Veel, of hoe de buitenwereld de binnenkamer opslokt

Door Aart Mak

September is altijd de maand van veel. Veel te doen. Veel aan de hand. Iedereen begint weer. De zomersluimer is voorbij. Veel drukte. Veel files ook weer. Veel bijeenkomsten, vergaderingen, initiatieven, zaken die een maand of wat bleven liggen. En veel zon ook deze keer in, met de warmterecords die gebroken werden. Veel dus. In mijn binnenkamer schrik ik altijd van dat opdoemende struikgewas. De eenvoud van het leven met de rustige zomeravonden is voorbij. Ineens zijn er weer lijstjes met de dingen die gedaan moeten worden. Afstrepen en aanvullen. Een zekere spanning keert terug in mijn lijf. Ik moet zorgen op tijd te zijn en tijdig te doen wat ik heb toegezegd. De tijd en het bewaken van de tijd hebben hun heerszuchtige positie in mijn leven weer ingenomen. Bijzondere uitdrukking trouwens, bewaken van de tijd; die tijd lijkt op een gevangene die maar wat graag wil ontsnappen. Maar het is allemaal niet zo ernstig, ware het niet dat het als te veel aanvoelt. Ik vraag mijzelf al jaren af of dat een kwestie van karakter is of van objectieve omstandigheden. Een mens roept het ook over zichzelf af. Iemand die klaagt over drukte zou daar clandestien wel eens heel blij mee kunnen zijn omdat hij bang is voor de leegte, de verveling en de bevestiging dat hij en zijn werk er eigenlijk niet toe doen. Dat de meest gebruikte opmerking in de vele ontmoetingen tussen mensen is dat het druk is, zegt misschien wel niets over de werkdruk – we leven in tegenstelling tot vorige generaties in een tijd met veel vrije tijd -, maar alles over hoe de meeste mensen zichzelf zien: als voortdurend producerende bezige bijen die daarmee hun leven zin en betekenis geven.

September is altijd de maand van veel. Naast wat ik eerder zei, valt er nog wel meer over te zeggen. Dat vele dat zich aandient is ook een confrontatie met de oude vraag wat nu wezenlijk is. Je kunt blij zijn met de ene weg zonder zijwegen want dan hoef je niet na te denken over de route die je moet gaan. Maar wat als de weg die je loopt uitkomt op een driesprong of viersprong? Dan moet je kiezen. Het voorbeeld is haast te simpel. Maar waar is dat er in deze tijd een woord als keuze-stress is geboren. Met name jonge mensen lijden onder de complexiteit en de overmaat aan mogelijkheden die dit leven biedt. Hoe te kiezen uit het grote aanbod? Je staat voor een etalage waarin werkelijk alles staat uitgestald. Wat wil jij? Wat past bij jou? En kiezen voor het een heeft altijd tot gevolg dat het ander niet van jou zal worden. Dus kiezen jongeren niet en wordt het moratorium verlengd, de tijd waarin de adolescent nog geen verantwoordelijkheid op zich neemt.

Het vele dat zich buiten aandient leidt dus tot innerlijke problemen. Echt een binnenkamer-kwestie dus. Maar ik werd er ook aan herinnerd door de dappere daad van iemand uit mijn vriendenkring. Toen hij in een wachtkamer van een ziekenhuis hoorde hoe twee jongens net hoorbaar twee van de andere patiënten – twee mannen - voor kankerhomo’s uitmaakten, stond hij op en vroeg hij luid of ze dat wilden herhalen. Consternatie en spanning in de wachtkamer. Jongens dropen af. Dit hoort voor mij ook bij de keuze voor het ene te midden van het vele. Door het nieuws over beledigende en dreigende jongeren – denk aan Zaandam – kun je verlamd raken door het idee dat het veel is en dat jij daar alleen niets aan kunt doen. Tot iemand wel wat doet. Met kloppend hart, zeker. De ellende van deze tijd is dat we zoveel horen en weten. Het nieuws wordt over ons uitgestort. Het is teveel om te bevatten en kan leiden tot afweer, afkeer en het idee dat we als een stukje hout in het water overgeleverd zijn aan de zeestromingen. En dat is dus een misverstand. In de veelheid van woorden gaat het toch weer om die ene daad. In de massa gaat het juist om enkelingen die opstaan en opkomen voor een medemens die het onderspit dreigt te delven.

Neem ten slotte dat besluit van de Tweede Kamer over orgaandonatie. Ook hier doemt het begrip ‘veel’ weer op. Er zijn veel organen nodig, denk aan de nierpatiënten die soms al jaren wachten om uit de gevangenis van de nierdialyse verlost te worden. Ik begrijp de drang van Pia Dijkstra en anderen om als wetgever een oplossing te vinden voor het tekort aan organen en orgaandonoren. En persoonlijk vind ik het vanuit mijn geloof bijna vanzelfsprekend dat ik van mijzelf geef, of dat nu bloed of een orgaan is. Maar ook hier mag niet de veelheid bepalend zijn en wrikken aan de vrije keuze van de enkeling. Van een bewuste keuze-voor dreigt orgaandonatie te veranderen in een automatisme tenzij je tegen kiest. Iets klopt hier niet. De ethicus Theo Boer scheef dat hier de vrijheid van de enkeling in het geding is. Dat klopt, vind ik. En hier zou ik aan willen toevoegen dat het vele nooit mag gaan heersen over de ene mens die mens is omdat hij te allen tijde moet kiezen, echt moet kunnen kiezen. Hoe veel nood er ook is. Anders slokt de buitenwereld de binnenkamer op.

Terug naar overzicht…