God

Door Ds. Aart Mak

Dit is Een Goed Begin van acht jaar geleden. Toen was het programma net begonnen. En omdat het in deze vorm ook binnenkort zal stoppen, hoort u tot en met zondag 20 juli een aantal herhalingen. Uiteraard met enige aanpassing en met de huidige begin- en slotmuziek. Vanaf 27 juli is EGB weer actueel als vanouds.

Op de dinsdagavond dat de Nationale bijbeltest (van de EO en de NCRV) op de televisie werd uitgezonden en op dezelfde avond dat wij als protestanten al een paar eeuwen zeggen dat het hervormingsdag is, was ik ergens in de buurt van Haarlem en sprak met zo’n dertig mensen over God. Nou doet een dominee dat wel vaker – er zijn er zelfs die beweren dat dominees niets anders kunnen dan over god praten -, maar dit spreken over God was anders.

Laten we er voor het gemak eens van uitgaan dat veel kerkgangers en luisteraars naar deze zender weten over wie je het hebt als je het over God hebt. Dan valt al gauw een woord als openbaring, een begrip als de goede herder en uiteraard de omschrijving Vader in de hemel. En natuurlijk ook de naam van Jezus, om wie het in alle belijdenissen van het christelijk geloof scharniert.

Maar omdat we in toenemende mate leven in een tijd dat mensen niets van god of gebod afweten – nou, laat ik van dat gebod afblijven, dat weet ik niet zo goed, - niets van god afweten, niet zijn grootgebracht met bijbelse verhalen over Mozes, David, Elia en Jezus, en ook niet van tien geboden en bergrede weten, is het wel eens goed je af te vragen wat wij als christenen nu bedoelen als we god zeggen. Stel, je bent op een verjaardag of een receptie, of je zit in de kantine met je collega’s te lunchen, of je zit tegenover twee mensen in de trein met wie je aan de praat raakt, hoe leg je dan uit wat jij bedoelt als jij god zegt?

Veel mensen in Nederland zeggen wel dat ze geloven dat er meer is tussen hemel en aarde. Of dat er iets moet zijn. Of dat ze niet in toeval geloven of dat ze denken dat er na de dood toch nog wel een soort van verder leven is. Maar god? God is een ander verhaal. En daar wringt de schoen bij veel moderne Nederlanders. Bij God kunnen zij zich in elk geval geen iemand voorstellen, laat staan iemand die wat wil en dat op zijn manier ook aan je laat merken. En is God wel een Hij? Waarom niet een Zij? Met andere woorden: dat waar het christendom eeuwenlang van heeft geleefd, namelijk dat we over God spreken als een willend en persoonachtig wezen, als een Vader in de hemel van wie we zeggen dat in elk geval Jezus onthult hoe deze God denkt en doet, klinkt steeds vreemder in de woonkamer van het hedendaagse leven. En dat is het probleem.

Ik zal het nog anders zeggen. U heeft een gesprek met een gelovige moslim. En deze moslim zegt dat alles is zoals Allah het wil en dat je je over moet geven aan dood of leven. Wat denkt u dan? Dat Allah natuurlijk niet dezelfde is als de God van Israël en Degene die Jezus uit de dood heeft opgewekt? Of denkt u dat deze vrome moslim er een achterhaald fatalistisch idee van god op na houdt? Als u dat allemaal denkt, voelt u een beetje hoe een buitenstaander reageert op uw christelijke geloof. Aardig en fijn voor u, maar achterhaald en ongeschikt voor het moderne leven.

En omdat ik dus denk dat het wel mogelijk is op een gelovige manier in het moderne leven te staan en vooral ook in God te geloven, doe ik dus graag aan zo’n avond mee om te praten over God. Niet over wat God allemaal via profeten en apostelen heeft geopenbaard. Dat is meer voor de dienst op zondag, vind ik. Maar om een antwoord te krijgen op de vraag waarom het zinnig is om over god te blijven praten anno 2006. Juist met het oog op buitenstaanders en de moderne tijden. Ik ben dan iemand die al gauw een vergelijking trekt met de kunst. Kan een mens zonder kunst leven? Stel u voor, er zou geen Traviata van Verdi, 40e  symfonie van Mozart, kathedraal van Chartres, Nachtwacht van Rembrandt, toren van mijnheer Eifel of Denker van Rodin zijn. Er wordt bovendien niet meer gedanst of gespeeld. Natuurlijk, u kunt zonder. Kunst is enkel versiering. Maar niemand zou meer in de spiegel van het echte leven kijken. Alles zou gericht zijn op de vraag of het werkt en of het ergens goed voor is. Het leven als een machine en de mens als een wezen dat enkel produceert en consumeert. Meer niet. Het antwoord is natuurlijk dat wij ons geen leven zonder kunst met grote en kleine ‘k’ kunnen voorstellen. En zo is het met God ook. Mensen hebben zonder dat ze het altijd beseffen een gevoel van begrensdheid en verlangen naar meer, een weten dat alles sterfelijk is en tegelijk de vraag of er eeuwigheid bestaat, een besef dat alles opgaan, blinken en verzinken is, maar dat er ook opnieuw geboren wordt en een idee dat hoop merkwaardigerwijs doet leven. En veruit de meeste mensen hebben evengoed een verlangen dat alle onrecht en scheefgroei van deze wereld ergens ooit een halt worden toegeroepen en dat de slachtoffers een keer de beulen het nakijken zullen geven. Dat kunnen veel mensen een soort wensdenken noemen. Maar mijn punt is dat ik meen dat daarover nu net het christelijk geloof gaat. Het is de stem die spreekt van toekomst en vertrouwen. Het is dat wat zoveel mensen hoopten en wat hen gaande houdt om meer van het leven te maken dan wat alle egoïsme en materialisme je influisteren. En hoewel we ons bij God niets kunnen voorstellen, is het nog niet zo’n gek idee om je bij god in elk geval een gesprekspartner voor te stellen. Een praatpaal en vraagbaak van ieder mens dus. Dan moet je wel vragen durven stellen. En bereid zijn je in de rede te laten vallen. En je bij God iemand als Jezus voor te stellen. In elk geval om, a la Gerard Reve, de gedachte vast te houden dat ‘als God waarachtig leeft, Hij liefde is, en eenzaam, en dat, in dezelfde wanhoop, Hij mij zoekt zoals ik God.’

 

 

Terug naar overzicht…