Museum

Door Ds. Aart Mak

Iemand besloot kostbaarheden die hij had, te verzamelen in een museum. Daar was hij een hele tijd mee bezig want hij had veel. Hier mocht één van de mooiste schilderijen hangen die hij ooit gezien had en daar stond een prachtig beeldje, zo fijnzinnig dat je er uren naar kon kijken. Verderop hing een prachtig, met zorg geweven doek, een prachtige voorstelling van de natuur en in dezelfde ruimte een ets met lijnen die meer dan woorden alles zeiden over de geportretteerde. Zo hing deze man zijn museum vol met prachtige kostbaarheden. Toen liet hij weten dat de deuren open zouden gaan. De mensen mochten komen. Gratis en voor niets, om te bekijken wat hij had. Hij stond te wachten om de eerste gasten in zijn museum te ontvangen, maar er kwam niemand. En hoe lang hij ook wachtte, niemand verscheen. De volgende dag ook niet. Er ging een week voorbij. Niemand. Prachtige ruime zalen met allerlei schoonheid en fijnzinnigheid. Niemand kwam kijken.

Uiteindelijk zijn de mensen wel gekomen en heeft het christendom ook  werkelijk iets nieuws gebracht aan de wereld. Wij beseffen het vaak niet omdat we gewend zijn aan een door het christendom doordrenkte cultuur en maatschappij. Alles wat we tegenwoordig onder een rechtsstaat, een democratie en rechten van de mens verstaan, gaan voor een groot deel terug op het oorspronkelijke christendom en wat latere grote denkers als Augustinus, Thomas, Erasmus, Luther en Calvijn aan gedachten hebben ontwikkeld. Maar in een tijd dat er op één dag geen 3000 nieuwe christenen bijkomen maar in dit land zo’n 30000 per jaar de kerk verlaten, is de vraag of het christendom nog steeds een bijdrage levert aan de maatschappij.

Dat schijnt in de grote wereld trouwens wel het geval te zijn. In Nigeria, op de Filippijnen, in China en in Brazilië behoort het christendom tot de snelst groeiende godsdienst. Dat gaat met veel Geest en geestdrift gepaard. Gemeenschappen worden gesticht waar mensen de armoede en uitzichtloosheid van hun dagelijkse leven even achter zich kunnen laten. Mensen worden gedoopt, voelen zich gezien, hun identiteit hoeft niet moeizaam veroverd te worden, ze zijn iemand omdat ze bij de gemeenschap van Jezus horen. Westerlingen als ik kunnen daar fronsend naar kijken. Zijn de leiders wel koosjer? Is het geen religieus circus? En deugt die gebedsgenezing wel? Ik denk dan ook aan de ruzie die Jan Zijlstra met het bestuur van zijn Levensstroomkerk in dit land uitvocht. Kortom: kan al dat christelijke geloof dat her en der in de wereld groeit als kool, wel door de theologische beugel? En worden mensen niet met een kluitje in het riet gestuurd?

Maar waar de kerk in dit land wel tot een museum dreigt te worden en het de oudere generaties op een of andere manier niet lukt  hun gelovige bezieling over te dragen op hun kinderen, moeten wij alleen maar de hand op de mond leggen. Er is iets met ons gebeurd. We kunnen niet meer als een kind geloven. De verwondering is ooit blijkbaar stilletjes het huis uit geslopen. We hebben het heft in hand genomen, we wilden alles onderzoeken, begrijpen, rubriceren en tenslotte zelf maken. En nu, in het digitale tijdperk, hebben we alle kennis binnen handbereik, communiceren we ons een slag in de rondte en hebben we van het leven een blokkendoos gemaakt die je naar believen kunt omgooien en opbouwen. Denk aan de driedimensionale printer. Maar de mens blijft eendimensionaal met zo nu en dan een verlangen naar een emotionele of spirituele beleving.

Wat is dan Pinksteren in dit land? Hoe kan de kerk weer dat museum worden waar de mensen nieuwsgierig naar toe komen en er anders uitgaan dan ze erin kwamen? Moeten we ons eerst bekeren van het doorgeslagen individualisme? Zal de verandering komen van de nieuwe Nederlanders die een wereld aan verbondenheid met elkaar en religieuze vanzelfsprekendheid meenemen naar ons land, als ze worden toegelaten? Zal de rooms-katholieke kerk met haar gevoel voor ritueel en mysterie het redden? Zullen de kritisch denkende protestanten die altijd en haast alleen met woorden in de weer zijn zoals ik, het halen? Of zijn het toch de Pinkstergelovigen die met hun enthousiaste geloof in wonderen en hun grote behoefte aan gemeenschap, toekomstbestendig zijn? U mag het zeggen. U kunt zelf kiezen, zo u al niet gekozen had. Maar hoe zal het verder gaan? Met die anderen, met name met die generaties die zich van de prins geen kwaad weten als het om het christelijke geloof gaat.

Misschien is de vraag stellen ook wel het begin van geloof. Ook daarover gaat het op Pinksteren. Soms snelt God zelf te hulp. De hemel gaat weer open, een geweldige storm steekt op, een lopend vuur, mensen raken buiten zichzelf. De ramen klapperen, de deuren vliegen open. Er gebeurt van alles. Gedruis, gepraat, een gesloten huis verandert in een open  ruimte onder de open hemel. Geloven is er vanuit gaan dat er nog van alles kan gebeuren. Moet gebeuren ook. Wij zijn met elkaar nog niet af. De wereld is nog lang geen veilig huis. Wat die Geest wil, lijkt mij, is verbindingen leggen, tussen mensen en daarin kansen en mogelijkheden aanbieden. Het gaat niet om koele meren des doods maar om een warme zee van leven. Mensen zijn bedoeld om in beweging te komen. Het leven moet doorgaan, God wil doorgaan. Wie weet zullen wij zelf, in dit land met kerken die zo stil worden als een museum, nog verrast worden…

Met muziek van Desplat en Lane/Vitarelli. Verder hoorde u carillonmuziek, het gedicht Zondagmorgen van Nijhoff, muziek van Rachmaninoff en een lied uit het Pinksteroratorium ‘Aanwezig’. Gelezen werd uit Romeinen 8: 19-20.

 

Terug naar overzicht…