Leegte

Door Ds. Aart Mak

De afgelopen week was er de uitreiking van de prins Claus Prijs. Die prijs gaat elk jaar naar een persoon of organisatie die zich sterk maakt voor cultuur en ontwikkeling. Dat zijn precies de zaken waar de in 2002 overleden echtgenoot van koningin Beatrix altijd voor in de weer was. Twee van zijn zoons zijn erevoorzitter. En dus stond daar prins Constantijn die geëmotioneerd was omdat niet hij maar prins Friso dit jaar aan de beurt was om de prijs uit te reiken. Constantijn zei: ‘Het podium waar ik nu op sta symboliseert de lege ruimte waar mijn broer had moeten zijn.’ Elke Nederlander weet wat er met Friso is gebeurd in februari dit jaar. En velen zullen net als ik langer dan gebruikelijk gekeken hebben naar de foto waarop zijn vrouw, prinses Mabel zichtbaar is. Voor het eerst sinds het ongeluk van haar man liet zij zich weer een keer zien bij een officiële gelegenheid.

Wat mij vooral trof waren de woorden van Constantijn. ‘Dit podium waarop ik nu sta, symboliseert de lege ruimte waar mijn broer had moeten zijn.’ Iets wat leeg is, kan vol betekenis zijn. Daar had Friso moeten staan, de prins die nog steeds in een diepe coma ligt in Londen, afgesneden van elk menselijk contact. De leegte herinnerde aan hem. Ik moest denken aan de lege stoel die door joodse mensen op seideravond gereserveerd wordt voor de profeet Elia. Het zou namelijk zomaar en altijd kunnen dat die komt. Leegte, lege ruimten. Wie rondloopt op het terrein van het voormalige doorgangskamp Westerbork ervaart ook die leegte. Hier kwamen mensen aan en ging elke dinsdag een trein naar het oosten. Juist de leegte daar zet je fantasie aan het werk. Ik zag ooit beelden gezien van de lege cel op Robbeneiland voor de Zuid-Afrikaanse kust, waarin Nelson Mandela, inmiddels 94 jaar en naar men zegt toch weer aan de beterende hand, 27 jaar lang opgesloten heeft gezeten. De camera die daar rondkeek, het commentaar van een oude cipier, het weinige uitzicht naar buiten, de leegte van die cel waar een man had geworsteld om geen verbitterd en wrekend monster te worden, waren alleszeggend.

Er moeten in dit land heel wat huizen zijn waar een kamer of een stoel leeg blijft. Het ergste, voor zover je kunt vergelijken, is als het een jong iemand betreft of als de leegte het gevolg is van zinloos geweld. De kamer van het meisje uit Staphorst dat zich dinsdag voor de trein wierp. De kamer van het meisje van wie de moordenaar na 13 jaar pas bekende dat hij het had gedaan. De kamer van de 41-jarige grensrechter uit Almere die werd doodgeschopt op een voetbalveld. Maar evengoed de huiskamer waar nu alleen nog een foto staat of een kaars brandt ter herinnering aan iemand die er altijd was. De leegte van de kast waarin zijn of haar kleren hingen en schoenen stonden. Dat is de realiteit. Daarom is het een diep menselijk instinct om bij het verlies van een medemens een ruimte leeg te houden. Misschien dat er bij enkele mensen een neiging is om de leegte zo snel mogelijk opnieuw te vullen. Ze willen zo gauw mogelijk weer doorgaan met leven en zoeken, op hun vlucht naar voren, naar de herhaling van het feest dat zo ruw werd afgebroken. Maar de meeste mensen durven te leven met de  leegte. Er is een gat gevallen in hun leven en ze zeggen: dan is dat maar zo, ik wil er, hoe pijnlijk ook, mee leren leven. Iets moet leeg blijven. En zo wordt de leegte om je heen een spiegelbeeld van je ziel.

Op een vergelijkbaar niveau geldt dat ook voor de menselijke zoektocht naar de zin van dit bestaan. Wij weten zoveel niet. Het meeste ontgaat ons. Er zijn meer vragen dan antwoorden. Aan alle kanten zijn de rafels van dit bestaan zichtbaar: Alzheimer, kanker, verminkingen, ongelukken, noodlottige gebeurtenissen, gewelddadigheid en uitzichtloze armoede. Maar we hopen wel en we verwachten zelfs dat het leven zich een keer van zijn ware kant zal laten zien. En die ware kant moet dan de mooie kant zijn. Als er zeven magere jaren zijn, zullen er toch ook een keer zeven vette jaren komen. Zo staat het niet in de bijbel maar het is een oerinstinct.  Ik herinnerde al aan de joodse gewoonte om een plaats vrij te houden voor de profeet. Maar evengoed kan ik de hartenkreet van christenen noemen: ‘Maranatha, Heer, kom spoedig!’ Wat dan helpt, in al die vragen en verwachtingen, is de leegte. ‘Dit lege podium waarop ik nu sta, symboliseert de lege ruimte waar mijn broer had moeten zijn.’ Gebedsruimten moeten daarom grotendeels leeg zijn. Wat valt er te bidden als alles gevuld is? Over bidden gesproken. Met een gevulde maag vergeet je meestal te danken, laat staan te bidden. Het gaat mij om het besef waar een mens niet minder van wordt. Dat is het besef dat ieder onderweg schade oploopt, verliezen lijdt, mensen mist, scheuren in het levenskleed opdoet en een huid krijgt waar de sporen van een heel leven aan af te lezen zijn. Dat is zo. En daar kun je maar beter mee leren leven. Het verbindt ons zelfs op een veel dieper niveau met elkaar dan alle feestgedruis en drinkgelagen waar we elkaar op de schouders slaan en zeggen dat we de beste vrienden zijn.

De leegte heeft ook met advent te maken. In die zin krijgt deze column ook weer de kleur van een goed begin. Er valt nog iets te verwachten. Wij staan in wezen met ons gezicht naar voren. Er is nog iemand die moet komen. Die iemand is niet Christus, komende op de wolken nadat hij eerst kwam als een kind, geboren in Bethlehem. Dat is te letterlijk gedacht. Degene die moet komen is een gestalte. Het is de mens die wij allemaal in ons meedragen, die we aan het worden zijn, die vol mededogen en troost is, die vol hartstocht is en met een vuur dat brandt omwille van het recht dat gedaan moet worden. Wij verwachten onszelf als het ware, al hebben we daar nu  nog niet de tijd of de ruimte voor. Wij zijn, ook in alle verliezen die wij onderweg lijden, als kinderen die, geestelijk gesproken, in de groei zijn en nog een hoop te ondergaan hebben. Wij zijn nog niet wie we aan het worden zijn: die menselijke gestalte. ‘Het leven is een vreemde reis, maar wie weet leert een mens wat onderweg.’ (Nijhoff) Het helpt dan om de leegte toe te laten. De lege ruimte, de lege plek, de lege tijd. Al die leegte kan heimwee naar vroeger bij ons opwekken, maar evengoed verlangen naar wat komen gaat en wat wij nu nog niet weten.

Met muziek van Desplat en Lane/Vitarelli. Verder hoorde u muziek van Bartok en Con Moto. Gelezen werd uit 2 Korinte 12: 10. Gebeden werd uit ‘Bij gelegenheid (II)’ van Sytze de Vries.


 

Terug naar overzicht…