Boek

Door Ds. Aart Mak

De afgelopen week. Een bus met kinderen. Ergens in Zwitserland. Aan het eind van een winterkamp in de sneeuw in Wallis. Dan een klap van jewelste. Een tunnel met van die uitwijkmogelijkheden, maar ook een onverzettelijke muur. Achtentwintig doden van wie tweeëntwintig kinderen. Een ravage van jewelste daar. En vervolgens een ravijnendiepe emotionele ravage bij alle ouders, gezinsleden, familie en medescholieren in België en Nederland. Wat een geweld. Maar van wie of wat afkomstig? Van niemand. Geweld zonder afzender. Dat maakt het tergend. Het had niet hoeven gebeuren. Het is zo onbegrijpelijk. En nu? Hoe verder? En dat is dan hier, vlakbij. In Syrië komen ook dagelijks kinderen om. Thomas Lubanga, voormalig rebellenleider uit Oost-Congo werd dan wel veroordeeld voor het ronselen van duizenden kinderen, maar verderop in Afrika gaat Joseph Kony door met zijn Verzetsleger van de Heer en worden jongens gedwongen soldaat te worden en meisjes prostituee.

In deze boekenweek moest ik het daarom maar eens over het gesloten boek hebben. Het beeld komt uit laatste bijbelboek. De voor ons onzichtbare hemel wordt in haast hallucinerende beelden neergezet. Het hemelgewelf is met sterren bezaaid en centraal staat de troon. Er zijn wezens omheen die de vier sterrenbeelden van de windstreken zijn. Er zijn 24 oudsten. Zij vertegenwoordigen de sterrenbeelden. Ze zijn als het ware de dragers van het lot der mensen dat naar de opvatting van sommigen in de sterren geschreven staat. Dan zijn er de zeven geesten die voor zijn troon zijn: dat zijn de namen of de beelden bij wat toen bekend was als de zeven planeten. Er is de kristallen zee. Er is de regenboog. En alles richt zich met duizelingwekkende kracht tot de troon, allemaal stemmen die de uitvinder en maker van dit alles loven en prijzen.

Dan wordt een boekrol zichtbaar, van binnen en van buiten beschreven. De rol is verzegeld met zeven zegels. Een gesloten boek. Het is het boek der geschiedenis. Het boek waarin alle namen opgetekend staan. Het boek waarin alle lotgevallen van mensen, door de tijden heen, beschreven staan. Het boek van kleine mensen en grote machthebbers. Het boek van uitgeroeide volken en van naties die zich al eeuwenlang breed en trots presenteren. Het boek van vrouwen die eeuwenlang geen naam mochten hebben en van mannen die zich als het centrum van de wereld beschouwden. Het boek van kinderen die na één dag al overleden en van mensen die heel oud mochten worden. Het is onvoorstelbaar. Het is niet te bevatten. Wie kan dat lezen, wie kan dat in zijn hart opnemen, wie kan dat met droge ogen opnemen en voorlezen?

Dat is godsonmogelijk. Johannes, het medium, barst in huilen uit. Hij weet: niemand kan dit. Dan ziet Johannes op de troon tot zijn verwondering de leeuw uit Juda. Maar ziet hij een leeuw? Nee, hij ziet een schaapje. De leeuw blijkt een lam te zijn. Hij ziet het lam staan op de troon met een wond aan de keel, een wond die alsmaar bloedt. Dat is wat hij ziet en dan wordt gezegd: dít lam is in staat om te lezen wat daar staat. Want alles heeft hij zelf beleefd. Dat is die wond aan de keel. Hij zelf is slachtoffer geweest, bespot, gegeseld en aan het kruis genageld. Was hij ook meer? Als je goed leest, staat er een manlijk lam, een rammetje. Een kleine ram die aan de kop van de kudde gaat. Een krachtig beeld dat getuigt van moed en van bewuste keuze. Jezus was slachtoffer van de joodse overheid en van Romeinse machthebbers (Pilatus), maar het was ook een bewuste keuze. Zó en niet anders. Hij besloot alles waarvoor hij stond niet te vergeten. Liefde tot het uiterste. Op hoop van zegen. Hij is degene die het boek der geschiedenis kan openmaken. Om hem zenden zon, maan en sterren hun licht uit. Hem aanbidden hem de tekens van de dierenruim.

Terug naar het geweld. Hoewel het christendom ook trotse kathedralen kent en stoere mannenbroeders heeft gehad, hoewel ook het christendom z'n tienduizenden versloeg met het zwaard en hoewel ook het christendom een geschiedenis heeft van martelkamers, brandstapels en ander onheilig vuur, is de kern van het christendom een mens in overgave. Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten? Dat ook. Maar daarna ook overgave. Bereidwilligheid. Met angst in het hart doorgaan en alle verschrikking doorstaan. Daarom is het christelijk geloof het geloof van de zwakte die als liefde uiterst krachtig  is. Het luistert nauw. Bij geloof hoort ook veel sprakeloosheid. Wij weten niet en het is misschien maar goed ook dat wij niet weten. Er gebeuren de meest vreselijke dingen. Als ons dat al ter ore komt, rest vooral verbijstering over de wreedheid en de emotionele onverschilligheid van sommige mensen. Voor normaal denkende mensen met enig gevoel voor medemensen en besef van mijn en dijn, is het niet te begrijpen dat medemensen door sommigen als gebruiksartikel worden gezien. Ik denk nu ook aan het proces tegen Robert M. dat begonnen is. Hij kon niet van uiterst jonge kinderen afblijven. Het enige dat ik me erbij kan voorstellen is dat deze man bezeten is door een duivel en ik geloof dat hij zoiets zelf ook zei. Ook dit verhaal is ten diepste een boek dat nauwelijks te openen, laat staan te lezen is. En daarvan wemelt het in dit bestaan. Ik ben daarom niet zo van de journalisten die alles tot op de draad willen weten. Ik houd van onderzoeksjournalisten die wanorde en machtsmisbruik blootleggen. Maar ik ben geen aanhanger van het grote misverstand dat wij alles zouden moeten en zelfs kunnen weten. Er is veel dat zich niet laat verklaren. En daar zullen we mee moeten leven. Pijnlijk genoeg. We zullen nooit alles weten. We kunnen niet alles beveiligen. We kunnen niet alles voorkomen. Geloof is dan een oud maar nog steeds probaat middel. Wij gaan wel als mensen persoonlijk en als mensheid dan weer hier en dan weer daar door diepe dalen heen, maar het blijft bewaard, in een boek. Dat boek is weliswaar gesloten, maar het wordt wel opgeschreven, als teken dat niets vergeefs is en niemand ongezien en ongehoord leeft, ook die kinderen in die bus niet die ineens werden weggerukt uit dit leven.

Met muziek van Grieg aan het begin (Holberg Suite) en Rachmaninoff aan het eind (einde 1e deel van zijn 2e pianoconcert). Verder hoorde u ook andere muziek van Grieg en psalm 56, gezongen. Gelezen werd ook uit psalm 56. Het gebed kwam uit de bundel Bij gelegenheid (II) van Sytze de Vries.


 

Terug naar overzicht…