Verkiezing

Door Ds. Aart Mak

Het moest er dan toch maar eens van komen. De Protestantse Kerk in Nederland had met lede ogen gezien hoe de nieuwe paus van Rome de harten van de wereldburgers veroverde. Haar synode was in vergadering bijeen. De synodeleden spraken in besloten zitting diepgaand over de grote veranderingen die in de Rooms-katholieke wereldkerk plaatsvonden. Zelfs in Nederland kreeg de inmiddels 77-jarige paus honderdduizenden mensen van alle generaties op de been. De eucharistievieringen overal in het land waren weer meer dan goed bezet. Openluchtbijeenkomsten in de zomer van 2014 waren de nieuwe trend. Het was onder de jongere generaties ineens cool en chilling om communie te doen en een deel van hun tijd in kloosters te willen doorbrengen. En wat deed de nieuwe paus dan wel? De ouderlingen en diakenen van de synode konden er niet goed hun vinger opleggen. Hij had iets, dat was wel duidelijk. Hij straalde eenvoud uit, die van de kleine arme, zoals de heilige wiens naam hij droeg, vaak werd genoemd. Hij was ook welbespraakt en vurig, zoals de grote presidenten van Amerika konden spreken, denk aan Lincoln of Obama. Die ene man uit Argentinië zorgde er in elk geval voor dat het kerkelijk klimaat net zo snel veranderde als het andere klimaat. Het lukte hem om in nog geen jaar tijd alle cynisme en vijandigheid in westerse landen met name, als sneeuw voor de zon te laten verdwijnen. Miljoenen mensen zagen in hem zelfs een nieuwe Jezus op aarde. Het was misschien vooral door wat hij zei. Door zijn woorden doorzag je de leegheid van veel andere gezagsdragers. Hij gaf bovendien altijd hoop. Door zijn uit het leven gegrepen verhalen, zijn humor, zijn voelbare verdriet om de tegenslag en teloorgang van medemensen. En hij was barmhartig, dat vooral. Regels moesten er zijn. Maar mensen waren ook mensen. God laat zijn zon opgaan over goede en slechte mensen. Wie kan zeggen dat hij beter is dan een ander? Die wijsheid en vergevingsgezindheid straalde deze originele paus vooral uit.

De synodeleden van de Protestantse Kerk in Nederland zater er maar mooi mee. Zij en hun voorgangers hadden altijd gegokt op het ambt van alle gelovigen. Protestanten waren ooit, al dan niet gedwongen, weggelopen uit de grote katholieke kerk omdat daar van alles fout was. En ze hadden toen, ergens in de 16e eeuw, besloten dat er geen hiërarchie meer mocht zijn. En dat wie gelooft zelf mondig genoeg is om zich met God te laten verzoenen. Er moest gepreekt worden, dat wel. Maar dat was niet om mensen afhankelijk te maken van een priester, bisschop of paus. Het ging er juist om dat mensen als zelfstandige christenen in de maatschappij konden functioneren. Maar dat in theorie zo fraaie model werkte allang niet meer. De moderne tijd had het duidelijk gemaakt. Mensen willen iemand. Een voorbeeld. Een held, een idool. Bij woorden kunnen de meesten zich te weinig voorstellen. Bij iemand van vlees en bloed wel, iemand die net als jij is en tegelijk ook anders, aantrekkelijk, uitdagend en inspirerend. En zo lag er een voorstel op de vergadertafels van de synode om ook als protestanten een vaste vertegenwoordiger te kiezen. Niet meer dat vage gedoe van zegsman, perschef of roulerende voorzitter. Nee, één enkel iemand die zou aanschuiven bij De Wereld Draait Door, bij Pauw en Witteman, in debat zou gaan met Antoine Bodar, door Nederland zou reizen en overal, in Dokkum, Utrecht, Heiloo of Gorinchem, in gesprek zou gaan met jonge en oude mensen.

Maar hoe moest zo iemand heten? Een Pro misschien? Als het een vrouw werd, waar de Confessionelen en Bonders al van hadden gezegd dat ze daar tegen waren, zou ze misschien Tante kunnen heten, van protestante. Of moesten ze dan toch maar iemand aanstellen tot landelijk bisschop? Maar dat gaf verwarring. Oudste dan? Of nationale dominee? En toen hadden ze nog niet eens gesproken over wie dat dan moest worden. En hoe zo iemand gekozen zou worden. Iemand stelde voor dat alle ruim 1300 gemeenten een vertegenwoordiger zouden kiezen. En dat al die mensen, net als het conclaaf van kardinalen in Rome, net zo lang op Hydepark bij elkaar moesten zitten tot ze iemand hadden gekozen. Een ander vond dat de dominees dat maar moesten doen en iemand uit hun midden kiezen. Sommige op de vergadering aanwezige dominees veerden op. Ze waren al bezig geweest hun LinkedIn profiel nog aantrekkelijker te maken. Maar de tegenstellingen onder de dienaren van het woord waren groot, dat wist iedereen. Moest het iemand van Op Goed Gerucht worden dan? Of juist een Dominee 2.0? Of een Waarheidsvriend? En welke kwaliteiten moest hij of zij, ja ook zij, dan hebben? Een gedreven spreker? Of een mensenmens? Een gepromoveerde theoloog? Of vooral een kundige pastor? Een type manager? Of een entertainer in de goede zin van het woord?

De synodevergadering duurde tot diep in de avond. Het begon ernaar uit te zien dat men er niet uit zou komen. Elk voorstel stuitte op verzet. Elk enthousiasme legde het af tegen de logica van de verstandelijke overwegingen. De geschiedenis was blijkbaar onomkeerbaar. De protestantse resusaapjes konden niet zomaar iemand onder hen in een gorilla veranderen. Er hielp geen lief moedertje Maria aan, in wie protestanten, zoals u weet, toch al amper geloven. Wat dus te doen? De synodeleden wilden eindelijk wel eens naar bed. En tegelijk moest hun zegsman – ja, toch maar wel, nog steeds -, iets aan de gespannen wachtende pers meedelen. Een waardige boodschap natuurlijk. Eenvoudig, hoopvol en authentiek protestants. En vooral natuurlijk om de afkalvende protestantse gemeenten een hart onder de riem te steken. Wat dus te besluiten?

En toen was er het idee. Een vrouwelijke diaken uit Groningen had het eerst nog alleen tegen haar buren gefluisterd. Ineens werd het hardop genoemd. Iemand stond op en kon er in een keer, voor de vuist weg, een logisch en emotionerend verhaal van maken. Anderen tikten razendsnel een voorstel op hun laptop. En toen besloot, laat op de avond, de synodevergadering het volgende. De Protestantse Kerk in Nederland zou voortaan vertegenwoordigd worden door een Raad van Twaalf. Twaalf mannen en vrouwen, jong en oud, verschillend in geloofsbeleving, één in bezieling en bewogenheid. Zij mochten, zonder last of ruggenspraak, alleen van elkaar, de gezichten worden van wat protestanten in Nederland drijft. Toen deze ingrijpende beslissing aan de nieuwsgierige persvertegenwoordigers werd medegedeeld, leek het of er een lichte trilling van teleurstelling over de gezichten van de journalisten trok. Ze hadden blijkbaar toch gehoopt op één mens, op één enkele protestantse vertegenwoordiger van Jezus in Nederland. De twaalf moesten ook nog gekozen worden, dat ook nog. Geen gezicht kon al getoond worden. Een journalist zei dat hij benieuwd was wie de rol van Judas op zich zou nemen. Zeker op catechese gezeten. Er viel al met al dus die late avond weinig bijzonders te melden. Tenzij je het anders wilde zien. Maar daar moest je weer protestants voor zijn, dat is nu eenmaal zo, om het anders te zien. Dat wordt dus zondag toch weer luisteren, net als altijd. Luisteren om het anders te zien…

Met muziek van Desplat en Lane/Vitarelli. Verder hoorde u bach, tot twee keer toe, ook in een jazzy versie. Gelezen werd uit Johannes 13:13-15. Het gebed kwam uit de bundel ‘Zeggen en zwijgen, oecumenisch gebedenboek voor alledag’ van Marcel Barnard e.a..


 

Terug naar overzicht…