God in Nederland

Door Aart Mak

Hoeveel mensen bezoeken wel eens een museum, al dan niet met een museumjaarkaart? Tien procent van de totale Nederlandse bevolking? Ik denk dat ik dan aan de hoge kant zit. Hoeveel mensen hebben een EHBO-diploma en zijn in staat bij calamiteiten eenvoudige hand- en spandiensten te verrichten? Drie jaar geleden waren er – zo lees ik ergens - 350.000 Nederlanders met een geldig diploma Eerste Hulp of met een certificaat van het Oranje Kruis. Dat is dus ongeveer 2 procent van de hele Nederlandse bevolking. Misschien dat we iets hoger scoren als het gaat om muziek. Muziek, dat doe je toch voor je plezier? Een instrument bespelen vergt heel wat oefening maar die baart dan toch een keer kunst. Hoeveel mensen? Geen idee. ‘Vader Jacob’ op de piano kunnen spelen is nog geen piano spelen. En ‘Boer er ligt een kip in ’t water’ op de blokfluit ook niet. Ik schat vijf procent, als ik de klassen en groepen naga waar ik deel van uitgemaakt heb. Wil dit allemaal zeggen dat de musea, de eerste-hulp-cursussen en de muziekscholen marginaal zijn in het leven en eigenlijk niet van belang zijn, gezien het geringe aantal mensen dat er zich daadwerkelijk mee inlaat? Ik waag dat te betwijfelen.

U begrijpt waar ik naar toe wil? Vorig weekend verscheen het nieuwe rapport ‘God in Nederland’. De conclusies waren een koude douche, volgens sommigen. Wat waren dan die conclusies? Het geloof in God verdwijnt steeds verder uit onze samenleving. Nederland is geen christelijke natie meer. Het kerkbezoek blijft dramatisch dalen. Het geloof in een persoonlijke God is sterk afgenomen en de alom verwachte opmars van spiritualiteit zet verrassend genoeg niet door. Tja, een hele waterval. Nog een paar zaken. Een overgrote meerderheid van de Nederlanders – genoemd wordt het getal van 82 procent - komt nooit of bijna nooit in de kerk en nog maar veertien procent gelooft in een persoonlijke God. Voor veel Nederlanders is het christendom een onbekende of exotische wereld geworden. Bijna een kwart van de ondervraagden noemt zichzelf atheïst, dat was in 2006 – bij het vorige onderzoek - nog veertien procent.

En dan nu de hamvraag: hoe erg is dit? Ik geef twee antwoorden waar ik me allebei in kan vinden. Eén: het is erg omdat een samenleving tradities nodig heeft, oude waarden en wijsheid waar je op terug kunt vallen, ook al ben je het er niet altijd mee eens. En er moeten ook verbanden zijn waarin je je als enkeling voelt opgenomen. Het leven begint niet bij jouw geboorte, je hoeft niet alles zelf uit te vinden. Een samenleving die los van haar wortels komt, kan bovendien zomaar op drift raken en dan kan het alle kanten opgaan waarbij eigenbelang, opportunisme en populisme kunnen gaan prevaleren. Twee, aan de andere kant is: hoe erg is het, want waar gaat het nu eigenlijk over? Niet over God, al heet het onderzoek dan wel ‘God in Nederland’. Het gaat over georganiseerd christelijk geloof en dat is heel wat anders. Wie verder leest in het onderzoek, ontdekt ook dat veel mensen weinig weten maar wel nieuwsgierig zijn. De boosheid en frustratie over kerk en geloof die zo horen bij mijn generatie, zijn bijna verdwenen en er komt onbevangen belangstelling voor in de plaats. Bovendien: wat is een persoonlijke God? Ik zeg altijd dat God bij wijze van spreken persoonlijk is. Dus welk vakje zou ik aangekruist hebben bij deze enquêtevraag? En als je nu iemand bent die het niet weet maar het wel interesseert, als je graag met vragen leeft in plaats van met antwoorden, waar kom je dan uit bij deze enquête? Mijn collega Frank Bosman schreef iets aardigs: “We zijn nog steeds spiritueel maar zijn vergeten dat het zo heet.”

Eigenlijk zegt dit onderzoek wat iedereen die een beetje om zich heen kijkt, wel weet: kerksluiting, einde Zondagswet en een oude generatie die de kar van de kerk trekt. Wild e laatste het licht uitdoen? Maar dit biedt ook allerlei kansen. Er is altijd meer aan de hand en meer mogelijk dan een enquête kan weergeven. We waren al bezig maar de noodzaak tot initiatieven en experimenten wordt alleen maar sterker. We gaan geestelijk volkomen andere tijden tegemoet. En wat het christelijk geloof betreft, tja. Heimwee is de weg weten in een huis dat niet meer bestaat, zei Rudy Kousbroek ooit. Hoewel ik die heimwee heel goed ken, is het mij altijd duidelijk geweest dat het christelijk geloof altijd begint bij de enkeling die bereid is in zijn doen en laten Christus te volgen. Geloof als levensstijl. Daar heb je ook anderen bij nodig, dat is waar. Maar de grote en volle kerken suggereerden ook dat de gelovige buit al binnen was. En dat is weer niet zo. Mensen die geloof, verdieping, kwaliteit van leven of wijsheid uit de traditie zoeken, vinden hun weg en vinden elkaar wel. Geloof hoeft ook niet massaal beleefd te worden om toch van grote waarde te zijn, net als wat er in musea aanwezig is of in muziek schuilgaat of bij tijd en wijlen nodig is als eerste hulp bij ongelukken.

Terug naar overzicht…