Boekhandel

Door Aart Mak

Op de avond dat mijn eigen boek gepresenteerd werd, kreeg ik van mijn bonusdochter het laatste boek van Fik Meijer cadeau. Meijer is een veel schrijvende historicus en hij waagt zich in zijn laatste boek aan een beschrijving van Jezus. Dat deed hij niet alleen met wat de evangelisten over Jezus over hem vertellen, maar ook met wat hem uit de tijd waarin Jezus leefde, bekend was door de Romeins-Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus. Meijer had aan het einde van de vorige eeuw al diens werk samen met een collega netjes uit het Grieks vertaald. Toen ik hoorde dat hij, Fik Meijer dus, zou spreken in de Kennemer boekhandel, lukte het dankzij de voorspraak van Adriana om daar met nog iemand bij aanwezig te zijn. Want het was vol, overvol in die aardige maar toch ook weer niet zo grote boekhandel aan de Kleverparkweg in Haarlem. Ik keek rond en vroeg me af waar al die mensen vandaan kwamen, wie ze waren en wat hen bezielde.

Ik zag enkele bekenden, maar vooral veel mij niet bekende, meestal wat oudere mannen en vrouwen, terwijl ik toch al een tijd in Haarlem woon en een beetje meen te weten wie zich op zondagmorgen in bed of in een kerkbank ophoudt. Mijn indruk was dus dat daar een grotendeels niet-kerkelijk publiek zat te luisteren naar een betoog dat precies een uur duurde waarna Meijer enkele vragen beantwoordde. Ik hoorde dat er niet alleen in Haarlem veel animo was voor dit boek over Jezus. Wat is hier aan de hand? vroeg ik me af. Zaten hier mensen die allang de kerk verlaten hebben maar nog steeds geïntrigeerd zijn als het om Jezus gaat? Zat het sommigen dwars dat ze de hele rimram van wierook, consecratie en bleke boodschappen wel achter zich gelaten hebben maar nog steeds niet begrepen wat voor iemand die Jezus was? Ik zou me dat kunnen voorstellen. Je wilt achteraf de opgelegde mythes van je jeugd ontrafelen. Je wilt begrijpen, net als bijvoorbeeld al die andere dingen waar je als kind zo onder de indruk van was, wat er nu echt aan de hand was en over wie het nu echt ging. Want over Jezus ging het altijd.

Protestanten die de kerk verlaten hebben, gaan vaak nog verder omdat ze er ooit dieper in gedoken zijn. Volgens Fik Meijer hadden de eerste generaties protestanten in de Republiek der Nederlanden drie boeken in huis, de Bijbel, vader Cats en de werken van Flavius Josephus. Het lijkt mij wat overdreven en hooguit toepasselijk voor een kleine elite. Terig naar zijn eigen boek. Ik kan mij voorstellen dat ex-gelovigen van hervormde of gereformeerde huize blij zijn te lezen dat Jezus er in zijn tijd één was te midden veel rondtrekkende rabbijnen en wonderdoeners. En dat alles toch een zaak van menselijke ervaring is en niet van vermeende goddelijke openbaring. Dan is dat, denk aan de laatste boeken van Harry Kuitert, ook weer ontzenuwd: Jezus was een gewoon mens en voor zover je meer over hem wilt zeggen, moet je weten dat wat je meer van hem vindt, een zaak is van geloof. Zo helpt iemand als Fik Meijer, bedacht ik, geëmancipeerde mensen om met terugwerkende kracht het geloof van hun jeugd te ontmantelen en erover te kunnen praten als een dorp waar je opgroeide maar waar niets geheimzinnigs of buitengewoons meer aan is.

Overigens heb ik in mijn leven al heel wat boeken over Jezus gelezen – daar ben je theoloog voor - en ik moet zeggen dat Meijer nauwelijks iets nieuws te melden heeft. De tijden van toen waren ruw, het wemelde in die dagen van grof geweld, de Romeinen waren de bezettende macht, het joodse volk was intern verdeeld en de evangelisten hebben nooit de historische waarheid maar het gelovige verhaal willen schrijven. Daar is allemaal niets nieuws aan. Flavius Josephus, de enige schrijver buiten de bijbel die meer dan één regel wijdt aan Jezus, ‘een wijs man die daden verrichtte die onmogelijk geachte werden’, is een interessante bron. Maar om Jezus beter te begrijpen zul je ook de Joodse bronnen moeten aanboren, denk aan de rabbijnse traditie en de Dode Zee rollen – en omdat hij die nauwelijks aan de orde stelt, is de kritiek van sommigen op zijn boek wel terecht. Maar terug naar die avond in de boekhandel, met al die mensen die gretig luisterden, vragen stelden en ook later met Meijer in gesprek gingen. Duidelijk is dat de rol die de kerk ooit speelde om de vragen en raadsels van dit bestaan te duiden en te hanteren, vrijwel is uitgespeeld. Mensen willen het zelf ontdekken en vooral zelf weten. Samen je hoofd buigen en bidden of zingen om het geheim een naam en daarmee een richting te geven, lijkt voorbij. Dat weet ik niet zeker, ik kan ook niet in de toekomst kijken. Maar ik ben wel blij dat de vraag wie Jezus was en de ooit diep religieuze vraag hoe je hoogstaand en evenwichtig kunt leven, voor heel veel mensen razend actueel zijn. Het is goed voor de beleidsbepalers van de kerk om na de eeuwen van kerkelijke machtsvorming te beseffen dat de kerk nooit een doel op zich was maar altijd niet meer dan een middel. Nu neem ik waar hoe ook een boekhandel zomaar een heilige plaats kan zijn.

Terug naar overzicht…