Vrij

Door Aart Mak

Het verbaast mij elk jaar opnieuw. Heb ik ooit een datum geprikt die als laatste werkdag moet gelden voordat de vakantie begint, gebeurt het dat ik me ook echt aan vakantie toe vind zijn. Alsof mijn lichaam het gehoord heeft en mijn organen, spieren, gewrichten en alle vloeistofsystemen hebben meegekeken in mijn agenda. Dat verbaast mij dus elk jaar opnieuw. Even een paar weken vrij, ik kan er naar uitzien. Maar dan ben ik er zomaar ineens ook erg aan toe. Er zal wel een normale psychologische verklaring voor zijn. Enfin. Ik bedacht gisteravond laat nog waar ik het in deze Binnenkamer over ga hebben. De Engelse politica die op straat is neergestoken en geschoten, heeft die aanslag niet overleefd. De dader lijkt weer zo iemand te zijn bij wie de haat ooit is gezaaid. Of het te maken heeft met het aanstaande referendum in Groot-Brittannië waarover de gemoederen daar en ook in de rest van Europa hoog beginnen op te lopen, is nog niet duidelijk. Ik realiseer mij dat als ik nu iets moet aanwijzen dat ik haat, het die referenda zijn. Een referendum is een manier om te weten wat het volk wil. In Zwitserland weten ze er alles van en hebben ze pas nog met tweederde meerderheid tegen een basisinkomen gestemd. Maar in Nederland en in het Verenigd Koninkrijk lijken de volksraadplegingen een vrijbrief te zijn voor het debiteren van grote onzin, het erbij halen van zaken die er niets mee te maken hebben en eigenlijk voertuigen te zijn van mensen die nog een appeltje te schillen hebben met de overheid. Er is ineens geen ruimte meer voor nuance en tolerantie en vreemdelingen en vluchtelingen zijn de kop van jut.

Er waren nog meer thema’s die mij die nacht te binnen schoten. Ik was in slaap gevallen met een artikel over broer en zus Cuilenburg. Beiden beschrijven hun uittocht uit de wereld van het geloof. Een luisteraar gaf mij het artikel van alweer een half jaar geleden uit notabene het Reformatorisch Dagblad. Zowel de vroegere hoogleraar Jan als de vroegere schrijfster van allerlei boekjes voor het kerkelijk vormingswerk, laten weten dat ze het kwijt zijn. Wat, het? Het gereformeerde geloof waarmee ze opgegroeid zijn. Ik kwam Jan tegen in de jaren ’70 toen ik student aan de VU was en tegelijk koster van de kerk aan de Nieuwendammerdijk in Amsterdam-Noord. En Paula kende ik van mijn latere baan bij het jeugdwerk, we zaten in hetzelfde gebouw in Driebergen. Zij schreven overigens samen een boek met de wat oubollige titel De jeugd vloog uit. En het is duidelijk. Alles waar het ooit als vanzelfsprekend over ging, een God die alles wist en almachtig was, een leven na de dood, de twee zijn net als zovelen uit die wereld weggetrokken. En ik bedacht ’s nachts: zal ik het hier over hebben?

Want ik ken natuurlijk dat gesprek van binnen en van buiten. Maar misschien heb ik mijzelf van binnen nog niet voldoende onderzocht. Ik dacht aan het artikel van Frits de Lange, vorige week zaterdag in Trouw waarin hij zich opnieuw en even welbespraakt als ik van hem gewend ben, een warm voorstander toont van een religieloos christendom. Religieloos ja, dat is geloof zonder het idee dat er achter of boven deze wereld nog een andere wereld is. Het leven heeft geen hoger doel of zin dan dit leven zelf. Er zit niemand achter de knoppen, er is niemand die ons na dit leven op het matje roept. Er zou veel te zeggen zijn om zijn standpunt dat overigens overal in de moderne theologie aan bod komt, toe te lichten. Wat mij daarin aanspreekt is de visie op Jezus en hoe juist Jezus het vertrouwde godsbeeld in gruzelementen laat vallen. De kerkvaders hebben van Jezus weer een God gemaakt maar evengoed kun je zeggen dat Jezus juist het einde van God betekent, althans van de God zoals mensen zich die graag voorstellen, de God als directeur van het heelal, de God die stiekem een engel aan je meegeeft. Die God bestaat niet. Niet in Auschwitz en niet in de wereld nadien.

Ja, heb ik het er nu toch over. Maar ik zou het er niet over moeten hebben, zo kort voor mijn vrije dagen aanbreken. Maar dit programma heeft welbewust de naam Binnenkamer meegekregen en dat verplicht mij zo eerlijk en openhartig mogelijk te zijn. Ik zoek in die binnenkamer de stilte waar vraagtekens gezet worden achter vanzelfsprekendheden, ook allerlei aannames van het christelijke geloof. Maar ik zoek ook een dimensie waarin ik wél God kon ontmoeten. Ik geloof namelijk dat God wel bestaat en dat wij nauwelijks toegerust zijn, hoe  scherpzinnig onze geest en hoe rechtvaardig ons hart ook is, om daar iets zinnigs over te kunnen zeggen. Het is mystiek. Maar hoe moet ik dat uitleggen, zo aan het einde van mijn latijn en kort voor mijn vakantie? Niet dus maar deze keer. Later weer. En intussen alle vormen van haat bestrijden en vrede houden met de mensen voor zover het van mij afhangt. De komende vier zondagen hoort u, misschien wel voor het eerst en anders nog eens, wat ik eerder in deze Binnenkamer uitsprak. Wij spreken elkaar weer!

Terug naar overzicht…