Loslaten

Door Aart Mak

De afgelopen twee weken ben ik, als ik even tijd heb, de correcties en andere opmerkingen aan het doornemen die een redacteur maakte bij de tekst van mijn boek. Ik lees mijn eigen teksten opnieuw. Bij sommige gedeelten was ik vergeten dat ik ze geschreven had of in elk geval had ik niet meer de aanpak en de toon paraat in mijn herinnering. Ik lees dan nogal eens wat van mij is als ben ik een ander die de tekst voor het eerst leest. Dat kunnen ouders van kinderen ook hebben. Het kind is door hen zelf verwekt, gebaard en grootgebracht, maar het is een eigen persoonlijkheid geworden naar wie je vol verbazing en ook trots kunt kijken. Dat begint al als ouders hun kroost begeleiden naar hun eerste schooldag. Vertederd staan ze erbij en kijken naar zoon- of dochterlief, schutterig zwaaiend, omdat ze merken dat hun oogappeltje zich al heeft omgekeerd en opgaat in de nieuwe omgeving. Kinderen groeien onder je vandaan. En dat geldt ook voor dat wat je ooit eigenhandig maakte. Vorig jaar hadden we een bevriende aannemer gevraagd een schuurtje annex onderdak tegen de zon in onze tuin te maken. Toen hij er een maand of wat geleden opnieuw even was en zag wat hij een jaar daarvoor gebouwd had, meende ik ook diezelfde, mij bekende verbazing op zijn gezicht te zien. ‘Heb ik dat gemaakt? Dat is waar ook.’ Maar het was niet meer van hem. Het was van ons geworden. Dat zag hij ook, tot zijn tevredenheid.

Bij het opnieuw kijken naar wat ooit van jou was, speelt de tijd altijd een rol. In de zomermaanden ruim ik doorgaans mijn werkkamer op. Dat is pure noodzaak om de weg op die paar vierkante meter niet kwijt te raken.  En zo gebeurde het mij niet lang geleden dat ik weer met een groot plakboek met oude foto’s op schoot zat. Ik keek naar mezelf,  de leden van het gezin waarin ik ben opgegroeid, de huizen waarin ik heb gewoond, enfin naar alles wat ooit mijn wereld uitmaakte. En ik keek als een toerist naar mijzelf. Dat lukt nooit helemaal en duurt ook niet zo lang. Gevoelige herinneringen nemen toch weer de overhand. Ik ga gedachteloos opnieuw in gesprek met mijn ouders. Ik blijf met mijn gedachten haken aan een pijnlijk moment. Maar op zo’n moment ben ik wel dicht bij wat veel mensen altijd hebben gewenst: dat je los van jezelf kunt kijken naar jezelf. En dat doe je om verder door te dringen in het raadsel dat een mens ook soms voor zichzelf is. Waarom ben ik wie ik ben en hoe ben ik zo geworden?

Hierover nadenkend, realiseer ik mij dat niemand de beweging die bij het leven hoort, kan stilzetten. Waar we 24 uur geleden nog zeiden dat het vandaag was, is diezelfde dag nu gisteren geworden. In een verstild, onbeweeglijk universum zouden wij heen en weer kunnen lopen tussen nu en vroeger, tussen de mens die we nu zijn en degene die we ooit waren, maar alles beweegt en wij maken daar zelf deel van uit. Hoewel veel mensen nogal eens verlangen dat alles mag blijven zoals het is, weten ze ook dat dit een onmogelijke wens is. Zelfs wat we opbouwen, in de veronderstelling dat hier niets mis mee is, wordt weer een keer afgebroken, ook dat mooie schuurtje in onze tuin en zeker dat boek dat eind oktober uitkomt en waar over drie jaar niemand meer naar zal vragen. Wat is loslaten dan? Ik noem dat veel gebezigde woord nu maar even. Je moet loslaten, zeggen mensen dan tegen elkaar. Het wordt als goede raad gegeven, ter vertroosting, omdat we zien dat iemand krampachtig vasthoudt aan iemand die er niet meer is of een situatie die niet meer bestaat. Je moet loslaten. Maar hoe doe je dat? Moet een vader of moeder het kind loslaten dat voor het eerst naar school gaat? Moet ik mijn inmiddels ruim 10 en 11 jaar geleden overleden ouders die mij aankijken op de foto’s loslaten?

Wat in liefde is geboren en ontvangen en wat door liefde is gebouwd, kan een mens niet loslaten. Dat hoeft ook niet. Dat zou dwaasheid zijn. Het enige dat een mens moet loslaten is het idee dat iets voor altijd is. Loslaten is het denkbeeld aanvaarden dat altijd alles in beweging is. Alles verandert. Niets is blijvend. Daar valt heus wel mee te leven. Als je de illusie van onveranderlijkheid maar doorziet. De molecuul in ons beweegt. Het heelal beweegt. Wij zijn, lijkt het, in een grote dans verwikkeld en die dans noemen we leven. Dat geldt m.i. ook voor wat we geloof noemen. Wat je dacht dat je wist, blijkt een jaar later door een wolk van twijfel of niet weten omhuld. Wat vroeger werkte, werkt niet meer. Ook hier bestaat geen onbeweeglijke waarheid. Behalve dan het diepe inzicht dat in alle verandering Iemand dezelfde blijft omdat die Iemand zich voortdurend aanpast. Ik ben die ik ben. Je zult het wel merken. En dat hoop ik dan maar, met al mijn heimwee naar wat ooit was en soms opspelende weerstand tegen wat er nu weer aan het veranderen is.

 

Terug naar overzicht…