In gedachten en gebeden

Door Aart Mak

De 19-jarige Nicolas Cruz heeft een bekentenis afgelegd. Door zijn toedoen kwamen zeventien leerlingen van een middelbare school ergens in het zuidoosten van de Verenigde Staten om het leven. Hij verklaarde dat hij extra munitie in een rugzak naar school had meegenomen. Hij vuurde zijn wapen af in vijf klaslokalen, vier op de begane grond en een op de eerste verdieping. De aanslag in de school duurde drie minuten. Daarna liep Cruz naar de tweede verdieping, gooide zijn halfautomatische geweer en zijn rugzak weg, rende naar buiten en mengde zich onder de vluchtende studenten. Cruz liep vervolgens naar een warenhuis, kocht een drankje in een restaurant en ging toen naar de McDonald's. Veertig minuten later werd hij op straat aangehouden door een politieagent die hem herkende. Wat daar gebeurd is, met die 17 dode en ook nog vele gewonde jonge mensen, met al die families en vrienden om die mensen heen, met al die mensen op die school, maar ook met Nicolas Cruz met wie van alles verkeerd was gegaan in zijn leven, is al erg genoeg. Maar wat het echt erg maakt, is dat dit al zo vaak is gebeurd. Het is de zoveelste moordpartij op een school in dat land. Ik keek naar een toespraak van een senator die zei dat de VS het enige land was waar dit gebeurde en dat dit kwam omdat alleen in dat land wapens zo makkelijk te verkrijgen zijn, ook door jonge mensen. Het is niet helemaal waar wat deze senator zei. Ik herinner me ook nog zo’n geval in Duitsland. Hij zelf  wees op Australië waar na een aantal schietpartijen op scholen een nieuwe wetgeving was aangenomen en waar dit al bijna 20 jaar niet meer gebeurt. Zijn conclusie was onvermijdelijk. Waarom gebeurt dat hier dan wel, in dit land?

Omdat niemand in dat schizofrene grote land waar ze alle bloot op televisie uitbannen en alle lelijke woorden wegpiepen maar alle moord en doodslag als onvermijdelijk beschouwen, in staat is de lobby van de wapenindustrie te weerstaan. Ik herinner mij de vorige president Obama die het probeerde, met tranen in de ogen, met bewogen oproepen, met families van doodgeschoten jonge mensen samen voor de camera, maar het lukte hem niet. De vrijheid van het individu daar is vooral de vrijheid om zichzelf te kunnen verdedigen en dus een wapen te mogen bezitten. Veel congresleden en ook de huidige president reageerden geschokt op deze nieuwe slachtpartij en zeiden dat hun gedachten en gebeden uitgaan naar de families van de slachtoffers. Maar zowel de kaart met alle vergelijkbare incidenten in dat land in de laatste jaren, als de cijfers van de hoeveelheid geld die de National Rifle Association, de wapenclub, uitgeeft aan campagnes, verkiezingen van hun welgezinde politici en beïnvloeding van de publieke opinie in het algemeen geven elk weldenkend mens het gevoel dat het hier krokodillentranen zijn.

Wat hier gebeurt, raakt ons ook in Europa en overal ter wereld. Want het gaat hier om het opofferen van jonge mensen. Ik kan er niets anders van maken. Het doet mij denken aan het verhaal van de binding van Izaäk. Dat is het bijbelverhaal in het boek Genesis waarin Abraham gevraagd wordt omwille van zijn geloof zijn zoon te offeren, met andere woorden: van het leven te beroven. Dat gebeurt uiteindelijk niet in dit verhaal. Maar het verhaal is juist doorverteld en opgeschreven omdat het zo vaak wél gebeurt. Ik zat pas weer eens ademloos te kijken naar beelden van de slag bij Arnhem in 1944. Hoe daar de parachutisten, allen jonge mannen, uit de lucht werden geschoten door de Duitsers die daar veel sterker waren dan Montgomery had gedacht. Hoewel die oorlog uiteindelijk goed afliep en de vijand van de vrijheid het onderspit delfde, was hier wel sprake van het offeren van jonge mensen, honderdduizenden, miljoenen zelfs. En dat gebeurt ook in vredestijd, in de VS dus. Omdat de volwassenen in dat land koste wat kost hun vingers bij de trekker van hun eigen wapen willen houden, betalen scholieren de prijs omdat er op elke school wel een jonge gast rondloopt die zich van zijn frustraties wil ontdoen door van zich af te schieten.

Over het offer raak je nooit uitgedacht. Het speelt niet zonder reden een centrale rol in veel godsdiensten. Mensen die zichzelf kastijden om een godheid gunstig te stemmen. Mensen die kinderen offerden of vrouwen verbrandden om God en hun geprojecteerde behoefte aan zuiverheid niet te bezoedelen. Het is allemaal de dwaasheid ten top, maar het gebeurt elke dag op zoveel plekken, ook bijvoorbeeld als kinderen de prijs moeten betalen van de eerzucht van hun ouders en een kant worden opgedreven waar zij zich diep ongelukkig bij voelen. Ik houd het voor heel goed mogelijk – we leven inmiddels in de veertig dagen voor Pasen -, dat het offer van Jezus bedoeld was om het laatste offer ooit te zijn. Dat beweert de orthodoxe christelijke geloofsleer zelfs. Maar het gebeurde niet. De mensen bleven bang, voor hun hachje, voor hun God, voor elkaar en ze bleven bloed van anderen vergieten om maar zelf aan de veilige kant te staan. Met God aan onze zijde. Maar wie god, hoe God? In al die jonge mensen die vermoord werden en worden, is elke keer God zelf dood gemaakt.

Terug naar overzicht…