Boer

Door Ds. Aart Mak

Het succes van het televisieprogramma ‘Boer zoekt vrouw’ doet mij soms denken aan de episode die in het bijbelboek 1 Samuël wordt beschreven. Daar is Saul koning en doet hij vreselijk zijn best om zowel de gunst van de Eeuwige God als die van het volk te behouden. Maar terwijl van koning Saul gezegd wordt dat hij zijn duizenden versloeg, wordt op de dorpspleinen en in de stadskroegen van Israël al gezongen over generaal David die zijn tienduizenden verslaat. Volgens de verteller is dit het begin van de jaloezie van Saul die zal leiden tot een razernij waarmee hij David probeert te doden en zichzelf uiteindelijk geestelijk vernietigt.

Het door Yvonne Jaspers gepresenteerde programma over naar vrouwen zoekende boeren, verslaat zijn miljoenen. Terwijl allerlei muziekshows waarin het grootste talent of de beste Zorro moeten komen bovendrijven, ook veel publiek trekken, haalt dit ouderwetse en in zekere zin gemakkelijk te maken programma zo’n vijf miljoen kijkers. Voor mij wordt het al wat minder aantrekkelijk om te kijken nu de vier boeren en de ene boerin na al het soms hartverscheurende wikken en wegen, uitgekomen zijn bij de ene en enige met wie ze gaan proberen of het wat wordt. Maar ook ik was dus gevangen in dit moderne datingprogramma dat een appèl doet op allerlei instincten bij de kijkers. Uiteraard het prettige toekijken waar anderen worstelen met hun gevoelens. Het voyeurisme is van alle tijden en het medium televisie heeft dit vooral aan alle kanten uitvergroot en uitgebuit. Maar ook het diepmenselijke verlangen dat niet alleen jij maar ook je medemensen het geluk zullen vinden. Dat geluk wordt ook vanouds gezocht en gevonden in de liefde. Jongen zoekt meisje, vrouw zoekt man. In de 66 boeken van de bijbel is niet per ongeluk het boekje Hooglied meegesmokkeld. Temidden van alle zwarigheid en profetische ernst, springen de acht hoofdstukken van dit liefdeslied, het lied der liederen, eruit als een weldaad van menselijk geluk. De liefde en de hoop dat ‘ze elkaar zullen vinden’ is van alle tijden en daarom treuren we mee met de afvallers en pinken we een traantje weg als de verlegen of met zichzelf overhoop liggende boer uiteindelijk zijn beschroomde liefde bekent aan de vrouw van zijn keuze.

Maar het programma appelleert nog het meest op de nostalgie die alle huidige verstedelijkte inwoners van Nederland in zich meedragen. De generaties die voor 1965 zijn geboren, herinneren zich nog het platteland, zei de schrijfster Franca Treur donderdagavond in het programma van Pauw en Witteman. Ook ik was voor mijn zesde jaar, toen ik nog niet naar school hoefde, altijd op boerderijen, op het land en soms zelfs op de rug van een paard te vinden. Later waren er altijd wel boeren even buiten de stadsrand, waar ik regelmatig van mijn moeder naar toe moest fietsen om eieren of de bij het seizoen horend groente te halen. Ik herinner me nog de typische lucht in al die kerken die ik als kind van binnen heb gezien. Je wist als kind, als je die prettige beestengeur rook, dat er boerengezinnen in de kerk waren. Dat was toen even normaal als dat nu niet alleen die boerderijlucht afwezig is maar ook de mensen niet meer dicht opeengepakt in de kerkbanken zitten, hun geuren en luchtjes in het hout van de kerkbanken impregnerend. De boeren van het programma ‘Boer zoekt vrouw’ herinneren ons aan vroeger. Dat verklaart voor een deel het succes van dit zondagavondprogramma. Het is ook het heimwee naar de tijd dat het leven stukken eenvoudiger was dan nu. Tegelijk is boer Richard de eigenaar van een megastal waarvan de Tweede Kamer vindt dat er een bouwstop moet komen. De moderne tijden zijn ook aan de weinige boeren die er nog zijn, niet voorbijgegaan. Of, beter gezegd, dankzij de moderne techniek en schaalvergroting, zijn er nog boeren. De stedelingen die op hun fietstochtjes naar het platteland nog hopen de boeren en boerinnen aan te treffen zoals zij die zich herinneren uit hun jeugd, lijken nog het meest op de kerkverlaters die na dertig jaar een keer terugkomen van weggeweest en veronderstellen dat de kerk nog steeds hetzelfde is en doet, als zij zich van toen herinneren. Dat leidt doorgaans tot een diepe teleurstelling en een soms merkwaardige voorkeur van mensen met een iPad of IPhone voor een kerkdienst met ouderwetse en soms sterk gedateerde liederen van Johan de Heer.

Maar intussen kijk ik en met mij vijf miljoen anderen wel naar Frank, de geitenboer die nog zo jong is en naar Annemarie die als een emotionele hork gedoemd is te mislukken met haar uitverkoren Adriaan. In een tijd waarin nu ook de vijftigers overstappen op Facebook en Twitter, de snel opkomende sociale media van de dertigers en veertigers, blijven we tegelijk allemaal de eenvoud zoeken waar het platteland en de bewoners van het platteland garant voor lijken te staan. Dat is dus een grote illusie. Boer Henk Bleker die nu staatssecretaris is, is een bewijs van het tegendeel, je hoeft maar even op zijn website te kijken en zijn gangen te volgen. En dat geldt evengoed voor alle andere boeren die ik ken. Ze zijn even druk en van allerlei moderne techniek afhankelijk als wij allemaal. De tijden dat de bewoners van het land nog bezongen werden zoals in de boeken van Stijn Streuvels en Aart de Leeuw, liggen ver achter ons. Het leven dat bezongen wordt in het lied over de boerenkar met paard, ligt definitief achter ons, getuige ook de huidige in de wereldeconomie opkomende landen: ook daar trekt de bevolking in grote getale van het land naar de stad, met alle problemen van dien. Het is overigens ook een van de redenen dat de Bijbel zo lastig te lezen is. Het boek ontstond in agrarische samenlevingen. De menselijke verhoudingen waren totaal anders dan de onze, evengoed als sommige problemen. Maar ook de traagheid van de tijd en de stilte van het gewetensonderzoek lijken voor ons tot de verleden tijd te horen. In het dagblad TROUW stond al een artikel over de vraag of de snelle smalltalk waarmee wij tegenwoordig met elkaar communiceren, ons idee over God en geloof ook verandert. De geleerden wisten het nog niet, getuige de interviews. Het wordt, vat ik samen, tijd voor een goed programma met de ook heel erg naar vroeger geurende titel ‘Herder zoekt schaap’. Iets voor de NCRV misschien? Maar die omroep moet ook, net als koning Saul, op de kijkcijfers letten.

Met muziek van Grieg aan het begin (Holberg Suite) en Rachmaninoff aan het eind (einde 1e deel van zijn 2e pianoconcert). Verder hoorde een fragment uit ’Het dorp’, gezongen door Wim Sonneveld en de ‘Holy city’, gezongen door Vera Lynn. Gelezen werd uit 1 Samuël 18: 6-8. Het gebed kwam uit de bundel ‘Zeggen en zwijgen, oecumenisch gebedenboek voor alledag’ van Marcel Barnard e.a..

 

 

Terug naar overzicht…