Familie (5)

Door Ds. Aart Mak

Van je familie moet je het hebben. In deze zomerweken wil ik het een aantal keren met u daarover hebben. Dus tot en met eind juli geen actualiteit, maar familieverhalen. Alle verhalen zijn afkomstig uit het pas verschenen boek Zielenroerselen en Speldenprikken, dat ik schreef met Astrid Hart samen. Het boekje met veertig verhalen, gedichten, bijbelteksten en vragen die te denken geven, is in elke boekhandel te verkrijgen. Terug naar de familie. Een verhaal over mijn dochter:

Het doel

Mijn dochter heette nog mijn kleintje. Kleine wurm die zij toen was. Haar domein was de goeddeels houten vloer van ons huis. Daar lag zij, meestal op haar rug. En ze kon eindeloos kijken naar iets wat haar handen hadden gepakt en heen en weer bewogen voor haar ogen. Soms lag ze op haar zij en staarde ze minutenlang voor zich uit. Alsof zij nog steeds niet wist waar zij was geland na haar geboorte. En dan weer zwom zij over de vloer, als een hondje dat probeerde vooruit te komen in het water.

Haar armen en benen werden sterker. Het moest er een keer van komen. Ook zij zou zich, net als haar verre en dichtbije voorgangers, een keer zonder hulpmiddelen gaan oprichten. De homo erectus, de rechtopstaande mens. En nadat ze een aantal keren zich tot huilen toe bezeerd had, bleef ze staan, slingerend als een dronken zeeman. Om zich, voorover hellend, een voet voor de ander zettend, nog even staande te houden alvorens zij met een smak op de planken vloer terechtkwam. Maar ze had bewogen! Zij had iets gedaan dat in de verte op lopen leek.

En ik stond al achter haar, stak mijn middelvingers in haar knuistjes en hield haar zo ver van de zwaartekracht vandaan dat haar benen haar leken te dragen. En dat herhaalde ik elke dag een paar keer. En zij werd gaandeweg minder driftig in haar bewegingen en steeds standvastiger in haar lopen, voetje voor voetje. Zou zij al zelf, op eigen kracht kunnen? Maar nog een ding ontbrak haar, een doel.

En toen zag zij haar moeder staan, zo’n twee meter bij ons vandaan. En zij bewoog in haar richting. Alsof zij voor het eerst sinds haar geboorte wist waar ze moest zijn. Ik verslapte mijn greep en liet haar voorzichtig los. En ze liep. Schokkerig, zwenkend, maar ze liep! Stralend, lachend, trots.

En zij zweefde naar de armen van haar moeder …

En zo wordt een kind groot door de eerste stappen in de wereld te zetten. En toen al bedacht ik dat een kind pas echt gaat als jij als ouder bereid bent haar of hem los te laten. En al blijf je erbij, toch zal dat steeds vaker gebeuren en zal dat kind steeds vaker weg van je lopen. Dat is het leven...

U hoorde lezen uit Matteüs 14:29-30 (Hij zei: ‘Kom!’ Petrus stapte uit de boot en liep over het water naar Jezus toe. Maar toen hij voelde hoe sterk de wind was, werd hij bang). Verder hoorde u zingen uit gezang 293 uit het Liedboek.
 

Terug naar overzicht…