Het geloof van een wereldverbeteraar

Door Aart Mak

Nog een kleine week en het is kerst. Met het vorderen van mijn eigen jaren ervaar ik minder verwachting en meer hoop bij het kerstfeest. Ik zal het u uitleggen. Vroeger bad ik als kerkganger of als voorganger intens om de maar steeds uitblijvende vrede. Ik had dan ook enige verwachting dat het mogelijk zou zijn om armoede, honger, de onvrede en oorlogen in de wereld dusdanig te lenigen dat de dag dat we zwaarden tot ploegscharen zouden omsmeden, niet zo ver weg meer moest zijn. Die verwachting werd mede ingegeven door het groeiende bewustzijn van de grote tegenstellingen in de wereld bij mijn generatie. Dat moest toch anders kunnen? Ik vertrouwde ook op de mogelijkheid dat de waarheid niet meer verhuld zou worden. De journalisten Bob Woodward en Carl Bernstein, de mannen die president Nixon van de VS ten val brachten, zouden vele navolgers krijgen. Het was ook de tijd van de massademonstraties. Tegen kruisraketten, tegen de neutronenbom. En we waren ook ergens voor: voor veel meer ontwikkelingssamenwerking en ook voor een andere, nieuwe levensstijl. In die tijd had ik in elk geval veel verwachting dat het mogelijk was om de wereld te verbeteren. Laat ik dat nu maar zo noemen: wereldverbeteraars, want zo noemde mijn toenmalige schoonvader niet alleen mij en mijn langharige leeftijdgenoten maar ook alle ministers van het kabinet Den Uyl in de jaren ‘70. Mijn schoonvader was een gelovige man die nog de Heidelberger Catechismus uit zijn hoofd had moeten leren en er diep van overtuigd was dat de mens geneigd is tot alle kwaad en onbekwaam tot enig goed. Hij leeft allang niet meer. Mijn lange haar en zelfs snor en baard zijn eveneens allang weg. En ook wat ik zo-even zei: mijn verwachting is stukken minder en mijn hoop is van de weeromstuit groter geworden.

De wereld is zoveel jaren later ook anders geworden. Of ben ik anders geworden? Dat laatste is zeker en zal ook mijn blik naar buiten bepalen. Inmiddels schrikken we nog nauwelijks als er een bomaanslag plaats vindt in de Egyptische hoofdstad Cairo, waar tientallen Koptische christenen bij omkomen. De waarheid waar we toen zo op gokten dat deze zou zegevieren, moet tegenwoordig bevochten worden, ook in de journalistiek. Pulp, nepberichten, hijgerige verhalen, bewuste desinformatie, het is allemaal aan de orde van de dag. Natuurlijk, de sociale media. Die hadden we vroeger niet. Facebook zegt nu dat ze beter gaan opletten als er weer onzin als waarheid wordt verkocht. En de muur is wel gevallen maar de verwachting op een betere wereld die toen opvlamde, lijkt inmiddels in rook opgegaan. De aarde raakt steeds meer uitgeput, het aantal diersoorten loopt terug, de zeeën vervuilen. En daar wordt wel het nodige over vergaderd en zelfs tegen gedaan, maar de tegenkrachten zijn ook sterk. Datzelfde geldt voor de politiek. Mijn verwachting van meer samenwerking en grensvervaging is fors bijgesteld door het populisme en het algehele politieke klimaat van eigen belang en eigen land eerst.

En toch heb ik hoop. Die heeft te maken met wat ik bij jonge mensen waarneem. Zij werden geboren in een andere wereld. Zij denken ook anders. Ze spreken goed Engels, de internationale taal. Ze denken globaal. Sommigen piekeren over grote problemen en komen met oplossingen, zoals Boyan Slat die het plastic in de zee warempel gaat aanpakken. En ik heb ook hoop omdat ik denk dat er een verborgen wet gaande is in de geschiedenis. Dat heb ik bij Jezus vandaan. Er is altijd een kruisgang, een toename van ellende, teloorgang, hopeloosheid. Maar er is ook opstanding, opnieuw beginnen, achteraf beseffen dat je ogen had maar niet zag, oren en niet hoorde. Daar geloof ik wel in. Dus als we met elkaar denken: ‘dit is het einde, dit komt nooit meer goed’, kon het wel eens zijn dat de oplossing al voorhanden is. Maar we zag die niet omdat we vastzaten in ons beperkte denkraam (Olie B. Bommel).

Ontstaan deze gedachten door het ouder worden? Is het een optimisme dat zich aandient en dat eigenlijk geen grond heeft in de realiteit, zoals een MS-patiënt vrolijker kan zijn dan aannemelijk is bij zo’n ziekte? Dat kan. Maar toen mijn verwachting minder en hoop meer werden, kwam dat ook omdat ik ging zien dat iets anders gaande is, te midden van alle crises in mensenlevens en de mensheid als geheel. Dat is de persoonlijke levensgang. Ik noem het: wijzer worden en daarmee het relativeren van het eigen gelijk, het gelukkig zijn in tijden van onzekerheid, het komen tot de essentie van je bestaan in perioden van ernstige ziekte of tegenslag. Massieve zekerheden zijn verdwenen. Maar de subtiele, levenswijze en vragende manier van wat we geloof noemen, zijn ervoor in de plaats gekomen. Althans bij mij. Advent is leven in een huis waar een raam openstaat. En de deur niet op slot zit. Wie weet. Dat is hoop.

Terug naar overzicht…