Samen

Door Ds. Aart Mak

In de laatste week van augustus, toen het nog zulk mooi weer was,  bezochten wij met een aantal volwassen kinderen een klooster, Maredsous in zuidelijk Wallonië. Het bleek een groot complex, rijk geworden door de productie en verkoop van kaas en bier, maar vooral toch was het een klooster waar de stilte en de aanbidding tastbaar waren.
De monniken waren op het moment dat wij er werden rondgeleid, onzichtbaar. Wij kregen tekst en uitleg over de zalen en de kloostertuin, over de regels en de gebruiken, over het Europa van Karel de Grote en over de oude betekenis van kloosters voor ons continent. Ik realiseerde me dat monniken eenlingen zijn die toch in een verband leven. Ze gaan hun eigen geestelijke weg, met een leermeester, maar zijn bezield door een gemeenschappelijk ideaal. De samenleving buiten de kloostermuren waarin mensen vrij en mondig willen zijn, kampt al enige tijd met een gebrek aan gemeenschappelijkheid. De weg van de kerkelijke ontvoogding die ooit is in gezet en onomkeerbaar is, heeft behalve veel vrijheid van dwang ook tot grote eenzaamheid geleid. Als pubers die hun eigen weg wilden gaan, zonder bemoeienis van geestelijken en andere gezagsdragers met oude papieren, hebben mensen in Europa zich afgezet tegen kerk en christelijke traditie, tegen sociale verbanden en groepsdwang, tegen collectief denken en gehoorzaam handelen, alles omwille van de begeerde vrijheid.

Vanwege de prijs die we daarvoor betaalden, verlies van zin en betekenis, en ook grote eenzaamheid onder veel jonge en oude mensen, zijn we nu in de burgerlijke samenleving langzaam op onze schreden aan het terugkeren. Ergens in de jaren ’90 voorspelde iemand, ik zat erbij en herinner het me nog goed, dat wij over een kleine twintig jaar het keerpunt van het individualisme zouden bereiken. Want vrijheid zonder meer leidt tot geestelijke armoede. Mensen die zoals nu veel het geval is, leven omwille van het vluchtige genot en  de wens zichtbaar zijn – de enkeling wil tegelijk ook altijd gezien worden -, lopen al langer tegen een onzichtbare muur op. Waar draait het in het leven om? Een goede baan genereert geld om goed van te leven. Maar het ontslag en de werkloosheid dreigen. Sporten om fit te blijven. Maar het ouder worden is onontkoombaar. Opvallen en gezien worden. Maar het duurt zo lang tot er iemand anders de eerste plaats weer inneemt. Onze drang naar vrijheid en ongebreideld geluk kent een hoge prijs. Ouders die in hun eigen vrijheidsdrift elke prikkel najagen, hebben geen argumenten om hun 17-jarige kind ervan te weerhouden hetzelfde te doen. Veel ouderen wonen al een paar generaties niet meer bij hun kinderen en kleinkinderen. Zelfstandigheid hebben wij in deze maatschappij hoog in het vaandel. Maar echt oud worden en afhankelijk zijn van de vluchtige bezoeken van kinderen en kleinkinderen, of ziek worden en overgeleverd zijn aan de soms moeizame professionele zorg met alle huidige discussies of het niet onbetaalbaar is geworden, hebben die drang naar zelfstandigheid ineens in een heel ander licht gezet. Moeten we dit met elkaar wel zo willen? De migranten uit andere culturen zijn niet alleen onder de indruk van onze welvaart maar evengoed van onze geestelijke armoede. En dan gaat het over het gebrek aan tijd die we voor elkaar nemen en de manier waarop we wel wie oud en ziek zijn materieel verzorgen, maar relationeel in de kou laten staan.

Maar het nieuwe is nu, het goede begin met andere woorden, dat er langzaam, voorzichtig en vrijwel onopgemerkt een omslag gaande is. De slinger van de grote pendule van de tijd is van zijn verste stand weer aan het terugkeren. We zijn aan het einde van het ik-tijdperk aangekomen. Daar zijn we niet zomaar van af, we kunnen en willen waarschijnlijk ook niet terug naar hoe het een eeuw geleden was, maar de tegenbeweging is al een tijd geleden ingezet. Meer dan het gebruik van het woord ‘samen’ door ettelijke politici, denk ik dan aan het herstel van de functie van de familie. Het valt mij al een tijd op hoezeer mensen de familie aan het herontdekken zijn als een verband waar temidden van alle wisselingen de stabiliteit heerst van de bekendheid en vertrouwdheid met elkaar. Buurtfeesten en buurtbijeenkomsten zijn opvallend aan het terugkeren. En dat in een tijd dat we het hebben over de globale, digitale wereld waarin je met iedereen in contact kunt staan. Blijkbaar hebben we in de gaten dat het gewone contact, dichtbij huis, met de mensen die je niet hebt uitgezocht, een zekere rust geven en vooral het gevoel ergens te kunnen wortelen. Misschien dat de trek van de stemmers naar het midden van de politiek, zoals afgelopen woensdag zichtbaar werd, hier ook mee te maken heeft. Als het gaat om energie, zonnecollectoren bijvoorbeeld, is werkelijk opvallend hoe mensen niet als een individu wachten tot de onzichtbare overheid met subsidies komt, maar de handen ineenslaan en het samen doen. De tijd van de coöperaties keert weer. En waar nu het verenigingsleven al jaren een bloedarm bestaan leidt, zul je zien dat er nieuwe verbanden worden gelegd. De televisie is nog steeds dominant en haalt mensen weg uit hun sociale verbanden. Maar programma’s als Boer zoekt vrouw en Familiediner zijn volgens mij daarom zo populair omdat ze het verlangen naar een eigen gezin en een familie als bedding van je bestaan verbeelden. Signalen dat we op de schreden van onze zelfgekozen wegen aan het terugkeren zijn.

En godsdienst? Het zal nooit meer worden als vroeger. Daarvoor hebben we met elkaar te veel ontdekt. Juist godsdienst heeft gezorgd voor onbegrepen gehoorzaamheid en kadaverdiscipline. De schok van het kindermisbruik is nog lang niet verwerkt en de extreme Islam bezorgt ons niet alleen angst maar ook een intense huiver voor alle leerstelligheid en godsdienstwaan. Maar ik verwacht dat kerken die in staat zijn mensen in hun waarde te laten en toch met elkaar te verbinden, zullen terugkeren van weggeweest. Nu lijken de orthodoxe kerken de overlevers
en de vrijzinnige geloofsgemeenschappen de verliezers. Maar opvallend is en blijft dat velen wel religieus zijn maar geen gemeenschap vinden die bij hun eigenheid of eigenzinnigheid hoort. Dat is een omslag die we nog niet gemaakt hebben, er is op dit moment nog geen vorm voor. Maar er is hoop. Terwijl Nederland allang bij Europa hoort en de jongere generaties allang het Engels als een tweede taal vloeiend spreken, zijn we aangeland in een tijd dat we ook religieus nog het persoonlijke en eigene moeten zien te verbinden met de wijsheid en de liefde van de generaties voor ons. Dat gaat wel komen. Maar het helpt als je beseft dat wat gezaaid is, al een tijd onzichtbaar in de grond aan het kiemen is. Over een goed begin gesproken!

Met muziek van Desplat en Lane/Vitarelli. Verder hoorde u muziek van Brossard  en gezang 107 uit het Liedboek van de kerken. Gelezen werd uit Jesaja 43:18-19. Gebeden werd uit ‘Bij gelegenheid (II)’ van Sytze de Vries.


 

Terug naar overzicht…