Alphen

Door Ds. Aart Mak

Ik kom er niet onderuit om het over Alphen te hebben. Alphen aan de Rijn, plotselinge plaats des onheils, vorige week zaterdag, nu acht dagen geleden. Het voorval dat alleen maar complexe gevoelens als  verschrikking en verbijstering tevoorschijn brengt, komt ook maar niet tot rust. De begrafenissen van de meeste van de zeven slachtoffers moeten nog plaats vinden. Zwaargewonden liggen nog in ziekenhuizen. Maar wat vooral dwars zit, is dat niemand begrijpt wat de dader, ene Tristan van der V. bezield heeft. Vergelijkingen met andere landen worden gemaakt. Niet dat het veel helpt, maar misschien wel iets. In landen als de Verenigde Staten, Finland en Duitsland vonden de laatste tien jaar ook opvallend vaak dergelijke rampen plaats, op scholen of in winkelcentra. Net als nu helaas ook in Nederland, gaat zomaar een jong iemand door het lint en trekt zwaargewapend anderen met zich mee de dood in. Mat Herben, ooit de serieuze en gedegen opvolger van Pim Fortuyn en fractievoorzitter van de LPF, probeerde in Trouw een antwoord te vinden op het raadsel van dergelijke schokkende incidenten. Hij weerlegt dat het te maken heeft met het al dan niet gemakkelijk aan wapens komen. Dat bij de wapenvergunning aan deze man van 24 in Nederland iets fout is gegaan, is wel duidelijk, maar het verklaart niet waarom dit en andere schietincidenten gebeuren. Herben schrijft dan dat het hem niet zou verbazen als de wijze van berichtgeving en de opkomst van nieuwe media hierbij een belangrijke rol spelen. Hij geeft dan voorbeelden van de Amerikaanse, Britse en Finse jongeren die filmpjes op YouTube zetten en blijkbaar alleen maar ‘verdomd beroemd’ wilden worden. Ook de moordenaar van Pim Fortuyn zou wel eens, volgens Herben, ten diepste door dat motief geleid kunnen zijn. We leven in een tijd waarin zoveel draait om beroemdheden, talentenjachten en een eindeloze stroom mededelingen over jezelf via sociale netwerken als Hyves, Facebook en Twitter, dat labiele jonge mensen met een intense zucht tot opvallen, zulke dingen gaan doen, want liever dood en beroemd dan levend en onopvallend. Herben suggereert dan dat de remedie moet zijn om zo min mogelijk aandacht aan de daders te geven. Geen namen, geen foto’s, geen publieke jacht op de antecedenten. Alleen de slachtoffers verdienen alle aandacht. Het heeft dus, zegt Mat Herben, bepaald ook te maken met het functioneren van de oude media, zoals radio, krant en televisie.

Terug naar Alphen. Mevrouw Kitty Nooy, hoofdofficier van justitie, vertelde vrijdag in de Volkskrant hoe zij in kleine kring de beelden zag van de bewakingscamera’s van het winkelcentrum. Ze vond het angstaanjagend om het te zien, de vluchtende mensen, het soms gerichte schieten en hoe dat minuten lang doorging. Volgens haar is de jonge man die dit allemaal veroorzaakte vooral boos. Boos over hoe mensen zich gedragen, over god, over de maatschappij. Hij wilde laten zien dat god ongelijk had en dat liefde niet bestaat. Hij was spiritueel. Van zichzelf schrijft hij dat hij  een paranormaal onderzoeker is. Hij onderzocht de dood, van kindsaf aan was hij daardoor en door het onbekende gefascineerd. Hiermee laat een van de onderzoekers voor het eerst iets los van de aantekeningen die in de woning van de dader werden gevonden en waarvan eerst nog werd gezegd dat het niet veel voorstelde en in elk geval geen enkele aanwijzing bevatte over zijn motieven. We hebben dus te maken met een boze jongeman en daarmee met weer een verklaring hoe dit mogelijk was.

Maar afdoende verklaringen bestaan niet. Want boze jonge mensen zijn er te kust en te keur. Er is genoeg reden om verontwaardigd te zijn over hoe de maatschappij in elkaar zit, dat is van alle tijden. Maar geen reden om eerst anderen en dan jezelf van kant te maken. En beroemd worden willen ook veel mensen, misschien nu wel meer dan ooit. Maar je bent toch wel heel erg ziek als je beroemd wil zijn door anderen en jezelf de dood in te jagen. Wij begrijpen dit en zoveel andere incidenten niet. Verklaringen zijn maar ten dele en dan nog vergt het een sprong in een duister gat om de oorzaak te achterhalen. Dat is dus de ellende van boosheid. Zodra die boosheid zich met de boze verbindt, raakt een mens van zichzelf en van god los. Maar wat is dat in vredesnaam, de boze? Waar komt dat vandaan? Ik begrijp de middeleeuwers wel en hoe zij dit vreemde en onachterhaalbare boze een gezicht gingen geven. De duivel werd met bokkenpoten afgebeeld, misschien omdat bokken een slechte geur verspreiden en een grote geslachtsdrift hebben. Ieder kent de afzichtelijke wezens waarmee Jeroen Bosch zijn schilderijen vol laat stromen. In de 19e eeuw was de Italiaan Lombroso ervan overtuigd dat je een misdadiger kon zien aankomen door te letten op brede kaken, diepliggende ogen, vaak doorlopende wenkbrauwen, een asymmetrisch gezicht, hoge jukbeenderen, afwijkende oren, haviksneus en vlezige lippen. Niemand die dat nu nog gelooft natuurlijk, maar het past bij de behoefte het boze een gezicht te geven en daarmee begrijpelijk te maken.

Helaas zal dat niet lukken. Hier is sprake van dat waar het in alle godsdiensten over gaat en waar die godsdiensten op zijn gebaseerd, namelijk de angst voor het onbekende, de onmogelijkheid het leven in de greep te krijgen en de hoop dat er zoiets als zegen voor jou zal zijn. In het christendom wordt ervan getuigd dat de Christus onmiddellijk ook de Antichrist tevoorschijn roept. Goedheid zonder meer kan blijkbaar niet bestaan. Jongens die zichzelf als ongeleide projectielen lanceren in een menigte winkelende mensen, bepalen ons bij de eeuwige roeping van de mens het goede te zoeken, wetend dat dit niet hetzelfde is als veiligheid. Het kan je zelfs je leven kosten, zo staat het in de vier basisdocumenten van het christendom en we zullen het de komende week weer nagaan, lezend en gedenkend. Het kwaad, de boze, is er zomaar, als een dief in de nacht. En als deze komt, zullen we ons telkens weer afvragen waarom dat is, hoe het toch kwam en of we het hadden kunnen voorkomen. een maatregeltje hier, een nieuwe wet daar, het is allemaal goed. Elk mens die je daarmee redt, is de moeite. Maar een paradijs wordt het hier nooit, ook al noem je het winkelcentrum een hof, in dit geval de Ridderhof. Ik moet dan denken aan die grote engel, een cherubs, met  zijn heen en weer flitsende, vlammende zwaard. De weg naar de levensboom is afgesneden.  Ons resten, ten oosten van Eden, geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde. Wie weet helpt dit een beetje in de wereld van verschrikking en verbijstering. Evengoed als het kijken naar de volgende, bijzondere beelden over de Menselijke Planeet.

Met muziek van Grieg aan het begin (Holberg Suite) en Rachmaninoff aan het eind (einde 1e deel van zijn 2e pianoconcert). Verder hoorde muziek uit Paradise Road en gezang 178 uit het Liedboek. Gelezen werd uit Matteüs 13: 24-26. Het gebed kwam uit de bundel ‘Zeggen en zwijgen, oecumenisch gebedenboek voor alledag’ van Marcel Barnard e.a..

Terug naar overzicht…