Verwachting

Door Ds. Aart Mak

Ziek zijn is niet alleen maar ellende. Je krijgt ineens aandacht van medemensen die je in de vaart van je leven te vluchtig of te functioneel ontmoette. Ineens zitten ze naast je bed, even verlegen als jij, gewapend met de bekende attributen: bloemen voor naast je bed of chocola voor in de la van je nachtkastje. Ze komen voor jou en dat alleen al maakt dat je je beter voelt. Terwijl je zelf nog meent dat je het vliegwiel van je leven draaiende moet houden, zitten je lieve vrienden en vriendinnen ineens om jou en je dwaasheid te glimlachen. En zo geneest de workaholic weer langzaam. De ziekte uitte zich wel lichamelijk. Daarom lig je ook in het ziekenhuis en moest er worden ingegrepen. Maar er is ook een verhaal daarachter. Iemand liep aan zichzelf en anderen voorbij, met zijn hoofd in de wolken van het eeuwig jong zijn. Een enkeling  had zelfs de snode gedachte om zijn leven lang een Adonis, een Hercules en een Socrates tegelijk te zijn. Einde oefening dus, zoals dat tegenwoordig heet. Het ziekenhuisbed wordt ineens een witte oase waar mensen neerstrijken om jou, de bedbewoner, koelte toe te wuiven. De verpleegsters buigen zich als kuise haremdames naar je voorover om je pols te voelen of je te voorzien van zuurstof en voedende stoffen. Boven je bed hangt een televisie waar je ongebreideld kunt kijken naar alle gemakkelijke verteerbare kletskoek die allerlei kanalen het hele etmaal uitzenden.  Ziek zijn is niet alleen maar ellende.

Neem nu die jongen met zijn gebroken been. Ook in de jeugdelftallen vliegen sommige voetballers er te hard in. Hij in elk geval trok zijn been te laat terug en nu ligt hij daar als een trotse soldaat die niet van wijken wist naast zijn opnieuw gezette, in gips gevatte scheenbeen. Morgen mag hij alweer naar huis, maar al zijn klasgenoten zijn net langs geweest, het gips achterlatend met hun namen, grappig bedoelde opmerkingen, codeboodschappen en zelfs een enkele door een meisjesmond gevormde lippenstiftafdruk. Zorgvuldig en vriendschappelijk lieten leeftijdgenoten het merkteken van zichzelf achter bij hem. Als het gips er over een week of wat wordt afgeknipt, heeft hij een groot en wit handtekeningenboek. Als hij niet verhuist en zijn moeder niet iemand is die gauw dingen weggooit, zal hij over een jaar of twintig een hele middag kunnen mijmeren over de mensen achter elke naam en wat er van hen geworden is.

Soms moet je ziek worden om dat in de gaten te krijgen. Wie elke dag van hot naar haar vliegt, komt met zijn altijd mobiele lichaam alleen nog maar tot rust om te eten, te drinken en slaap bij te tanken. Een gezonde geest in een gezond lichaam, zeiden ze in het oude Griekenland, maar ze vergaten erbij te zeggen dat een geest soms pas weer gezond wordt door een ziek lichaam. In zo’n periode, ooit in mijn leven, kreeg ik allerlei met de hand geschreven ansichtkaarten. Soms zo bibberig geschreven dat ik de kaart in allerlei standen voor mijn ogen moest houden om te kunnen lezen wat er stond. Dat alleen al was een  geestelijke oefening. Ik nam de tijd om aandacht tot me toe te laten en de liefdevolle woorden langzaam tot me te nemen. Op zulke momenten bij mijzelf en bij anderen realiseer ik me dat elk woord ook een bedding moet hebben. En het lijkt geen toeval dat de woorden bed en bedding alles met elkaar te maken hebben. Zoals gesproken woorden een hoorder nodig hebben die uiteindelijk bepaalt wat de waarde is van alles wat gezegd werd, zo hebben geschreven woorden ook een adres nodig. Met enige schaamte beken ik dat de volgeschreven achterkant van ansichtkaarten – soms hebben mensen daar lang op zitten broeden -, door mij soms snel gescand worden en opgeslagen in het geheugen om als ik de persoon tegenkom, hem of haar te bedanken voor de goede wensen of te vragen hoe het nu is gesteld met hem of haar. Gezonde mensen in moderne tijden zijn niet altijd geschikt om zo te communiceren dat er echt een ontmoeting plaats vindt.

In zekere zin is een (hopelijk voorbijgaande) ziekte een remedie tegen de haast waarmee wij zelf woorden rondstrooien en tegelijk van anderen opvangen. Het lijkt op het fast food waar onze eetcultuur  ook al jaren door besmet is geraakt. Voor het verteren van voedsel en voor het verwerken van woorden zijn niet toevallig tijd en ontspanning nodig. Wie zichzelf op deze manier tegenkomt en er, wijzer door geworden van herstelt, kan daarnaast van onschatbare betekenis zijn voor anderen. Dit heet het concept van de ‘wounded healer’. Het is de mens die zijn eigen wonden herkent in de verwonding van een ander en dus ook de trage gang naar herstel kent en de bijkomende hardnekkigheid herkent die dat herstel kan belemmeren. Achteraf zie je de noodzaak van deze omweg in je bestaan. Wat aanvankelijk een hinderlijk obstakel op je levensweg was, bleek bij nader inzien een zegen zonder weerga te zijn. Op zulke momenten gaan woorden, gesproken maar zeker ook geschreven, een hele eigen rol spelen. Het lijkt enigszins op de uitgebreide bijsluiter die tegenwoordig met de verstrekking van een medicijn gepaard gaat. Die bijsluiter is bedoeld om je bewust te maken van wat je twee maal per dag moet slikken van de dokter. Je wordt niet alleen bepaald bij het grote of kleine risico van bijverschijnselen. Je wordt ook bepaald bij het wonder van het medicijn. Niets is vanzelfsprekend. Onze grootouders moesten het zonder penicilline stellen. De Spaanse griep eiste in de jaren 1918-1919 meer doden dan het totale aantal slachtoffers dat omkwam in de Eerste Wereldoorlog. De woorden van de bijsluiter bepalen je daar ook bij. Zoals elk gesproken of vooral geschreven woord bij een ziekte indringender is en nauwer luistert dan in tijden waarin er geen vuiltje aan de lucht schijnt te zijn. In de nood leer je je vrienden kennen. En de woorden te ontdekken die je helpen je bewust te worden van de weg omlaag en van de weg omhoog. Het is wat met het leven. Steeds weer lijkt het zo vanzelfsprekend. En dat is het niet. En dat ontdek je vaak pas door gedwongen te worden je vaart te minderen, door een zeerte, ziekte, aanvaring of ongeluk. En dan blijkt het leven zich in volle glorie aan je voor te doen. Als een bijna gemiste kans. Advent is denk ik dat ook beseffen. Wat verwachtte ik ook alweer maar was ik volkomen vergeten?

Met muziek van Desplat en Lane/Vitarelli. Verder hoorde u muziek van Purcell en de gospel ‘Show us your mercy’. Gelezen werd uit Prediker 9: 11. Het gebed kwam uit de bundel ‘Zeggen en zwijgen, oecumenisch gebedenboek voor alledag’ van Marcel Barnard e.a.

Terug naar overzicht…