Traditie

Door Ds. Aart Mak

(In vervolg op de column over de hoop vorige keer)

Een van de problemen van de kerk is dat zij een traditie van eeuwen met zich mee torst. Dat is haar kracht, want daarmee zijn de huidige kerkleden de erfgenamen van  prachtige geloofstaal, ontroerende muziek, diepzinnige wijsheid en ook van allerlei bouwwerken van grote schoonheid. Maar die langdurige traditie wordt haar zwakte als de kerk daar krampachtig aan vasthoudt. Neem nu de Rooms-katholieke kerk. Zij hanteert een leer die in tegenstelling tot vijftig jaar geleden, – toen was er dat beroemd geworden 2e Vaticaanse Concilie -, weer in alle gestrengheid wordt gepropageerd en opgelegd. Ik heb op zich geen moeite als mensen tegen abortus zijn en afkerig zijn van elke vorm van euthanasie. Mijn probleem is dat wordt gesuggereerd dat dit standpunt de laatste en eeuwige waarheid is volgens de christelijke traditie. Alsof mensen in de loop van al die eeuwen niet verder gegaan zijn met nadenken over het leven. Er bestaat zoiets als groeiend inzicht. Wat eerst nog vanzelfsprekend was, blijkt bij nader inzien een verkeerde manier van denken. Denk aan de slavernij en hoe de kerk daar eeuwenlang geen kwaad in zag.

Dat zelfde geldt de homoseksualiteit. Ook daarvan wisten de volgelingen van Jezus altijd heel stellig dat dit door God verboden was. In de minst strenge vorm was het een ziekte die behandeld moest worden. Ook hierin zijn we bij nader inzien op andere gedachten gekomen. Wat in de oude geschriften hierover staat, was mensenwerk. Niet alles in een heilig boek is heilig. Inzichten van toen zijn, hoe begrijpelijk ook, ingehaald door wat wij ontdekt hebben over de psychologische en genetische binnenwereld van de mens. Andere voorbeelden zijn te geven. Waar het mij om gaat is de verstarring die toeslaat. Een op zich prachtige geloofstraditie wordt zo een mengsmering van angst en gehoorzaamheid. Macht gaat een rol spelen. Onderworpenheid ook. En met die elementen wordt stilzwijgend een godsbeeld gecreëerd waar in feite geen modern, mondig en vrij denkend mens nog mee uit de voeten kan.

Is dat dan niet anders in de kerken van de Reformatie? Ja, dat was wel de bedoeling. Er is daar in elk geval geen pauselijk gezag en in het algemeen is er meer vrijheid van denken als het gaat om de moraal. Maar ook hier is veel verstarring opgetreden. Wat bedoeld was als bruisend bronwater werd al gauw weer ingedamd en gekanaliseerd. Hier werd niet de paus maar de bijbel onfeilbaar. De moraal werd ook hier benauwd en drukkend. Natuurlijk, er vond sinds de oorlog allerlei vernieuwing plaats. Inmiddels zijn veel protestanten in de persoonlijke moraal heel ruimhartig geworden, al is hier ook sprake van een tegenbeweging die angstig is voor de moderne tijd. Hoe het allemaal zij, waar het mij om gaat is het godsbeeld. Het probleem dat veel mensen tegenwoordig hebben, is het persoon zijn van God. Zij kunnen zich daar niets bij voorstellen. Wat mij al jaren opvalt, is hoe daar in de kerken van tegenwoordig, ook de moderne, amper aandacht aan wordt besteed. Onbekommerd wordt God in de bijbelverhalen sprekend opgevoerd. Hij is iemand, zij het een bijzonder iemand. Moderne mensen hebben vaak wel gevoel voor het goddelijke – het numineuze -, maar kunnen zich daar niet meer een van buiten af sprekende en ingrijpende God bij voorstellen. En nu is hoop niet dat we met elkaar wachten tot we weer in zo’n God gaan geloven. Hoop is dat we met alle moderne denkbeelden proberen uit te drukken dat wij niet van God los zijn. Er is meer aan de hand in veel mensenlevens. Mensen ervaren bij ingrijpende crises tegelijk ook een dragende, soms zelfs leidende kracht. Het speelt zich af op het innerlijk vlak. Kinderen en kleinkinderen die vaak ver van de kerk afstaan, kunnen onbekommerd over inspiratie, niet toevallige ontmoetingen en spirituele levenslessen spreken. Mijn punt is dat een kerk die niet in staat is haar traditie te verbreden met deze nieuwe en deels oude inzichten en doorgaat met bijbelverhalen uit te leggen alsof het voor eeuwig zo is als daar staat, haar roeping ontvlucht zoals Jona weigerde naar Ninevé te gaan. Een kerk die met moderne middelen nog steeds het oude idee over god-dit en god-dat herhaalt, onthoudt aan veel mensen de bevrijdende gedachte dat ook zij ingebed zijn in een geestelijk zijn dat niet alleen groter is dan ons hart maar zeker groter dan ons verstand.

Vooruit, nog een ding. Die traditie waar elke zondag uit geput wordt, wordt helemaal een blok aan het been als we blijven hangen in de oude schema’s van denken. Hoe vaak gaat het ook in de moderne kerk niet over zonde en genade, over vergeving en dankbaarheid? Alle theologen, ook ik, weten precies waar de teksten staan en wat alle inmiddels overleden theologen daar ooit over geschreven hebben. Maar het zijn wel schematische manieren van denken. Het zijn hulpmiddelen, ontwikkeld in andere tijden. Dat een mens een wezen is waarin God schuilgaat, dat een mens een wezen is dat een weg heeft te gaan om wijzer te worden, dat inzichten ontstaan door je eigen duisternis te onderkennen en omarmen, dat allemaal hoor je te weinig. De hoop komt in de kerkelijke boodschap te veel van buiten. God moet ons redden. De mens is een vaak miskleunende zondaar. Dat moet je dan maar net willen geloven, inclusief alle ideeën over de redding door het kruis en de hemelse zaligheid. Ik zou het liever willen hebben over de menselijke dromen en teleurstellingen, over hoe je jezelf dwarszit en ook weer vlotgetrokken wordt. Dat is overigens meer dan psychologie. God is mij een ‘hulpe en tegenover’, zo zei een bevriende collega pas nog tegen mij. En ik hoef me bij God niet veel voor te stellen, als ik die ervaring maar heb. Soms word je beschermd, soms wordt jou een spiegel voorgehouden. Ik geloof dat het daarover gaat in die oude  christelijke traditie. Maar je moet wel, willen mensen grond vinden om hun ankertje van de hoop aan te hechten, de oude taal en denkvormen eens durven loslaten. Wij trekken verder door de tijd. En je zult ontdekken dat wij, met al onze nieuwe inzichten en mogelijkheden, soms intens verlangen naar de geestelijke reisverhalen van mensen vroeger. Dat is de traditie op haar best. En je zult ook merken dat veel mensen een grote behoefte hebben om het geheim van hun leven dat mensen vroeger makkelijker dan wij nu God noemden, in nieuwe woorden met moderne inzichten uit te drukken. Een kerk die dat durft doen, wordt werkelijk een vindplaats van hoop.

Met muziek van Grieg aan het begin (Holberg Suite) en Rachmaninoff aan het eind (einde 1e deel van zijn 2e pianoconcert). Verder hoorde u muziek van Purcell en gezang 225 uit het Liedboek van de Kerken.. Gelezen werd uit 1 Johannes 3: 18-20. Het gebed kwam uit de bundel Bij gelegenheid (II) van Sytze de Vries.

 

Terug naar overzicht…