Adieu

Door Ds. Aart Mak

Het is wel eens lastig. Hechten aan een oude traditie, zelf blijven geloven in zoiets als het koninkrijk van God en dat allemaal doen in een tijd waarin die traditie en dat geloof niet alleen betwijfeld worden maar vooral voor heel veel andere mensen geen rol meer spelen. De EO journalist Tijs van den Brink is sinds april bezig met een serie Adieu God? waarin hij allerlei min of meer bekende Nederlanders die christelijk zijn opgevoed vraagt naar wat er over is van hun geloof. En zo verschijnt een keur aan mensen als Johan Derksen, Sara Kroos, Erik van Muiswinkel en Ronald Plasterk die allen de moeite nemen te vertellen over het afscheid dat ze namen van wat ze als kind hoorden lezen uit de bijbel, toen nog een tijd het geloof voor waar hielden, tot de twijfel toesloeg en hun levensbeschouwing definitief veranderde. Zij en degenen die nog zullen volgen vertolken daarmee een levensgevoel dat bij velen al jaren heeft postgevat en zelfs dominant is geworden in de huidige cultuur.

Op de merkwaardigste christelijke feestdag waarvoor we nog steeds een dag vrij krijgen om die te vieren, Hemelvaart dus, lag ik ‘s morgens in de tuin te lezen in Golfslag van de tijd, het laatste boek van Gerben Heitink, de vroegere hoogleraar praktische theologie aan de Vrije Universiteit. Heitink geeft in dit boek een groots en gedegen overzicht van twintig eeuwen geestelijke geschiedenis van Europa. Hij laat zien hoeveel er is veranderd, politiek, maatschappelijk en geestelijk. Is het boek bedoeld voor hen die nog steeds geloven? bedacht ik. Fnuikend in die laatste zin zijn de woorden ‘nog steeds’. Ze suggereren dat geloven uit de oude doos is en dat er mensen zijn die dat nog steeds doen. Zij houden vast aan hun geloof alsof er niets anders is. En de associaties met verkrampen, weigeren te leven en niet openstaan voor het nieuwe zijn dan al gauw gelegd. Zo werkt het ook in de beeldvorming van de vele anderen. Op zijn best is geloven een wat vreemde hobby en op zijn slechtst - denk aan felle bestrijders als Richard Dawkins en Dick Swaab -, zijn gelovigen slachtoffer van bedrog of zelf brenger van de leugen. Bij deze beeldvorming houden we twee werelden in stand, die van het geloof en die van de moderne tijd, die elkaar ‘als twee overzijden blijven vermijden.’

Het raakt mij zelf ook dagelijks. Terwijl ik enerzijds communiceer met allerlei mensen die ik via deze zender ontmoet en aanspreek, mensen met wie ik de taal en de beelden van het christelijke geloof deel, met wie ik bid tot een God die ik mij op dat moment als een luisterend wezen voorstel, heb ik anderzijds allerlei contacten met mijn niet kerkelijk en hooguit anders gelovig georiënteerde tijdgenoten. Bij hen kan ik in een bevlogen bui misschien uitleggen wat er met Hemelvaart bedoeld wordt, maar ik glimlach dan ook tenslotte en zeg dat je het zo niet meer kunt beleven en zeggen. Wat dan en hoe dan wel? Neem nu een gesprek over een film als Les Intouchables. In die film komt een steenrijke, vanaf zijn nek verlamde man in contact met een zwarte man uit een van de banlieues van Parijs. De laatste wordt zijn verzorger. De film die gebaseerd is op een waar gebeurd verhaal, is hartveroverend. Soms moet je daverend lachen, een andere keer een opkomende traan uit je ogen vegen. De kern is dat de zwarte man geen medelijden heeft met de blanke gehandicapte man. En daar praat je dan nadien over. Iedereen snapt het. Het gaat over het leven en wat het leven mooi maakt. Het gaat over hoe je omgaat met allerlei omstandigheden, met een handicap, armoede en geen werk. Maar ook gaat het over discipline, doorzetten en vitaliteit.

Soms denk ik wel eens dat de moderne film de functie van de bijbelverhalen heeft overgenomen. Verhalen die gaan over het leven, karakters van mensen, misstanden, uitdagingen, jezelf tegenkomen, winnen en verliezen, alles. Ik merk aan mijn kinderen wat een grote rol het medium film in hun leven inneemt, naast andere kunstuitingen als muziek, inclusief de inhoud van de gezongen teksten, soapseries op televisie waarin het in feite gaat over levenskunst en romans die zoals u weet over alles gaan waar het in dit leven om gaat. Missen deze moderne mensen daarmee iets? Mijn vader, hun opa, zou zeggen dat ze missen dat ze bij leven en sterven geborgen zijn in God. Dat was voor hem belangrijk en eerlijk gezegd voor mij ook. Maar de keren dat ik mijn geloof uitdroeg, heb ik alle keren gezegd dat waar zij zich het minste  zorgen over moesten maken, dat God was. Je hoeft niet te geloven in hemelse liefde om toch geliefd te zijn, zoiets. Wat ik ook zei was dat je niet christelijk hoefde te zijn om toch een goed mens te zijn. Dat is ook zo, maar ik vind achteraf dat ik te weinig gesproken heb over het gat in onze ziel. Over dat wat onrustig maakt en ons verlangen voedsel geeft. Want ook een goed mens komt zichzelf tegen en kan zich verbazen over de afgronden in zijn binnenwereld. Daar had ik misschien meer over moeten praten en van moeten zeggen dat daarin juist de verhalen van geloof voor mij heel belangrijk zijn.

De kerk zoals die nu voortploetert is niet aantrekkelijk voor deze generaties. Maar dat wil niet zeggen dat ‘de twee overzijden die elkaar schijnen te vermijden niet weer buren kunnen worden’ – ik citeer opnieuw Martinus Nijhoff. Voor de verandering droom ik daarom al jaren naar kleine ruimtes waar je een kaars aansteekt en op je eigen wijze tot rust komt, al dan niet biddend en verbonden met andere mensen. En ik verlang naar grote ruimtes waar mensen met elkaar in gesprek gaan over het leven in al zijn hoogten en diepten, over verlangen en teleurstelling en hoe je met beide omgaat en over wat zo belangrijk is dat je het meegeeft aan je kinderen. Twee ruimtes, letterlijk en figuurlijk. In beide gevallen hoort daar de alwetende en moraliserende gestalte van de kerk niet meer bij. Wij zijn namelijk in die kleine en grote ruimtes volkomen onszelf. En misschien ontdekken we via die moderne zoektocht naar onszelf ook wel weer die gestalte die op ons afkomt en van ons wegloopt. Terwijl  wij alleen maar met brandend hart aan het zwijgen en spreken waren. En wij ons maar afvragen: wat is er toch met ons aan de hand?

Met muziek van Grieg aan het begin (Holberg Suite) en Rachmaninoff aan het eind (einde 1e deel van zijn 2e pianoconcert). Verder hoorde u muziek van Desplat (uit de film The King’s Speech) en gezang 234 uit het Liedboek. Gelezen werd uit lucas 24: 31-32. Het gebed kwam uit de bundel Zeggen en zwijgen, oecumenisch gebedenboek voor alledag van Marcel Barnard e.a..

 


 

Terug naar overzicht…