tijd van emancipatie. Overal ter wereld zie je dat mensen die uit agrarische samenlevingen vandaan komen, bijvoorbeeld in hun verhuizing naar de stad, de familie en de codes van de familie gaandeweg loslaten, om steeds meer een ik te worden, een individu dat haar of zijn eigen weg wil gaan. In alle Nederlandse families is dit proces aan te wijzen. Het heeft zeker ook met welvaart, ontkerkelijking en verdergaande democratisering te maken. Politieke partijen als D’66 en het huidige Groenlinks zijn typische vertegenwoordigers van het iktijdperk.

Ik moest aan dat alles denken toen ik de afgelopen week zo’n anderhalf uur aanwezig was bij een intensief en bij vlagen heftig gesprek over ‘voltooid leven’. Dat is een begrip dat de Nederlandse vereniging voor vrijwillig levenseinde (NVVE) gebruikt. Daarmee geeft zij aan dat mensen in deze samenleving, als ze zelf vinden dat ze klaar zijn met het leven, voltooid leven dus, een einde aan hun leven mogen laten maken. Daar moet dus wettelijke hulp voor zijn, aldus deze vereniging, zonder strafvervolging en het liefst zou die hulp niet van medici moeten komen maar van een speciale daartoe opgeleide groep hulpverleners. U herinnert zich misschien ook de groep prominente Nederlanders, zoal Frits Bolkestein, Hedy d’Ancona en Paul van Vliet, die eerder dit jaar hetzelfde bepleitten onder de naam UVW, Uit vrije wil. Hier is, merkte ik ook aan de discussie in een Haarlems café, de geëmancipeerde mens aan het woord, de vrije mondige burger. Daar heb ik niets tegen, ik ben er zelf ook een. Opmerkingen als deze klonken: ‘Ik mag toch zelf weten wanneer ik eruit stap?’ ‘Waarom moet de overheid zich hiermee bemoeien?’ ‘Als ik niet langer wil leven, zou ik niet weten waarom en voor wie ik langer moet leven.’ Conclusie van vrijwel alle aanwezigen in dat café: dat moet kunnen en laat de politiek dat gauw mogelijk maken...

Ik ben niet iemand die God of Gods geboden er dan bij sleept. Wat je zelf gelooft, is niet  bedoeld om aan anderen op te leggen, zeg ik nu maar even. Maar ik heb wel andere bezwaren. Die hebben te maken met het bestaan van een samenleving die naar mijn idee bij de ik zeggende burger uit beeld raakt. Want als wij nu met elkaar afspreken dat je met hulp van een ander je leven mag beëindigen als je er geen zin meer in hebt, wat zal dan de mening gaan worden over de mensen die daar niet aan mee willen doen? Ik heb het over mensen die langer willen leven en het verlies aan kwaliteit van leven voor lief nemen om wat voor reden dan ook. Begrijp mij goed, ik heb het niet over ondraaglijk en uitzichtloos lijden, maar over iemand die het welletjes vindt, ook al is hij nog aardig goed van geest of lichaam. En hoe is dit voor de hulptroepen? Hoeveel jonge mensen willen er geen arts, brandweerman of politie worden? Het redden van levens is daarbij een sterk motief. Maar wat doet het mensen om anderen aan hun eind te helpen? Bij ondraaglijke, uitzichtloze ziekte is het barmhartig. Maar bij alleen maar voltooid leven in de ogen van degene die wil sterven, is het m.i. een aanslag op de psyche van de hulpverlener.

Ik vermoed dat ik nu slechts wat kanttekeningen maak bij een onomkeerbaar proces waar mevrouw de antropologe al op duidde. Ik ervaar de behoefte van een meerderheid in het parlement om het koningschap in Nederland ceremonieel te maken als een andere uiting van hetzelfde proces. Want al die mondige, alles zelf bepalende mensen willen het leven maakbaar hebben. En daar hoort een koningschap, erfelijk - je hebt er dus niet goed vat op-, ook niet bij, zelfs als er sprake is van een intelligente en wijze koningin die haar weinige macht alleen gebruikt als de politici onderling vastlopen. De ouderwetse drieslag God, Nederland en Oranje heb ik altijd een vreemde kreet gevonden. Het blijkt ook niet meer dan een fraaie, door mensen als Groen van Prinsterer in het leven geroepen mythe te zijn. Maar een beetje wijsheid als erfenis van het verleden, of goede raad van iemand die buiten de partijen staat, is toch iets wat elke samenleving nodig heeft? Of, in het geval van euthanasie, enig besef dat het leven gegeven is en dat je ook als individu je verantwoordelijkheid draagt voor een samenleving van sterken en zwakken, van ouderen en jongeren, van zieken en gezonden, is toch niet dwaas? Beschaving is in mijn ogen de mate waarin je elkaar beschermt, zorg draagt voor de zwakken en niemand veronachtzaamt. Ik zeg dit alles aarzelend. Ik ben een kind van deze tijd. Maar ook iemand met de sterke drang niet zomaar weg te doen wat vorige generaties aan waardevols en waarachtigs tot stand hebben gebracht.

Met muziek van Grieg aan het begin (Holberg Suite) en Rachmaninoff aan het eind (einde 1e deel van zijn 2e pianoconcert). Verder hoorde u muziek van Manfredini en gezang 380 uit het Liedboek van de kerken. Gelezen werd uit Psalm 116. Het gebed kwam uit de bundel Bij gelegenheid (II) van Sytze de Vries.

Terug naar overzicht…