Schreeuw

Door Ds. Aart Mak

De afgelopen week las ik in mijn krant het volgende begin van een heel artikel, ik citeer nu: ‘Een mooie nazomerdag in 2014, 's ochtends vroeg. Snel even naar het belangrijkste nieuws kijken. 'Marioepol maakt zich op voor invasie', 'Boko Haram neemt stad in', 'Amerikaanse drone schakelt leider Al-Shabaab uit', 'Hevige gevechten Libië', 'Ebola-uitbraak bedreigt voedselproductie West-Afrika'.

Dan moet de avond nog komen, als een filmpje op internet verschijnt waarop een IS-strijder een Amerikaanse journalist onthoofdt.
Wie heeft er deze zomer niet regelmatig gedacht: wat is er in 's hemelsnaam mis met de wereld? Ook al rekenen cijferaars ons voor dat we historisch gezien in een rustige periode leven met relatief weinig oorlogen - zo voelt het helemaal niet. Sterker, het voelt alsof de wereld die ons vertrouwd is opzichtig wankelt. Epidemieën, terroristen, landen in chaos, grootmachten die zich niet aan de regels van het spel houden, vluchtelingenstromen: alles gebeurt, en alles gebeurt tegelijkertijd.’

Goed, einde citaat. Soms schrijft of zegt iemand precies zoals het voelt, in dit geval was het de journaliste Iris Ludeker. Nu is het met gevoel wel zo dat je daarmee ook voorzichtig moet zijn. Zeker als het gaat om de onrust die wordt veroorzaakt door zoveel nieuws tegelijk. En omdat nieuws vaak slecht nieuws is, gaat die onrust al heel gauw over tot grote bezorgdheid en zelfs somberheid over de tijden van tegenwoordig. Er hoeft dan maar iets teleurstellends in je omgeving te gebeuren of je kunt zelfs gaan twijfelen aan de zin van dit bestaan en aan je geloof in God of in de toekomst. En dan, ja dan zie je van zijn levensdagen niet meer hoe aardig en voorkomend mensen ook voor elkaar zijn, hoe vindingrijk en sociaal de meeste kinderen zijn, hoeveel er in de politiek, het verkeer, de handel, de verpleging, de buurthuizen, de verenigingen en de sportclubs gewoon goed gaat. Ieder van ons kan overvallen worden door het idee dat het met de wereld en de mensheid allemaal mis is, maar het is goed je dan ook af te vragen wat je dan verwacht had.

Neem nu de pensioenen. Daar kan ook wat over af gemopperd worden. Kreten als: ‘Blijf van onze ouderen af!’ Henk Krol is weer terug in de Tweede Kamer. Nou ja, de boosheid is niet van de lucht.  Maar sinds de oude Drees (in feite zijn minister Ko Suurhoff) de AOW invoerde, zijn Nederlanders gemiddeld tien jaar ouder geworden. De pensioenleeftijd had dus eigenlijk met tien jaar omhoog moeten gaan, van 65 naar 75 jaar. Dat is niet gebeurd. Mensen krakelen over een verhoging van één jaar, terwijl in de nabije toekomst de leeftijd van 80 jaar een juister criterium zou zijn. We lopen minstens 50 jaar achter de ontwikkelingen aan. Wetenschappers houden ons voor dat de komende generaties gemiddeld 90 of 100 jaar oud worden.
Wat ik hiermee wil zeggen is: het is maar waar je staat en hoe je kijkt. Toen de Berlijnse muur viel en we allemaal vierden dat Europa niet meer verscheurd werd door een ijzeren gordijn, hoopten we stiekem of openlijk dat het nu met de wereld wel goed zou komen. De jaren negentig met alle welvaart werden geïnhaleerd, we overleefden de millenniumbug en toen was daar ineens 9/11, de aanslagen op de Twintowers en het Pentagon, deze week 13 jaar geleden. De door religieus fanatisme gevoede terreur, de suïcidale woede waarmee mensen anderen in hun eigen dood meeslepen, de aanslagen in Madrid en Londen, Bali, Nairobi, Mumbai, op het meisje Malala, de onthoofdingen recent van twee Amerikaanse journalisten. Het was er ineens en het ging niet meer weg; het is schokkend, overweldigend en uiterst onrustbarend.

Maar waren we er dan al? Hadden we al besloten dat we aan het eind van de geschiedenis waren aangeland? Zo althans titelde Francis Fukuyama zijn toen geruchtmakende boek. Maar de laatste dertien jaar wordt duidelijk wat onderhuids aanwezig was in ons en de maatschappijen waar we deel van uitmaken. Het is met de wereldsamenleving net als met een therapie. Achter een vage glimlach blijkt een ongelukkig mens schuil te gaan. Achter stilte dringen soms tranen. En voor je het in de gaten hebt, geef je toe hoe jij je best doet om niet op te vallen en vooral anderen niet te laten zien wat er echt in je leeft. Maar wat er echt in je leeft komt er dus een keer wel uit. En dat proces is ook gaande in wat je voor deze keer dan maar even een wereldsamenleving kunt noemen. De armoede is nog steeds groot. Regeringen in veel landen deugen niet voor het eerste waartoe ze geroepen zijn: de bescherming van hun eigen bevolking. Machtige conglomeraten lobbyen achter de schermen. Maar dit is m.i. alles onderdeel van een proces. Wat er in zat, moet eruit komen. Alles heeft zijn tijd nodig. Wat verzwegen, genegeerd en verdrongen werd, komt een keer met een schreeuw aan het licht. Zo werken die dingen.

Ik ben, al met al, geneigd te zeggen dat we de huidige wereld niet met de begrippen van vroeger mogen benaderen. Sommige problemen lijken huizenhoog en zelfs voor goedlopende democratieën en rechtsstaten haast onoplosbaar. Maar er is ook een ander proces gaande. Dat is een, mede door internet en de doorbraak van het Engels als de universele wereldtaal, breed gedragen gevoel onder de meeste leden van de jonge en oudere generaties dat we het samen moeten doen. Nationalisme en populisme, gewelddadige aanslagen en corrupte regimes lijken de toon aan te geven in het nieuws. Maar de tegenbeweging, de fierheid en solidariteit van mensen die elkaar herkennen over de nationale grenzen heen, is ook aanwezig en ik vermoed zelfs groeiende. Ook het geloof dat tot en met de vorige eeuw zo aan landsgrenzen of speciale groepen gebonden was, is allang over die oude grenzen heen aan het stromen. Je kunt dat meesmuilend als vage spiritualiteit wegzetten, maar ik zou ervoor willen pleiten het als een teken van de Geest te zien.  We krijgen in de gaten dat we nu niet meer eng nationaal en ook niet alleen maar westers maar globaal en universeel de problemen moeten zien en aanpakken. En dat zou voor het eerst in de wereldgeschiedenis zijn, op de enorme krachtsinspanning van de geallieerden in en na de Tweede Wereldoorlog na dan.

Dus: wat is er aan de hand? Veel en veel tegelijk. Veel verschrikkelijks ook. Maar niet alleen. Wij moeten ons vooral niet geestesziek laten maken. Als René Gude, de Denker des Vaderlands, gevraagd wordt wat het betekent als wij geestesziek zijn, antwoordt hij: ‘Dan ben je de draad kwijt, je gedachten gaan met je op de loop. Het is op dat moment niet de wereld die jou paranoia maakt of depressief, maar jouw voorstelling van de wereld.’ Dit is de spijker op zijn kop. Wij moeten ons niet gek laten maken maar onze voorstelling van de wereld bijstellen. En wie weet zien we dan weer hoe het kan. En volgens mij kan dat oude geloof dat zo goed weet heeft van hoe je verkokerd kunt raken in eigen gedachten, daar uitstekende diensten bij bewijzen…

Met muziek van Desplat en Lane/Vitarelli. Verder hoorde u muziek van Rachmaninoff en lied 655: ‘Zingt voor de Heer een nieuw gezang’. Gelezen werd uit 1 Koningen 18: 43-44. Het gebed kwam uit de bundel ‘Zeggen en zwijgen, oecumenisch gebedenboek voor alledag’ van Marcel Barnard e.a.

Terug naar overzicht…