Vertrouwen wagen

Door Aart Mak

En dan betrap ik mijzelf op hopeloze gedachten. Want er moet wel heel veel gebeuren, door iedereen en overal. Zo gaat het niet goed. We halen het niet. We weten al jaren dat we aanzienlijk zuiniger, schoner en soberder moeten leven. En dan nog is het alle hens aan dek om de oplopende temperatuur in het gareel te houden. Gaat dat lukken? Een hele wereldbevolking die de opwarming van de aarde onder de twee graden moet zien te houden! De huidige president van de Verenigde Staten die alleen maar met zichzelf bezig is, is zo ongeveer de enige regeringsleider die denkt dat er niets aan de hand is. Maar ook dit bijna voorbije jaar zal geboekt worden als het warmste jaar ooit, sinds de meting van de temperatuur. En dat gaat al jaren zo, steeds warmer. Vergelijkbaar met de schaatsrecords sinds de klapschaats was uitgevonden. Het filmpje over de bijna stervende ijsbeer was doorgestoken kaart. Maar dat de poolkappen sneller smelten dan gedacht en dat Groenland weer echt een groen land wordt, is waar we onomkeerbaar op uitkomen. De stormen, orkanen en natuurrampen nemen toe over de hele wereld. In de toch al allerarmste landen is het nog droger en dus economisch ellendiger dan het al was. Ik kan doorgaan, maar ik besef dat dit een litanie is om mijn angst te bezweren.

Ik ben dus bang en ik volg met grote tegenzin wat er de afgelopen week gezegd is in Parijs, opnieuw de stad waar regeringsleiders over het klimaat spraken. Die tegenzin is niet omdat ik er niks van geloof. Ik geloof het maar al te zeer. Ik vrees dat het de waarheid is. En ik betrap me op de sterke neiging ervoor weg te duiken. Net zoals mensen die bang zijn voor de belastingaanslag en dan de bekende blauwe envelop in de bus vinden. Ze openen die envelop eerst niet. Hij blijft onaangeroerd liggen. En dan moeten ze, vaak veel te laat, na de zoveelste aanmaning, de cijfers toch onder ogen zien. Angst is iets vreemds. Angst verlamt en het maakt van de mens die struisvogel die met zijn kop in het zand wacht tot het gevaar geweken is. Dat laatste doen die struisvogels overigens niet. Ze gaan met hun nek languit op de grond liggen om zo minder op te vallen. Vreemd, want het beest kan als het wil 65 kilometer per uur lopen en zich dus aardig snel uit de voeten maken!

Die angst waar ik het nu over heb, treft ook mensen in de wachtkamer of de spreekkamer van de medische specialist. Het zal toch niet? Heb ik kanker? Wat zegt u, is het zo erg? En volgens de boeken volgt dan de fase van de ontkenning en vervolgens die van het verzet, of omgekeerd, of door elkaar. Waarom ik? En dan komt ook de angst. De angst dat wat je ook doet, het toch geen zin heeft. De angst ook om alles los te laten wat je met zoveel liefde en zorg hebt opgebouwd. Wie was je dan? Wie ben je nog? Ik weet hoeveel mensen deze strijd aan de lijve kennen. Zij zitten er nu zelf middenin of trillen nog na van die barre periode in hun leven. Of zij leven zelf wel, maar zij dragen nog steeds degenen die niet meer leeft, mee in hun hart. De dood kwam wel heel dichtbij. En blijft eigenlijk alsmaar in de buurt rondhangen. Dagelijks. Je wilde het niet weten, maar je moest het onder ogen zien. En hoe ga je dan verder?

Ik realiseer me dat we in de tijd van Advent leven. Maar Advent vieren verandert niets aan de omstandigheden waarin je leeft. Advent lijkt een ritueel om je voor te bereiden op Kerst. Advent is zelfs een tijd van vasten en inkeer, van schoonmaken en geestelijk op orde komen. Zoals je een huis op orde brengt voordat je een gast welkom gaat heten. Maar helpt Advent ook om je te weren, om tegenkrachten te verzamelen? Het is immers de tijd van de hoop. Ik hoor tot degenen die graag en regelmatig de kostbare hoop, een van de basiswoorden van het christelijk geloof, naar voren schuiven. Maar de priester Pierre Goetghebuer zei eens dat hoop wel mooi is maar ook irreëel kan zijn. ‘Je hoopt tegen beter weten in. Hoop kan ertoe neigen de feiten te negeren.’ Vertrouwen is dan een beter woord. Want vertrouwen past zich aan de omstandigheden aan. Wie vertrouwt, heeft weet van de mogelijkheid dat zijn vertrouwen op de klippen loopt. Daarom stelt degene die vertrouwt zich kwetsbaarder op dan de hopende. Wie hoopt, laat in wezen niet los, wie vertrouwt doet dat wel.’ Deze priester voert een pleidooi om de situatie te nemen zoals deze zich aandient. Of dat nu de klimatologische dreigingen van komend jaar  zijn of een dodelijke ziekte. ‘Want door niet te wensen tegen beter weten in maar te aanvaarden, kan er een deur opengaan. Dan vindt er barmhartigheid plaats. Dan is de kwetsbare krachtig en de krachtige kwetsbaar.’ Ik geef toe: dat zijn woorden die niet zomaar beklijven. Maar er zit veel in. De hoop kan een geschenk van God zijn. Maar het vertrouwen is de optelsom van de vermogens van de mens die reëel en nuchter is. Dat komt ook bij God vandaan, maar lijkt meer op het zaad dat opkomt als de tijd daar is. Als de bekende weg is afgesloten, moet er een andere weg zijn. Die vind je door je aan te passen. En zo probeer ik u en mezelf een hart onder de riem te steken in deze Adventstijd. Het woord is vertrouwen. En het werkwoord wagen. Samen gezegd: vertrouwen wagen.

Terug naar overzicht…