Stad

Door Ds. Aart Mak

In de grote stad Madrid, hoofdstad van het voormalige Spaanse wereldrijk, het rijk waar de zon nooit onderging volgens keizer Karel V, zijn op dit moment de Wereld Jongerendagen aan de gang. Dat praat je gauw over om en nabij een miljoen jongeren die zich daar uit alle windstreken van de wereld verzamelen en zich tot en met vandaag een aantal dagen onderdompelen in de katholieke sfeer. Ook paus Benedictus XVI is er, zelf toch bepaald geen jongere, maar wel hoofd van zijn kerk, plaatsbekleder van Jezus Christus op aarde, staatshoofd van Vaticaanstad en bisschop van Rome. En na vandaag gaat deze geleerde Duitse paus weer terug naar zijn staatkundig autonome paleizen, die zich bevinden binnen de grenzen van de eeuwige stad zoals Rome ook wel wordt genoemd. En zo reist ook deze paus, zij het iets minder dan zijn voorganger Karol Woytila, paus Johannes Paulus II, de hele wereld over en gaat dus regelmatig van stad naar stad. Dat zeg ik bewust zo omdat dat aan van zijn verre voorgangers doet denken, die veel te voet reisde in een landstreek waar in die tijd de steden de grootte hadden van een brinkdorp in Drenthe. En ik zeg het zo omdat ik op de radio een aardig verhaal hoorde over de hoofdsteden van de wereld. Het werd verteld door de volgens mij goedlachse Amsterdamse wetenschapper Herman Beliën.

In Japan namelijk is de hoofdstad Tokyo zo groot geworden - een inwonertal van 30 miljoen werd genoemd -, dat men daar probeert de stad Osaka ook wat bestuurlijke taken te geven. Ik begreep dat het nog niet zo gemakkelijk was om bijvoorbeeld het Japanse parlement naar die 500 kilometer verderop gelegen stad te verplaatsen. Dergelijke hele of halve  verhuizingen van hoofdsteden hebben wel vaker plaats gevonden. Zo was tot diep in de 19e eeuw de stad Kyoto de hoofdstad van dat zelfde Japanse keizerrijk. En in Brazilië besloten ze ooit niet meer Rio de Janeiro als hoofdstad aan te houden maar een nieuwe stad te stichten, precies in het geografische midden van dat immense land. Dat is dus Brasilia geworden, een in korte tijd opgebouwde, grote stad op een hoogvlakte in wat ooit een en al verlatenheid was. Sommige landen hebben eigenlijk twee hoofdsteden, zoals Nederland, waar ooit Lodewijk Napoleon bepaalde dat het Amsterdam moest zijn, maar waar de politieke macht zich toen al concentreerde in Den Haag. In Zuid-Afrika hebben ze zelfs drie hoofdsteden kun je zeggen, Kaapstad, Bloemfontein en Pretoria. De laatste stad is te vergelijken met het kleine en ooit zeer landelijke Washington D.C. dat in 1791 tot hoofdstad werd gebombardeerd om alle partijen te verzoenen. Iets vergelijkbaars gebeurde ook in Australië, waar niet de grote steden Sydney en Melbourne maar het kleine Canberra werd uitverkoren om hoofdstad te worden van dit continent. En wat te denken van de verweesde stad Bonn, ooit de hoofdstad van West-Duitsland, een stad die haar positie moest afstaan aan het grote Berlijn toen de muur viel en de beide Duitslanden zich herenigden?

Ik vertel dit allemaal ook omdat wij in dit kleine land de afgelopen week weer driftig discussieerden over Europa. Natuurlijk willen oer-Hollandse mensen dat wij geen cent te veel betalen en liefst zo min mogelijk lenen aan Athene of aan Lissabon. En al wat langer klinkt er regelmatig groot gemor op uit het parlement als het gaat over Brussel en Straatsburg en wat dat wel niet kost, al dat gereis van ambtenaren en politici. Er zijn partijen die niets van Europa moeten weten en alles wat van buiten naar binnen komt aan mensen en wat van binnen naar buiten gaat aan geld, bij voorbaat met wantrouwen en afwijzing bejegenen. Dat is een soort nationalistisch egoïsme dat nog het meest lijkt op de rijke boer die elke vreemdeling van zijn erf afjaagt omdat hij denkt dat hij het alleen wel afkan. Maar ook in de mildere politieke opstellingen is Europa een omstreden gespreksonderwerp. Zolang het ons voordeel oplevert – en dat doet al jaren, is het prima, maar zodra wij zeggenschap verliezen over het eigen huis, is het niet goed. Een typische overgangssituatie die nu helemaal schrijnend aan het licht komt door de halfslachtige afspraken die ooit gemaakt zijn over de nationale huishouding van landen die meedoen aan de euro.

We zullen, of we het nu willen of niet, toe gaan groeien naar de Verenigde Staten van Europa. En Nederland zal haar eigen taal behouden, nog steeds zingen van de blanke top der duinen en een eigen regeringscentrum hebben, maar het grote werk wordt elders gedaan. Dat gebeurt namelijk in feite al. Als mevrouw Merkel bij mijnheer Sarkozy op bezoek gaat, worden de grote lijnen door Berlijn en Parijs getrokken. Allerlei wetgeving wordt nu al gemeten naar wat in Brussel is afgesproken. Wij rijden al door bij de grensposten waar vroeger nog douaniers ons aanhielden. Onze hele economie draait dankzij de export. Vrijwel alle jongeren reizen door Europa en studeren of lopen stage over de grens. Het Engels is allang de tweede taal van alle Europeanen geworden en dus kunnen ze elkaar verstaan en samenwerken. Wat mij betreft wordt Amsterdam de provinciehoofdstad van de Europese provincie Nederland. Daar wordt het echt niet lelijker of minder aantrekkelijk van. Burgemeester Van der Laan blijft namelijk precies hetzelfde doen. Dat geldt ook voor onze landelijke politici, die blijven het zelfde doen. Want terwijl wij ons ergeren aan of ons vermaken met het verbale gehakketak in het parlement, worden er op voor ons onzichtbare plekken knopen doorgehakt en maatregelen genomen. Dat is nu al zo. Vergelijk hoe België draait terwijl daar nog steeds geen nieuwe regering gevormd is.

Wie even kijkt naar de hoofdsteden van de wereld, ziet al snel hoe de geschiedenis al wat groot en sterk lijkt te zijn, relativeert en ziet dus ook dat de macht die zich concentreert rond een hoofdstad betrekkelijk en voorbijgaand is. Rome mag dan wel de eeuwige stad worden genoemd, maar het is wel de hoofdstad van het voortdurend wankelende, net niet in verval rakende Italië. Madrid is prachtig, maar zolang Sinterklaas daar nog zijn paleis heeft, weet ik ook niet zeker of die stad wel echt bestaat. En een beetje verstandige christenen hebben allang begrepen dat zij zich niet moeten blindstaren op het huidige Jeruzalem als de stad van vrede. De hemel beware ons zelfs daarvoor. Het is beter, niet alleen in de politiek maar ook in het geloof, je idealen niet te verbinden met heilige plaatsen en zogenaamd eeuwige of heilige steden. Dat leidt alleen maar tot geweld. Niets is heilig, geen steen, geen stad, geen land en geen grenspaal. Het niet heilig verklaren van alles, behalve van een mensenleven, elk mensenleven, ook in Somalië, is voor de mensheid de enige manier om iets te begrijpen van de grenzeloze goedheid van degene die wij in welke taal dan ook God noemen.

Met muziek van Grieg aan het begin (Holberg Suite) en Rachmaninoff aan het eind (einde 1e deel van zijn 2e pianoconcert). Verder hoorde u een muziek van Purcell en gezang 114 uit het Liedboek van de kerken. Gelezen werd uit Hebreeën 11: 9-10 . Het gebed kwam uit de bundel Bij gelegenheid (II) van Sytze de Vries.


 

Terug naar overzicht…