Met jou weet je het maar nooit

Door Aart Mak

Een van mijn bevriende collega’s die ik een tijd niet had gesproken vroeg zich af of ik nog steeds getrouwd was. ‘Ja, met jou weet je het maar nooit.’ Jaja, mannen en mannenhumor. Zo werk je al die jaren aan je imago, iemand die goed is in zijn vak, niet te beroerd is om ingewikkelde situaties op te lossen, goed met mensen uit alle lagen van de bevolking kan opschieten, genoeg leest maar ook deel neemt aan het moderne leven, een beetje op leeftijd raakt maar er nog bij lange niet aan begint als een grijs oud mannetje zijn plaats in de bus of de trein op te eisen, word je toch weer ingehaald door je verleden. Nee, ik ben geen misdadiger, zo zie ik mezelf niet en ik geloof ook allang niet meer in de oude gereformeerde opvatting dat ik een ellendige zondaar ben en gedoemd ben eeuwig in de hel te moeten verblijven, maar waar je zelf in de drukte van je bestaan allang niet meer aan denkt of mee bezig bent, blijft vaak wel hangen bij anderen. Niet bij mijn collega – die was gewoon bezorgd om mij achter de façade van zijn voortdurende grappen – maar bij anderen. Het is als met foto’s. In een oude schoenendoos of in het plakboek van je volwassen kinderen staar je ineens naar jezelf zoals je er uitzag dertig jaar geleden. Jij was inmiddels al weer verder gereisd en dus in allerlei opzichten veranderd, maar bij anderen blijft een bepaald beeld hangen.

In mijn binnenkamer besef ik dat de oude opwekking om van God geen gesneden beeld te maken ook vanouds aangevuld wordt met de wijsheid om dat ook niet van mensen te doen. Het is blijkbaar al vanaf het begin der mensheid een hardnekkige gewoonte om de beweeglijkheid en veranderlijkheid van mensen te ontkennen en liever iemand te zien zoals jij vindt dat hij of zij moet zijn. Ik weet al te goed hoeveel met stormachtige liefde begonnen huwelijken daarop zijn stuk gelopen. Bij nader inzien blijkt de verwachting dat je de ander wel kunt modelleren naar jouw beeld, niet uit te komen. En dat wordt dus hommeles met een voorspelbare uitkomst: je breekt op en je gaat weer alleen verder. Natuurlijk, elk gestrand huwelijk heeft zijn eigen geschiedenis en kent details die niemand van de buitenwereld iets aangaan, maar ik kan mij toch tamelijk goed herinneren dat velen met mij in de jaren ’60 en ’70 dachten afscheid te kunnen nemen van veel wat vastlag, de vaste patronen, een stevige moraal en een strenge opvoeding, maar later van een koude kermis thuis kwamen.

De maakbare samenleving is grotendeels een illusie. Ik kwam die opmerking vaak tegen de laatste jaren en dan sloeg die vooral op de politiek en alle min of meer mislukte maatschappelijke experimenten. Maar even goed kan deze opmerking opgaan voor het huwelijk. Het is niet maakbaar, deze meest intieme vorm van samenleving. Als jij de spoken uit je verleden, ontstaan in je opvoeding, door omstandigheden, door volwassenen die soms wel en soms niet beter wisten, niet in de ogen kijkt en uit de kelders van je ziel bevrijdt, komen die spoken terug in alles wat je nieuw aangaat, je huwelijk, de opvoeding van je kinderen, in confrontaties in je werk. Het leven is altijd ingewikkelder dan je denkt omdat je ziel gecompliceerder is dan je voor waar wilt hebben. En dat is een pijnlijke ervaring voor degene die denkt dat hij alles wel eens even beter zal doen dan zijn ouders en van zichzelf het hoogste eist. Dat werkt dus niet.

Liefde overwint dus niet alles. Dat klinkt nogal cru. Ik had gisteren een inzegening van een huwelijk waar ik dat met redenen omkleed wél beweerd heb, maar het is dus niet zo. Althans niet als je het woord liefde alleen maar door de ruimte slingert als een knots die ieder moet raken. Liefde begint pas haar ware aard te vertonen door de ervaring van het tegendeel. En zolang jij jezelf niet aanvaardt, is het een illusie om de ander wel te aanvaarden. Er zijn nogal wat mannen die van hun vrouw houden zoals een jongetje van zijn moeder houdt. Ze hebben hun vrouw naar hun beeld gesneden en dat duurt tot de onvrede bij één van beiden toeslaat omdat er geen sprake is van volwassenheid. De ander moet zijn wat jij niet bent en jij weet niet meer hoe jij moet zijn als de ander iets normaals van je vraagt. Zo ingewikkeld wordt het als je blijft hangen in de foto die je ooit van jezelf maakte en de beweging en de verandering van het leven niet aanvaardt. Overigens bestaat liefde wel. Die liefde ontluikt als iemand als ik op een zeker moment in zijn leven leert om zich niet meer te bekommeren om zijn imago, maar zich overgeeft. Loslaten maar! Het gaat niet om jouw liefde, het gaat erom dat er van je wordt gehouden. En die overgave begint als het besef doorbreekt dat jij niet hoeft te grijpen wat er al is. Je bent zoals je bent, met heel je hebben en houden. En je wordt ouder, je verandert, maar het is veel leuker dan je ooit had gedacht.

 

Terug naar overzicht…