Dodo

Door Ds. Aart Mak

Sommige dominees kregen het even knap benauwd. In de protestantse Sionskerk van Zwolle wordt vandaag een nieuwe dominee bevestigd en deze dominee doet het gratis. Ruilof van Putten is namelijk bankdirecteur van beroep. Met deze baan verdient hij zijn boterham. Als deeltijddominee zal hij niet betaald worden. Hoeft niet van hem. En dat was nu net voor de kerkenraad van die Sionskerk waar hij al twee jaar stage liep als theologiestudent, meer dan waar ze op durfden hopen. Want ook in Zwolle krimpt de kerk. Ook daar is sprake van leegloop. Zie ook mijn column van vorige week.

Er is dus niets aan de hand. Gewoon iemand die twee dagen dominee zijn per week er gratis bijdoet, omdat hij genoeg verdient met zijn andere baan. De reactie van de Predikantenbond was overtrokken. Sommige collega’s, merkte ik, zagen al voor zich dat hun kerkrentmeesters hun zouden vragen om dit voorbeeld te volgen. In het dagblad Trouw en op internet haalden anderen uit naar de materialistische dominees die een voorbeeld moesten nemen aan deze pro Deo werkende collega. Nu, niemand hoeft zich de komende tijd bezorgd te maken. In de komende tien jaar, als mijn generatie dominees en kerkelijk werkers met pensioen gaat, zal er ook in de krimpende protestantse kerk meer vraag naar betaalde voorgangers zijn dan er aanbod is. Zoveel studenten theologie zijn er de laatste jaren niet. Niet voor niets boog de synode van de PKN zich al meer dan eens over de mogelijkheid dat ook niet-academisch geschoolde theologen volwaardig predikant zouden worden. Terzijde: dit laatste lijkt  in de verte op de vroegere discussie over al dan niet een vrouw op de kansel. Indertijd brak dat pas door toen minder mannen kozen voor het ambt van predikant, waarschijnlijk omdat het niet meer een beroep met status was.

Terug naar Zwolle en de nieuwe dominee Van Putten. Op een dieper niveau wordt hier even zichtbaar wat veel later, over een jaar of vijfentwintig, duidelijk zal worden. Met de leegloop van de grote volkskerken zal ook het ambt van predikant veranderen. De predikant in Nederland was en is een ambtenaar. Hij maakt deel uit van een organisatie waarin hij een duidelijke rol heeft en dat is het voorgaan en begeleiden van een meestal plaatselijke groep gelovigen. De protestantse manier van geloven is altijd vanuit de plaatselijke groep gedacht en dominees worden in feite ook door de locale kerk aangesteld. En een kerk is dan vooral ook een gebouw waar mensen samen komen en daar hoort een dominee bij. Die manier van denken. Ook was en is er geen hoger gezag, zoals bij Rome, dat de dominees als apostelen op reis stuurt of als pionnen op een schaakbord dirigeert naar de plekken waar een geestelijke herder nodig is. Dominees zijn locale geestelijke herders. Dit werd eeuwenlang breed maatschappelijk gedragen. In vroeger tijden waren dominees in opleiding zelfs gevrijwaard van militaire dienstplicht. Dat stamde nog uit de tijd dat de grotendeels christelijke overheid erkende dat geestelijke zorg aan algemeen belang diende. Allemaal overblijfselen van de staatskerk, een tijd en manier van denken die al lang achter ons liggen, net als het vrijwilligersleger en de daarbij horende dienstplicht.

De huidige tijd lijkt ons nog weer verder te voeren van de eeuwen dat de dominee tot de notabelen behoorde. Nu kom je steeds meer parttime dominees tegen. Onze dominee is niet honderd procent, zeggen gemeenteleden dan. Of ik hoor collega’s in Noord-Holland of Groningen, de meeste geseculariseerde provincies van Nederland, zeggen dat ze hun aandacht moeten verdelen over vijf of zelfs wel meer kleine conglomeraties van gelovigen, gegroepeerd rond de oude kerken in het landschap. Deze trend zal zich doorzetten. Maar in dit model denkend, waarin volgens sommigen de wijn steeds meer met water wordt verdund, wordt één vraag vaak niet gesteld. Want men blijft liever doorlopen op de oude paden waarin een geloofsgemeenschap gekoppeld is aan een voorganger en deze zo goed mogelijk moet onderhouden Maar in een maatschappij waarin mensen niet meer hun leven lang op dezelfde plek wonen, zich nauwelijks voor langere tijd met een groep engageren, mondig zijn en zelf de weg weten te vinden, zelfstandig gebruik maken van allerlei medische en geestelijke dienstverlening, betalen voor cursussen en therapieën, op televisie en radio kijken en luisteren naar wat hen aanstaat, ook geestelijk, via internet en de sociale media contacten onderhouden met geestverwanten, naar bioscoop en theater gaan om daar ook geestelijk en cultureel verrijkt te worden, wordt zoals u al begrepen had uit deze lange litanie, de plaatselijke dominee meer en meer een dodo, een vreemde vogel uit voorbije tijden. Nu nog gaat het aanbod vooraf aan de vraag volgens het model: we moeten nu eenmaal een dominee hebben. Over een kwart eeuw of al eerder al zal de vraag het aanbod gaan bepalen. Dan zeggen mensen: we willen trouwen of wat zullen we doen nu onze moeder gestorven is. Of: zullen we met onze vrienden en buren vieren dat we een kind hebben gekregen? Of: ik wil weten wat het christendom is en wat Jezus nou echt zei. of: Ik loop vast in mijn leven en heb het gevoel dat ik mezelf opnieuw moet uitvinden. Dan zou een goede dominee of priester heel goed van pas komen. Ik beweer niet dat er in de toekomst geen geloofsgemeenschappen meer zullen zijn. Die zijn er, want als er twee of drie in Jezus’ naam bijeen komen, u kent dat wel. Maar ik voorzie dat de theologen van de toekomst rondtrekkende of goed bereikbare wijze mannen en vrouwen zullen zijn. Zij verrichten geestelijke hand- en spandiensten en laten zich daarvoor betalen. Misschien dat ze daarnaast ook ander werk doen, dat kan. Maar ik zie wel voor mij dat zij deel uitmaken van een landelijke organisatie die namens hen de PR doet, de tarieven vaststelt en zelfs een beetje regelt wie in welke stad of streek het beste op zijn plaats is. Een soort flying doctors, zeg maar in goed Nederlands: dravende dominees. Ik hoop dan wel dat ze wat subtieler en meer diepgravend zijn dan onze nieuwe onbetaalde dominee in Zwolle die wat traditioneel in zijn denken lijkt te zijn. Niks mis mee, maar er is nu al en in de toekomst nog meer sprake van een nieuwe spiritualiteit waarin oude begrippen die stoelden op een zwaar  godsbeeld gepaard aan een ouderwets beeld van een afhankelijk, zondig mens, niet meer werken. Er is echt veel werk aan de winkel. En die winkel moet niet wachten op vaste klanten, maar naar mensen toe gaan, zien wat zij wensen en nagaan wat voor aanbod daarbij past. Dat werk, dat bedoel ik. Betaald, dat wel, want het mag kwaliteit hebben en moet zelfs volgens de laatste inzichten verantwoord zijn. Zoals het hoort in een moderne maatschappij.

Met muziek van Grieg aan het begin (Holberg Suite) en Rachmaninoff aan het eind (einde 1e deel van zijn 2e pianoconcert). Verder hoorde u een Magnificat en ‘The Lord bless you and keep you’. Gelezen werd uit Handelingen 18: 1-4. Het gebed kwam uit de bundel Bij gelegenheid (II) van Sytze de Vries.

Terug naar overzicht…