Pesten

Door Ds. Aart Mak

Pesten. Onmiddellijk denken we dan aan kinderen, schoolpleinen en opgroeiende jongeren. Het is van alle tijden, maar tegenwoordig hebben we wel geleerd er zo snel mogelijk paal en perk aan te stellen. Ieder die denkt dat pesten een beetje plagen is en dus niet erg, moet weten dat plagen iets spontaans is, meestal niet lang duurt en leuk of grappig kan zijn. Pesten daarentegen is wanneer een iemand voortdurend getreiterd wordt door altijd weer dezelfde persoon en zelfs groep. Het ene kind is zwak en legt voortdurend het loodje tegen een sterker iemand. En omdat dat laatste kind rad van tong en vaak populair is, durft niemand er wat van te zeggen en wordt het voor het gepeste kind een hel. Iemand die pest wil pijn doen, kwetsen en vernielen. Iemand die gepest wordt, wordt eenzaam, onzeker en voelt zich buitengesloten.

Wie ooit als kind echt gepest werd, heeft jaren nodig om zelfvertrouwen te krijgen en niet meer schuw in gezelschappen rond te lopen. Het zijn de volwassenen die er snel als een geslagen hondje uitzien, zich schielijk terugtrekken zodra mensen boos worden en nog steeds stotteren als hun vriendelijk gevraagd wordt ergens bij te willen horen. Gelukkig is er de laatste jaren veel aandacht voor pesten onder kinderen in onderwijskringen. Er zijn goed werkende programma’s ontwikkeld om het pesten op scholen tegen te gaan. Hier kunnen onderwijzers en leraren een bepalende rol spelen door goed op te letten en snel in te grijpen. Ik zal u eerlijk zeggen dat ik weet wat pesten is, niet als slachtoffer maar als dader. Er waren een of twee klasgenoten altijd het haasje. Waarom? Ik zou het niet meer weten. Omdat ze anders roken, er zielig uitzagen, niet goed uit hun woorden kwamen en soms zelfs ook door de meester voor schut werden gezet. Het heeft mij toen al veel schaamte gegeven. Ik deed niets, ik liet het begaan of deed mee en wist dan ook niet altijd van ophouden. Maar ik was dan ook iemand die na afloop het slachtoffer wilde verzorgen. Ik zag dat we te ver waren gegaan en dan kwam de hulpverlener in mij boven. Mafketel die ik was, heen en weer geslingerd tussen de behoefte erbij te horen en de christelijke moraal van thuis.

Over pesten gesproken. Er zijn steeds meer mensen die zeggen dat niet alleen kinderen maar vele volwassenen er tegenwoordig ook last van hebben en er vooral graag zelf aan doen. En nu bedoel ik niet het autootje pesten waar de grootste krant van Nederland altijd vol van staat. Freek de Jonge zei onlangs dat de samenleving steeds meer afbrokkelt en dat de mensen die een dam zouden moeten opwerpen, eerder geneigd zijn tot pesten dan tot opbouwen. Interessante opmerking, hij maakte haar in de Anton de Kom lezing. De vraag is: heeft hij gelijk? Misschien. Theo van Gogh is het voorbeeld van iemand die nooit boven het niveau van pesten is uitgekomen. Deze in 2004 vermoorde kwajongen wordt als een held gezien door degenen die vinden dat je overal altijd alles moet kunnen zeggen. Het ‘recht op kwetsen’ werd dat zelfs indertijd genoemd door Hirsi Ali toen er zo’n rel ontstond over de Deense cartoons. Maar je zou het evengoed de vrijheid om te pesten kunnen noemen. In de Tweede Kamer wordt tegenwoordig de ene na de andere motie van wantrouwen ingediend. Ook deze week weer, of het kabinet nu wel of niet valt, was het een pandemonium van meningen en vooral pogingen om iemand onderuit te halen. Dat is tot daar aan toe, dat hoort bij de Tweede Kamer, maar wie het even volgt, krijgt plaatsvervangende schaamte voor het kinderachtige gehakketak, het vliegen afvangen en het armzalige niveau.

Misschien is dat wel wat ons allemaal dwarszit: waar is het niveau gebleven? En dan niet alleen het beschavingsniveau dat zich verraadt in bevlogen verhalen door mensen met een visie, maar ook het niveau van omgang met elkaar. Er wordt tegenwoordig campagne gevoerd om ons eraan te herinneren dat je ook aardig voor elkaar kunt zijn. Alsof we dat vergeten waren! Er lijkt iets helemaal scheefgegroeid in deze samenleving. Het beeld wordt versterkt door mensen van wie je het vroeger niet zou verwachten, die frauderen of zichzelf verrijken. In het verkeer is het een gejakker waarbij er zelfs irritatie ontstaat als iemand met pech aan de kant van de weg staat en de anderen tot uitwijen dwingt – denk aan het gepeste kind aan de rand van het schoolplein. Vroeger keek je naar de samenleving van Noord-Amerika en verwachtte je dat het hier in Europa nooit zo zou worden, zo hard, zo materieel en zo ik-gericht. Wat een naïviteit! In dit land worden ook afrekeningen gehouden door criminele bendes en moeten burgemeesters zich de haat en de hoon van hun stadsbewoners laten welgevallen.

Hoe anders is dan, na het soms angstaanjagende carnaval van de huidige samenleving – ieder doet maar wat, ieder roept maar wat en doet net of dat leuk is -, de stille tijd die nu aangebroken is, vanaf vandaag nog bijna veertig dagen lang. Ik las over de Amerikaanse theoloog Stanley Hauerwas en hoe hij maar één weg voor de kerk ziet. Afzien van elke vorm van macht en doen wat Jezus heeft geleerd en voorgeleefd. De kerk is geroepen, desnoods als enige in de samenleving die geen samenleving is, tot een gemeenschap van vrede, van liefde, van dienst, van bereidheid tot lijden en zelfopoffering. Dat doet die kerk niet vanwege bepaalde principes en helemaal niet om op te vallen. Zij doet dat omdat in haar midden, desnoods als enige, de verhalen van Jezus en de martelaren worden verteld, van overgave en liefde. En dan volgt er een mooie uitspraak: ‘In die gemeenschap worden de mensen niet herinnerd als helden maar als martelaren, getuigen omwille van het geloof.’ Deze gemeenschap is volgens de in 1940 geboren theoloog het tegenbeeld van de moderne samenleving waarvan de Verenigde Staten het schoolvoorbeeld zijn. En inmiddels dus ook in toenemende mate Nederland, voeg ik eraan toe.

Het is letterlijk en figuurlijk weer eens tijd om te bedenken hoe ieder die probeert Jezus na te volgen, niet alleen inwoner is van het Koninkrijk der Nederlanden, maar ook een soms geheim lid van een volkomen alternatieve gemeenschap die de kerk op haar beste momenten is. Ook al wordt zij vervolgd, terzijde geschoven z`of, inderdaad, gepest.

Met muziek van Grieg aan het begin (Holberg Suite) en Rachmaninoff aan het eind (einde 1e deel van zijn 2e pianoconcert). Verder hoorde u een concert van Manfredini (fragm.) en gezang 178 uit het Liedboek. Gelezen werd uit 1 Samuël 3: 1-3. Het gebed kwam uit de bundel ‘Bij gelegenheid (II)’ van Sytze de Vries.

Terug naar overzicht…