Kou

Door Ds. Aart Mak

Terwijl hier het landschap er wit bij ligt, het koud is en het misschien wel zo koud wordt dat de tocht der tochten eind deze maand geschaatst kan worden, lijkt het of de rest van de wereld in vuur en vlam staat. In Melbourne waar de tennissers hun Grand Slam spelen, is het rond de veertig graden Celsius. In Mali, een land zo groot als Frankrijk en vooral woestijn, wordt hevig gevochten. Exotische namen als Timboektoe, Bamako en Tidal, deden mij ooit denken aan oases in het hete landschap, maar blijken plaatsen te zijn waar mensen met oververhitte gedachten anderen de handen afhakken en vrouwen met groot gemak stenigen. Vandaar de gevechten die daar zijn losgebarsten, waarbij de Afrikaanse bodemschatten ongetwijfeld een rol van betekenis spelen. Even verderop vond de afgelopen dagen een bloedbad plaats bij een gasinstallatie in Algerije. Gijzelaars ontsnapten, anderen werden neergeschoten, het moet een chaos geweest zijn waarin mensenlevens niet meer telden. Deze gebeurtenissen halen veel aandacht weg bij Syrië, maar u denkt toch niet dat ze daar even gestopt zijn met moorden om u en mij de gelegenheid te geven het nieuws elders beter te kunnen volgen?

Kijkend naar de berichten uit de Verenigde Staten spatte de hitte ook van het scherm. Allereerst was daar de voor de meeste Europeanen niet te volgen wijze waarop de wapenlobby zich teweer stelt tegen de plannen van de regering Obama om de aanschaf en het gebruik van wapens te beperken. Terwijl er sinds de slachting op die school in Newton, half december vorig jaar, een maand later alweer ruim 900 mensen zijn omgekomen door wapen dragende medeburgers. Een ander bericht was dat er in 2012 in het Amerikaanse leger meer soldaten door zelfdoding omkwamen dan dat er sneuvelden in Afghanistan. Het gaat dan om 349 soldaten die niet meer verder wilden leven. En dan was er dat goed voorbereide en slim gebrachte interview van Oprah Winfrey met de gevallen held Lance Armstrong, de man die dus zeven keer de Tour de France won met cortizonen en een cocktail van epo, testosteron en bloedtransfusies. Ook hier heftige emoties, goed geregisseerd natuurlijk en vooral een hele sportwereld die op het puntje van de stoel toekeek hoever de ontmanteling van een fenomeen ging. En dan was er nog vorige week zondag die vreemde optocht in Parijs, conservatieve politici, extreemrechtse nationalisten, christenen uit de Provence, moslims uit de banlieues, verenigd door hun verzet tegen het homohuwelijk, verbaasd elkaar gevonden te hebben, bien etonné de se trouver ensemble, in hun haat tegen iets wat ze verafschuwen. Over hitte gesproken.

In het licht van die grote, gewelddadige hitte lijkt Nederland op dit moment op een winters getooide Efteling waar gesproken wordt over de haatmails gericht aan Hans Spekman, de opwaardering van minister van financiën Jeroen Dijsselbloem in Europa, een boete voor de helikopterpiloot die in het Veluwse Hulshorst het ijs sneeuwvrij maakte, de toelating van vrouwen in de Staatkundig Gereformeerde Partij en hoe we met elkaar, al dan niet religieus geïnspireerd, groener en duurzamer kunnen gaan leven. Er is in de loop der eeuwen al vaak door verbaasde vreemdelingen geschreven over dit land. Heinrich Heine zou ooit gezegd hebben dat je het beste hier kon wonen omdat alles in Nederland vijftig  jaar later plaats vindt, dus ook het einde van de wereld. Of Heine dit werkelijk gezegd heeft, is niet zeker, maar de uitspraak is wel zo aardig. Daarom wil ik het met u in dit Goede Begin toch even hebben over een voor Nederlandse begrippen ernstige zaak. Ik bedoel het scrabbelen. Het bordspel is bedacht door ene Alfred Butts, een Amerikaan en is nog altijd erg populair. In datzelfde Amerika is nu de discussie losgebarsten over de toekomst van dit spel met zijn woord- en letterwaarden. Ene Joshua Lewis vindt de puntentelling namelijk hopeloos ouderwets. De taal is sinds 1938 veranderd, zegt hij. Toen veel gebruikte woorden zijn nu verdwenen, andere, nieuwe woorden zijn gangbaar geworden, de Z verdient geen 10 punten meer, de X mag ook wel lager gewaardeerd worden en de U en de G mogen daarentegen weer hoger gewaardeerd worden. Begrijpt u mij goed, dit gaat over het Amerikaanse Engels. Daar, in de Verenigde Staten, wordt nu verhit gediscussieerd tussen rekkelijke en precieze Scrabbelaars. In Nederland heb ik hier nog niets over gehoord. Maar dat is begrijpelijk gezien de halve eeuw vertraging waarmee hier de belangrijke maatschappelijke gesprekken plaats vinden.

Alle gekheid op een stokje. De afgelopen week bekroop mij het gevoel dat die vreemde en ook grappige discussie over een bordspel voor veel mensen, ook in Nederland, vergelijkbaar moet zijn met allerlei gedoe over religie. De huidige maatschappelijke trend is dat alles wat met geloof te maken heeft er mag zijn, maar privé is, met andere woorden zich achter de voordeur dient af te spelen. Daar valt veel op af te dingen, maar dit idee heeft zich vrij stevig geposteerd en versterkt alleen maar de gedachte dat godsdienst al ellende genoeg teweeg heeft gebracht en zich nu nergens meer mee moet bemoeien. Als mensen privé gelovig willen zijn, zoals je ook postzegels spaart of ’s morgens vroeg naar vogels gaat luisteren, dan moeten ze dat vooral doen, zonder anderen ermee lastig te vallen. Zo is de algemene gedachte. Wie alleen binnenkerkelijk rondkeek de laatste twaalf jaren, zeg sinds de eeuwwisseling, heeft geen idee hoe sterk de wereld buiten, zichtbaar en vooral onderhuids, veranderd is. Op kerkelijke vergaderingen kan dan driftig gescrabbeld worden over de letterwaarde van het woord God en hoe je als kerk tot driemaal woordwaarde komt, maar daarbuiten weet men in het algemeen niet waar je het over hebt. Nederland behoort tot de snelst en sterkst geseculariseerde landen van de wereld. Dat hadden we vijftig jaar geleden nooit kunnen denken. Ik moet denken aan Godfried Bomans. In 1969 voerde hij een aantal gesprekken met Michel van der Plas. Ze werden gebundeld in een mooi boekje met de titel In de kou. Herkenbaar en ook ontroerend in die gesprekken is de vaststelling van Bomans en Van der Plas dat zij veel zaken die zij in hun jeugd met een kinderlijke eenvoud voor waar aannamen, nu eenvoudigweg niet meer kunnen geloven. Of zij zich in de kou voelen staan? Zeker. Maar zij herkennen ook bij veel tijdgenoten voor wie de kerk definitief verleden tijd is geworden, een gevoel van in de kou te staan en toch naar warmte te zoeken. En zij zien ook dat diezelfde kerk veel mensen buitensluit en ze daarmee aan de kou overlaat. In de kerk, zo stellen Bomans en Van der Plas vast, wordt namelijk een spel gespeeld en je moet je aan de regels van dat spel houden. Ik bedoel maar: dit werd gezegd in 1969. Bijna vijftig jaar later zou het nog weer zo gezegd kunnen worden…

Met muziek van Desplat en Lane/Vitarelli. Verder hoorde u muziek van Zoë Keating en gezang 23 uit het Liedboek van de kerken. Gelezen werd uit Prediker 1: 8-9. Het gebed kwam uit de bundel ‘Zeggen en zwijgen, oecumenisch gebedenboek voor alledag’ van Marcel Barnard e.a..

Terug naar overzicht…