Allergie

Door Ds. Aart Mak

Sinds een paar maanden heeft mijn zoon geen werk meer. Hij werd te duur voor het horecabedrijf waar hij werkte. Hij is dus sinds zijn vertrek daar driftig op zoek naar iets anders en merkt bij zijn sollicitaties dat hij niet de enige is die een baan zoekt. Hij behoort tot een groeiende groep mensen zonder betaald werk. Op dit moment zouden dat er zo’n 519.000 zijn, dat is 6,6 procent van de beroepsbevolking. Er zijn weinig gegevens in de maatschappij die al sinds jaar en dag nauwkeuriger worden uitgedrukt dan het aantal mensen zonder werk. Tegelijk zijn het cijfers die hollend achter de feiten aanlopen. Wat te denken van simpele, karig betaalde banen waar vijftig, zestig mensen op afvliegen? En van de grote groep ZZP’ers die veel minder om handen hebben aan werk dan ze zouden willen en wenselijk is om het hoofd boven water te houden? En van vrouwen die op dit moment geen aanbod zien om vanaf de zijkant in te stromen, zoals dat zo beeldend heet? En toch behoort Nederland tot de Europese landen met de laagste werkloosheid. Alleen Oostenrijk schijnt wat dat betreft beter te draaien. Terwijl Spanje de kroon spant met een kwart van de beroepsbevolking die werkloos thuis zit.

Werkloosheid is iets vreemds. Om te beginnen is het een verkeerd woord. Al decennia geleden stelde mensen als Okke Jager voor om niet van werkloosheid maar van baanloosheid te spreken. Overal zijn mensen aan het werk, loop maar binnen in de verpleeghuizen, opvanghuizen, scholen  en kinderdagverblijven. Veel mensen die daar bezig zijn, worden er niet voor betaald. Maar ze verzetten bergen werk als het gaat om aandacht voor anderen, dagelijks weerkerende klussen, de sfeer in een instelling en de continuïteit van allerlei  maatschappelijke instellingen. Dat noemen we dan vrijwilligerswerk, terwijl ik talloze vrijwilligers ken die ermee omgaan als een verplichting, weliswaar een ereplicht, maar vooral ook een verantwoordelijkheid in een netwerk van afspraken en mensen die op je rekenen. Terwijl er tegelijkertijd betaalde banen zijn die zo kauwgum kauwend, lomp en onnadenkend worden ingevuld, dat elke betaalde euro boven bijstandsniveau mij weggegooid geld lijkt.

Tegelijk is het hebben van een baan of eigen bedrijf veel meer dan het krijgen van geld alleen. Werken is meer dan een manier om aan de kost te komen. Het is een uitdrukking en, als het goed is, ontwikkeling van je talenten. Een baan hebben is ook in de meeste gevallen een manier om ergens bij te horen. Bij mensen die gelukkig zijn in hun werk, is het loon of salaris een prettige bijzaak. Hun geluk ligt in hun dagelijkse bezigheid, zoals het contact met klanten, het ontwerpen of maken van een product, het verlenen van een dienst, het oplossen van een probleem of het netjes en veilig van A naar B rijden van een bus met passagiers. Werk kan zelfs zo belangrijk worden dat het voor het meisje gaat. Dat is een ouderwetse en vriendelijke uitdrukking, stammend uit de tijden dat je met de fiets en een broodtrommeltje onder de snelbinder, je dagelijkse brood verdiende.  Tegenwoordig gaat het allemaal een aantal slagen sneller en zien we vooral workaholics, mannen en vrouwen die zelfs geen tijd hebben om het geld dat ze verdienen uit te geven. Maar geen werk hebben, zoals het nog steeds heet, lijkt in de veranderende maatschappij een constante te zijn. Een baan hebben zelfs een baantje, genereert niet alleen geld, maar geeft ook enige status. Geen baan hebben, ook al loop je de hele dag achter rolstoelen, leidt voor de meeste mensen tot enige schaamte en voelt voor sommigen alsof je een profiteur bent.

Over werk gesproken. De afgelopen donderdag stond er een intrigerend verhaal in het dagblad Trouw over iemand die geen priester meer was. Op z’n 23e was hij priester gewijd. Nu, op z’n 40e, werkt hij bij een callcenter en woont hij samen met een vriendin. En het was niet de liefde die hem zijn baan in de kerk deed opzeggen. De man, Stefan van Dierendonck, had een ernstige glutenallergie. Hij ontdekte dat elke molecuul tarwemeel zijn ingewanden overhoop haalde en hem doodziek maakte. Terwijl hij als priester, staande achter het altaar, verondersteld werd de hostie, bestaande uit tarwemeel, op te heffen, de oude woorden uit te spreken en het als lichaam van Christus tot zich te nemen. Als hij begrijpt dat hij coeliakie heeft, glutenintolerantie, vraagt hij de bisschop van Den Bosch om een alternatief. Hostie van rijstmeel of van mais. Maar de bisschop is onverbiddelijk. Een hostie moet van tarwemeel zijn. Dat had Thomas van Aquino in de dertiende eeuw ooit zo opgeschreven en in de negentiende eeuw was het als canonieke waarheid vastgelegd. In het geval van Stefan hielp ook een glutenarme hostie niet. Het beetje tarwe daarin maakte hem nog steeds ziek. En toen zette deze priester een radicale stap. Weg uit de kerk. Zijn baan als priester opgezegd. Als ik het interview met hem goed begrijp, dan aanvaardt deze Stefan dat zijn darmen de waarheid vertelden over zijn baan die toen als roeping voelde. Een roeping die naar hij nu zegt, zijn persoon onderdrukte en hem weghield van wat hij echt nodig had. Wonderlijke, intrigerend verhaal.

Of uit deze korte beschouwing over werk, werkloosheid en glutenallergie een goed begin valt te destilleren? Het lijkt mij wel. Uit onverwachte hoek valt ons de waarheid in de schoot dat werk ook maar betrekkelijk is. Het moeten slikken van een hostie kan vergelijkbaar zijn met het werken met asbest. Sterker nog, wat goed is voor anderen, hoeft nog niet goed voor jou te zijn. Een mens is een wezen dat zich altijd dient los te maken van de verwachtingen die de omgeving van hem heeft. Anders kun je ziek worden. De moderne stress is ook een ziekte, in feite een soort allergie. Er zijn veel mensen die gevangen zitten in hun baan, hun gevoelens en behoeftes een tijd lang uitschakelen en dan tenslotte erbij neervallen. Het is ten diepste een moderne vorm van slavernij. Het is spelen met je gezondheid. Vandaag, zondag, is de eerste dag van de week. Die week begint dus met vrij te zijn. Daarna, maandag, zien we wel weer verder. Vandaag is dus een mooie dag dus om opnieuw te voelen wie je bent en na te gaan wat je ook al weer wilde. De godsdienstoefening die bij een dag als vandaag hoort, is ook daarom bedoeld, om een mens tot zichzelf te laten komen. En als je ontdekt dat je allergisch bent voor een bepaald geloof, dan stop je daarmee. Lijkt mij prima. God is groter dan godsdienst. En een mens meer dan zijn werk.

Met muziek van Desplat en Lane/Vitarelli. Verder hoorde u muziek van Purcell en gezang 213 uit het Liedboek van de kerken. Gelezen werd uit Galaten 5:1. Gebeden werd uit ‘Bij gelegenheid (II)’ van Sytze de Vries.


 

Terug naar overzicht…