Overzichtelijk

Door Ds. Aart Mak

Dit jaar is het vijftig jaar geleden dat W. G. Van de Hulst stierf. Hij was de man van Jaap Holm en zijn vrienden. En van Peerke en zijn kameraden. En uiteraard van de serie In de Soete Suikerbol. Pas verscheen er nog weer een nieuwe titel van hem, een Boekenweek-geschenk dat nooit is uitgegeven. Deze Van de Hulst heeft zeker twee generaties gereformeerde en hervormde ouders en kinderen met zijn meer dan honderd verhalen beïnvloed. Een van mijn broers kon pas los van hem komen nadat hij met iemand anders een mooi boek over de W.G. van de Hulst school in Utrecht schreef, Van klompen tot nikes. Deze Van de Hulst was een verhalen-verteller pur sang. Hij schreef zoals hij het zou vertellen. Met herhalingen, stiltes die hij bewust liet vallen, wat dik aangezette beschrijvingen van tegenslag en verdriet, ontmoetingen die je voelde aankomen maar die hij maar steeds uitstelde en veel aandacht voor dieren en zieke kleine kinderen. In zijn wereldbeeld was er vooral veiligheid. Ouders hoorden hun kinderen te allen tijde die veiligheid te bieden. En daarbovenuit de onzichtbare maar altijd aanwezige God. De mens was een beetje dom dat hij God soms vergat. Maar er was altijd wel een weg terug, over een wankele plank over een sloot of via een Wegje in het koren. En een goede koster zorgde dat je een fijn en veilig plekje in de kerk kreeg toegewezen.

Ik noem iemand anders. Ook bij hem is het een gedenkjaar. Honderd jaar geleden, op 12 september 1913, werd Jesse Owens geboren. Jesse Owens was die atleet die op de Olympische Spelen in Berlijn – we spreken over het jaar 1936 - de rassentheorie van Adolf Hitler en de zijnen te kijk zette door er met vier gouden medailles in de atletiek vandoor te gaan. Hitler zou hem bewust geen hand hebben gegeven, maar dat is een mythe. Wat veel mensen niet weten is dat president Roosevelt niet met Owens bij diens thuiskomst op de foto wilde. Er kwamen verkiezingen aan en Roosevelt en zijn team vreesden dat het samen met een zwarte atleet op de foto staan stemmen zou kosten, zelfs al was die atleet Jesse Owens. Rond Owens werd trouwens ook een propagandaoorlog uitgevochten. De communisten van toen vonden hem het ideale voorbeeld van de arbeider die de vertegenwoordigers van het kapitaal afblufte. De man die daar allemaal niet om gevraagd had, moest het vervolgens ook nog dulden dat zijn vier medailles, uitgeleend aan het Amerikaanse Olympisch Comité, werden gestolen. Pas in 1960 kreeg hij op voorspraak van het Duits Olympisch Comité, replica’s van zijn gouden medailles in zijn bezit.

Wat is de overeenkomst tussen de Nederlandse onderwijzer en de Amerikaanse atleet? Ze leefden beiden in een overzichtelijke wereld. Dat was de wereld waarin de gelovige uiteindelijk toch goed terecht kwam en de onderdrukte tenslotte winnaar werd. Zowel het kapitalisme met zijn idee dat een krantenjongen miljonair kon worden, als het communisme met zijn visioen dat de verworpenen der aarde moesten ontwaken en ooit met hun lied zouden heersen op aarde, boden een veilig wereldbeeld. Dat is nog wat anders dan de realiteit zelf natuurlijk. Maar achteraf verbaast het me hoe lang mensen in de westerse wereld hebben vastgehouden aan de grote verhalen en daar hun troost in leven en sterven uit hebben geput. Ik formuleer het bewust zo. Deze formulering herinnert aan de taal van de Heidelberger Catechismus, overigens dit jaar ook 450 jaar geleden in druk uitgekomen. Ook het christelijk geloof met zijn verhalen over de verloren zoon die tenslotte thuiskomt en het hemelse Jeruzalem dat neerdaalt uit de hoge, heeft mensen generaties lang geholpen de grillige werkelijkheid van het leven toch als een veilige omgeving te zien. Waarom overkomt mij dit? Antwoord: gelukkig komt het niet van een vreemde - wat mij overkomt, komt uiteindelijk toch niet bij geval, maar uit Gods vaderlijke hand. Zo werkte het in het geloof. Dat was ook de functie van de grote ideologieën. Ook daarin werd gezegd: nu is het wel moeilijk, maar het wordt beter. Alles heeft een reden. Dat wordt wel duidelijk en jij speelt daar een rol in. Grijp daarom je kansen. Of zit niet bij de pakken neer. Zo ongeveer helpen de zogenaamde grote verhalen om mensen het idee te geven dat ze in een overzichtelijke wereld leven.

Het is wel duidelijk dat dit heel wat anders is dan de moderne ‘knip- en plakspiritualiteit’. Ik kwam het bericht tegen in het dagblad Trouw dat een aantal theologen van de Vrije Universiteit aan het woord liet. Deze mensen, André Van der Braak, Manuela Kalsky en ene Edward Schillebeekckx (die was toch al overleden? – zijn honderdste geboortedag herdenken we volgend jaar), zeiden wat mensen die goed opletten, allang weten. Dat is dat gelovigen zwevend zijn geworden. Mensen die religieus zijn, zitten niet meer in een vast en bepaald gebouw en sluiten zich nog nauwelijks aan bij een groep. Zij doen het zelf. En dat betekent dat ze hun geloofsartikelen zelf uitzoeken, als reden ze met een karretje in de supermarkt, een beetje christelijk geloof hier en daar, een flinke snuif Boeddhisme, wat kruidengeneeskunde erbij, Reiki natuurlijk, verhalen over bijna-doodervaringen en allerlei mythen en sagen die wijsheid en verwijzing naar het hogere bevatten. Ik chargeer nu, het gaat mij even om het beeld. Deze eerdergenoemde theologen vinden trouwens dat het tijd wordt dat hun collega’s voortaan niet meer uit hun ivoren kerkelijke toren zeggen hoe het zit of hoort, maar naar buiten gaan en wat verstandigs leren zeggen over al die mensen die zoeken naar zingeving.

Daar ben ik het helemaal mee eens. En Kerk Zonder Grenzen is daar ook al langer dan vandaag intensief mee bezig. Ik vind ook dat theologie en officieel christelijk geloof vaak veel te rationalistisch zijn, boekenwijsheid propageren en mensen nogal eens in moralistische keurslijfjes hijsen. Maar er is ook iets anders aan de hand. Dat is het in de loop van de afgelopen jaren steeds meer gaan ontbreken van een overzichtelijk wereldbeeld. En dat voelen we wel met elkaar. En je kunt dat ontbreken niet alleen maar afreageren op de huidige politici. Waar is dit wat wij meemaken allemaal goed voor? Heeft het enige zin? Hoe redden we het met elkaar, inclusief de zwakke mensen? Toekomst, ja, maar welke dan? Wat ik vooral merk is dat de  wereld in de beleving van velen uiterst onveilig is geworden. En wij missen iets, geloof, een groot alomvattend verhaal, om dat te compenseren. Ik vraag u: zouden begrippen als geloofsmoed en offerbereidheid alleen bij het oude geloof en bij het oude wereldbeeld horen? Als iedereen het voor zichzelf uitzoekt, waarom zou je het dan nog met elkaar delen? Of zijn er allang weer mensen die als Van de Hulst ooit veilige verhalen vertellen? Of zijn er allang weer mensen als Owens die gewoon doen waar ze goed in zijn en anderen tot begeestering brengen?

Met muziek van Desplat en Lane/Vitarelli. Verder hoorde een Magnificat(Vespro della beata Virgine) en gezang 170 uit het oude Liedboek. Gelezen werd uit Hebreeën 11: 32-33 en 39-40. Het gebed kwam uit de bundel ‘Zeggen en zwijgen, oecumenisch gebedenboek voor alledag’ van Marcel Barnard e.a..

 

 

 

 

 

 

 

Terug naar overzicht…