Angst

Door Ds. Aart Mak

Als jongen droomde ik vaak over de oorlog. Die dromen hadden altijd hetzelfde verloop. Ik liep naar huis, bij school vandaan, en kon dan mijn huis niet meer vinden. De straat was verwoest, er reden tanks over de ruïnes en soldaten met geweren renden schichtig heen en weer. En dan ging ik zoeken waar mijn ouders en broers gebleven waren. Ik zocht en zocht en kon hen maar niet vinden. Op dat moment schrok ik meestal wakker. Later begreep ik dat veel andere kinderen en ook volwassenen zulke verlatingsdromen dromen. Het idee dat je alleen op de wereld komt te staan, geen bekende meer tegenkomt, zit blijkbaar diep in ons ingebakken.

Zo’n droom keert terug in mijn dagelijks bewustzijn als ik tot me door laat dringen dat kinderen in Pakistan echt op zoek zijn naar hun huis en ouders. Of dat talloze gezinnen in China op dit moment uiteengeslagen worden. En je zult maar moeten vluchten voor het vuur in de uitgestrekte vlakten rond Moskou en niet anders kunnen dan echt alles, huis en haard, achter te laten. Het is bekend dat een mens maar een bepaalde hoeveelheid ellende kan verdragen. Op een gegeven ogenblik sluit hij letterlijk of figuurlijk de ogen bij het zien van hartverscheurende ellende. Dat moet wel wil hij niet gek worden van verdriet. Als hij er zelf midden in zit, is het parool: redden wie zich redden kan. Ons instinct om te overleven gaat dan opspelen. Maar ver voordat dat gebeurt, sluipt er al iets anders bij heel veel mensen naar binnen, ook bij mij, en dat is angst. Die angst valt eerst nog nauwelijks op. Hij sluimert nog. Maar in werkelijkheid is hij als een boktor al aan het werk gegaan. De angst knaagt kleine gaatjes in je rust en veilige gevoel en je ontdekt het pas later.

Zo weet ik dat veel mensen, ook ik, een sluimerende angst hebben om kanker te krijgen. Net zoals in de Middeleeuwen toen de pest rondwaarde, lijken we in deze moderne tijd geen idee te hebben waar deze volksziekte nu weer zal toeslaan. Ik weet dat kanker niet meer zo hopeloos ongeneeslijk is als een kwart eeuw geleden. Maar de angst dat het jou of een van de mensen van wie je houdt, ook zal treffen en daarmee je leven op de kop zal zetten, is dat sluimerende gevoel dat velen bij het minste of geringste vreemde pijntje naar de huisarts kan toe jagen met de vraag: ‘Dokter, het is toch wel goed met me?’. En nu moet u even met mij een stap zetten naar een vergelijkbare maar heel anders ogende reden van stille angst bij veel mensen. Dat is de angst om niet alleen je gezondheid maar ook je veilige omgeving kwijt te raken. Met heimwee kunnen oudere mensen spreken over de saaie maar veilige jaren vijftig waar oom agent nog gezag had en je de deur van je huis niet op slot hoefde doen als je even naar de buurtwinkel ging om boodschappen te halen. Nu is veiligheid of liever het gebrek eraan een thema bij alle politieke partijen. Maar, wat veel belangrijker is, de angst voor onherbergzaamheid en verlies van wat je vertrouwd is, is stilaan diep binnengedrongen bij velen van ons.

De euforie bij het vallen van de muur in 1989 en daarmee het einde van de Koude Oorlog, is allang vervangen door grote onzekerheid over wat niet alleen de wereld maar ook ons in dit land te wachten staat. We voelen allemaal aan ons water dat al die welvaart om ons heen en voor een deel ook in ons huis, zomaar voorbij kan gaan. Allerlei tekenen bevestigen ons in dat angstige vermoeden. En nu denk ik dat er één ding in onze samenleving in elk geval niet moet gebeuren. Dat is dat mensen zoals ik zouden doen alsof de mensen in mijn straat die op Wilders stemmen idioten zijn. In mijn vorige column neigde ik met mijn verhaal over Denemarken enigszins daartoe. Ik begrijp namelijk wel die angst voor wat ons als samenleving te wachten staat. Ik zelf ben vertegenwoordiger van een godsdienst die na enorme blunders en achteraf gesproken hartverscheurend onmenselijke standpunten, een beetje bij de tijd is gekomen. Het huidige westerse christendom is menslievend, heeft zo zijn ideeën over wat menswaardig is, maar zal nooit anderen zijn wil opleggen en de grondwet of rechtsstaat omver willen halen, integendeel zelfs, deze beschaving is een uitvloeisel van wat in de bronnen van ons geloof beschreven staat over menselijke waardigheid en rechtvaardigheid.

Dat gezegd zijnde, moet ik vervolgens ook mijn eigen angst noemen voor een terugkeer naar een moraal van lijstraffen, onderdrukking van vrouwen en homo’s, afgedwongen gehoorzaamheid zonder te mogen nadenken, onderdrukkende heilige teksten en blinde verafgoding van gewelddadige leiders. Het probleem is dat de godsdienst die de afgelopen week is begonnen met zijn vastentijd, de ramadan, niet duidelijk weet te maken dat mijn angst ongegrond is. Ik weet uit eigen ervaring dat veel moslims in Nederland net zo vredelievend zijn als ik. Maar ik mis het gesprek, de discussie, de woede vooral over wat de moslimextremisten met hun gewelddadige denkbeelden hun medemensen en ook hun medegelovigen aandoen. Waren die geluiden er wel of in elk geval beter hoorbaar, dan zou dat werkelijk helpen om de problemen waar we allemaal mee te maken hebben, beter onder ogen te zien. We zitten namelijk niet in één maar in verschillende crises tegelijk. Dat raakt ons heel persoonlijk. Het gaat om de zorg voor ouderen en zieken, om de kwaliteit van drinkwater en de productie van wat we eten, om de lucht die wij inademen en of we over een jaar of wat niet allemaal omkomen van de hitte of de watersnood. Het zijn allemaal goede redenen om sluimerende angsten in ons wakker te maken. En daarom is het zo belangrijk dat we nu grote nuchterheid verbinden aan vertrouwen. Dat vertrouwen hoort m.i. bij een geloof dat ontstaan is in tijden dat gelovigen in de arena’s werden vermoord door vertegenwoordigers van een decadent, gewelddadig wereldrijk. Hoe hebben die eerste generaties christenen hun angsten overwonnen en hoe zijn zij in staat geweest de wereld te omarmen? Omdat ze geloofden dat de Heilige Geest de toekomst al aan het voorbereiden was voordat zij er nog maar met hun angst voor het leven van elke dag aan durfden denken? Volgende week verder...

Met muziek van Grieg aan het begin (Holberg Suite) en Rachmaninoff aan het eind (einde 1e deel van zijn 2e pianoconcert). Verder hoorde u filmmuziek van Joseph Vitarelli en gezang 170. Gelezen werd uit Matteüs 24: 4-6. Het gebed kwam uit de bundel ‘Bij gelegenheid (II)’ van Sytze de Vries.

 

Terug naar overzicht…