God

Door Ds. Aart Mak

Toen in 1755 de stad Lissabon door een aardbeving met een kracht van 9.0 op de schaal van Richter getroffen werd, leidde dat tot een met de reactie op de holocaust van de 20e eeuw vergelijkbare schok bij de toenmalige mensheid en allerlei beschouwingen over het hoe en waarom van God en de natuur. Het was midden in de 18e eeuw, de eeuw van der verlichting. Tijd van opkomende wetenschap dus, de mens begon zich los te maken van eeuwenoude ideeën over hoe het leven nu eenmaal in elkaar zat en wat de almachtige God daarmee te maken had. Hoewel men zich vanaf die tijd bezig ging houden met seismologie en allerlei verlichte geesten zoals Voltaire zich sindsdien kritischer opstelden in een wereld die zij als de best mogelijke van alle werelden zagen, leidde de aardbeving vooral tot felle en bewogen discussies in heel Europa over de vraag hoe God met die aardbeving te maken moet hebben gehad. Het eeuwenoude probleem van de theodicee, de vraag hoe God almachtig kan zijn en hoe er dan tegelijkertijd toch kwaad kan bestaan in de wereld, werd aan alle hoven en in alle kerken en kroegen opnieuw besproken. Voor de jonge filosoof Immanuel Kant leidde de voor hem en zijn tijdgenoten immense schok tot het nog dieper doordenken van het leven als resultaat van natuurlijke en niet van bovennatuurlijke oorzaken. Voor de leiders van de toenmalige kerk was deze aardbeving een extra reden om vast te houden aan de traditionele, in hun ogen onwrikbare ideeën over God in de hemel en hoe alles wat gebeurt op aarde moet worden gezien als een zegen of een vloek uit de hoge. Bij deze aardbeving even buiten de kust van Portugal was er overigens ook een tsunami en braken er zoveel branden uit dat vrijwel de hele stad Lissabon in de as werd gelegd.

We zijn ruim tweeëneenhalve eeuw verder. Japan 2011. Een aardbeving vindt plaats buiten de kust van het grote zuidelijke eiland. Dat gebeurt vaker daar maar nu is het er een met een kracht van 9.0 op de schaal van Richter. Aanvankelijk was het 8.9 maar dit werd later bijgesteld met een tiende punt naar boven. Gebouwen blijven overeind, maar door de daaropvolgende tsunami verandert het land in een chaos van kolkend water, instortende gebouwen en mensen en dieren die verdwijnen onder het puin of de modder. Ook nu breken er branden uit, zij het dat het hier, tweeëneenhalve eeuw later, om branden in kerncentrales gaat die totaal andere maatregelen vergen dan bij een normale brand. In de moderne tijd, we zijn al 11 jaar onderweg in 21e eeuw, reageren mensen zoals gebruikelijk. Met stomheid geslagen, bewogen om het lot van de Japanse mannen, vrouwen en kinderen, hulpdiensten en hulpgoederen sturend naar het getroffen gebied, angstig vanwege de gevolgen van de niet meer afdoende gekoelde splijtstaven in de kerncentrales, opnieuw discussierend over de risico’s van kernenergie. De moderne westerse mens heeft de laatste halve eeuw andere ideeën ontwikkeld over God, als er al een idee is over god of het goddelijke. Ik verwacht nu geen betogen of discussies meer over de vraag wat God hiermee bedoelt te zeggen. Hooguit in de zwaar orthodoxe uithoeken van de wereldgodsdiensten zal dit als een straf van God gezien worden. Alle andere gelovigen zijn allang gewend geraakt om de aarde en de natuur te zien als een zelfstandig, vrij krachtenspel. We zijn wel overtuigd geraakt van de immens subtiele balans van het ecosysteem en de noodzaak daar als mensheid veel beter mee om te gaan dan we nu deden, maar er is bij mijn weten niemand die beweert dat het langzame rijzen van de zeespiegel of de verwoestijning van hele gebieden op aarde, de gevolgen zijn van een goddelijk oordeel. Wij zijn ons er wel van bewust dat wij zelf hoogstwaarschijnlijk voor een groot deel de oorzaak zijn van de klimaatverandering en de opwarming van de aarde. Wij hebben, met andere woorden, god niet nodig om het oordeel over ons af te roepen.

Tot ik op zaterdagmorgen 12 maart, een dag na de ramp in Japan, stuit op de column van Sylvain Ephimenco in het dagblad Trouw. Hij schrijft over de hoer van Babylon die alweer honger en dorst heeft. En die hoer die duizenden levens gaat verpletteren, verstikken en verdrinken, is niemand anders dan onze eigen moeder. Moeder natuur, wellustig, hitsig en wreed, die sinds de nacht der tijden haar kinderen probeert uit te roeien. Deze moeder, aldus Sylvain, heeft maar een obsessie: haar parasiterende kroost te vierendelen. Ze spuugt, beeft, splijt. Deze ontaarde moeder verzint telkens iets nieuws. Zij is onze eeuwige en gezamenlijke vijand. Ik ben stomverbaasd en tegelijk geïmponeerd. In deze haast bijbelse taal keren we terug naar tijden waarin we als mensheid verwikkeld zijn in een eeuwige, onze macht te boven gaande strijd tussen goed en kwaad. De monsters uit de zee. Aartsengel Michael die strijdt tegen de macht van het kwaad. De aarde als onze vijand. En het kon natuurlijk niet uitblijven. De maandag erop was er een ingezonden brief van een collega van mij uit het oosten van het land. Arie van Houwelingen uit Almelo vindt wat de Trouwcolumnist schrijft veel te ver gaan. Volgens hem verwart Ephimenco uitzondering en regel. Dat alles weer gaat groeien, dat het zaad ontkiemt op de akker, dat er schoon water is om te drinken, het is allemaal goed. De verstoringen daarop zijn een uitzondering en horen bij wat we toch al met al een goede schepping noemen. Want, vraagt deze predikant zich af, kan iemand water uitvinden waarin je niet kunt verdrinken? Of vuur waaraan je je niet kunt verbranden? Of bestaat er een lichaam dat niet ziek kan worden? Ik ben het, merk ik als ik dit lees, gloeiend met hem eens. De clou is dat we aan de aarde of aan de natuur geen goddelijke kracht en helemaal geen wil of karakter moeten toekennen. Dat zeiden de Joden al en dat hebben de christenen ook meestal gezegd. Dit is de plaats waar wij wonen, niet meer en niet minder dan dat. En het is de mensheid geraden om de aarde te bewerken en te bewaren en goed te zijn voor elkaar, al was het alleen al in ons welbegrepen eigen belang. Het heeft totaal geen zin en het leidt zelfs af van het handen uit de mouwen steken om een beetje te gaan filosoferen over God en of hij misschien achter de aardbeving zat. Want als dat zo was, zo merkte een paar dagen later de filosoof Sebastien Valkenberg op, dan had diezelfde God de naar zijn zoon genoemde plaats Christchurch in Nieuw Zeeland wel gespaard. Begrijpt u? Het heeft totaal geen zin. Niet alleen de wijze, ook de gelovige zwijgt.

Met muziek van Grieg aan het begin (Holberg Suite) en Rachmaninoff aan het eind (einde 1e deel van zijn 2e pianoconcert). Verder hoorde muziek van Ibert en muziek van een anonymus. Gelezen werd uit Prediker 3: 6-7. Het gebed kwam uit de bundel ‘Zeggen en zwijgen, oecumenisch gebedenboek voor alledag’ van Marcel Barnard e.a..


 

Terug naar overzicht…