Beschaving

Door Ds. Aart Mak

In Noorwegen zal volgende week zondag een grote, landelijke herdenking plaatsvinden van de slachtoffers van die man, zoals ze Ander Breivik daar noemen. Sinds deze op 22 juli ervoor zorgde dat 77 merendeels jonge mensen het leven lieten, is er in de Noorse samenleving iets heel bijzonders op gang gekomen. Afgezien van het naar het eruit ziet aanvankelijk klungelige optreden van de politie, reageren de Noren onder leiding van koning Harald V en premier Jens Stoltenberg uiterst waardig op wat hen allen diep in de ziel en in het hart van de samenleving heeft getroffen. Met name Stoltenberg wordt niet moe erop te wijzen wat de kernwaarden van de Noorse samenleving zijn: democratie, humaniteit en openheid. Uiteraard is vaak opgemerkt dat Noorwegen een naïef, wat veiligheid betreft zelfs achterlijk land is dat nu ruw de moderne tijd binnengezogen is. Maar leiders als Stoltenberg en vele gewone mensen op straat weigeren op te geven wat zij met zorg en overtuiging hebben opgebouwd aan vertrouwen en sociale bewogenheid en waarmee zij jonge mensen opvoeden.

In Nederland is sinds de gebeurtenissen in Oslo en op het eiland Utoya een heftig en zelfs vinnig debat losgebroken. De aandacht ging merkwaardigerwijs helemaal uit naar Wilders, wiens eenpersoonspartij een aantal keren genoemd werd in het groteske manifest dat de Noorse moordenaar geschreven had. Er werd driftig getwitterd, het werd een woordenstrijd, over en weer klonken beschuldigingen van demagogie. De bewogenheid met het Noorse volk werd overschaduwd door de vraag of de manier van optreden van Wilders niet sommige mensen op het idee kan brengen vergelijkbare inferno’s als in Noorwegen aan te richten. Met andere woorden: vallen woorden als kopvoddentaks, stemvee en haatpaleizen – ik noem er maar enkele – niet onder stemmingmakerij die mensen als Breivik bevestigt in hun boze gedachten over het daadwerkelijk vernietigen van hun denkbeeldige vijand? Dat Nederlandse debat waarin de woorden en verdachtmakingen over en weer vlogen, kreeg de afgelopen week weer een slinger door Corine de Ruiter. Zij, hoogleraar forensische psychologie in Maastricht, schreef in Trouw en lichtte later bij Knevel en van den Brink toe dat wanneer Tbs’ers taal gebruiken zoals Wilders die gebruikt, hun behandeling geïntensiveerd wordt. De Ruiter zei dat er een glijdende schaal is van verbaal geweld naar fysiek geweld en dat mensen die in een Tbs-kliniek opgesloten zijn,  wordt geleerd ook gewelddadige taal te vermijden. Hoewel haar optreden op televisie niet bepaald gelukkig was, was ik verbijsterd door alle boze reacties die loskwamen. Je mag een politicus niet vergelijken met een Tbs’er en je moet hem bovendien juist citeren. Dat was de deels terechte teneur van de kritiek. Maar over wat ze wilde zeggen, namelijk dat fysiek geweld al gezaaid wordt in de woorden die iemand gebruikt, sprak vrijwel niemand.

Zo kijken we hier in Nederland, naar het lijkt, al niet meer op van de meest groffe beledigingen aan het adres van medemensen. Ik weet ook dat de rechter Wilders heeft vrijgesproken. Maar we zijn blijkbaar al gewend geraakt aan een samenleving waarin we elkaar gek maken met kleinerende tweets en vernietigende verbale uithalen. Incidenten waarbij mensen elkaar op straat voor rotte vis uitschelden, zijn aan de orde van de dag. In Groot-Brittannië, waar de klassenverschillen altijd gebleven zijn en waar echt sprake is van achterbuurten – niet te vergelijken met wat we in Nederland achterstandswijken noemen -, braken ongemeen felle rellen uit. Niemand wist en weet waarom. Een ernstig incident waarbij ene Mark Duggan neergeschoten werd, was het begin. Er zijn nauwelijks bevredigende verklaringen. Ook in dat grote land  bestoken rechts en links elkaar met hun vooropgezette meningen. Ook daar vlogen de verwijtende woorden over en weer. Op internet vooral. Elma Drayer van Trouw wees op een website van linkse activisten, Indymedia London, waar iemand vertelde hoe het kruidenierswinkeltje van zijn oom werd leeggeplunderd. Zijn oom werd met de dood bedreigd. Hij kende de daders. En dan schrijft zijn neef: ‘Hij heeft ze nooit zien werken, nooit een bijdrage zien leveren aan de lokale gemeenschap en toch hebben ze BMW’s en Range Rovers.’ Hij is woedend over wat zijn oom overkwam, die overigens ontzet werd door Turkse buurtgenoten. En hij schrijft verder: ‘Ik geef niet de politie, de bankiers of de regering de schuld. Ik geef de hufters de schuld die mijn oom vannacht doodsangsten bezorgden en zijn levenswerk vernietigden.’ Onmiddellijk barstte op die website de verontwaardiging los. Racisme, schreef er een. Niet gepast, vond een ander. Een dag later was het stuk van de site verwijderd...

Ik vrees dat in moderne democratieën zoals Nederland en Groot-Brittannië de tegenstellingen tussen mensen en groepen steeds groter worden. Links en rechts verschillen diepgaand van mening over hoe het verder moet met de maatschappij. Ik noem nu ook de Verenigde Staten waar de uiterst conservatieve Tea Party de Republikeinen gijzelt en daardoor een heel land aan de rand van het normale functioneren brengt. Verschillen van mening horen bij een democratie. Het is zelfs kenmerkend om daarvan uit te gaan en de waarheid of wijsheid in het onderlinge debat te vinden. Maar het smijten met woorden, het steggelen over de vraag of iemand nu wel of niet een fout heeft gemaakt – premier Rutte maakte dus zijn excuses, het om zich heen grijpende populisme waardoor elke politicus bang is zijn stemmers te bruuskeren, het venijnige getwitter van iemand die verder nooit aan welk gesprek ook  met mensen buiten het parlement deelneemt, de alom gedeelde boosheid op de bankiers die weer verder gaan op de oude voet – dit alles bevordert niet de eerbied voor een medemens. Uit het christelijke geloof heb ik begrepen dat de mens naast je, anders van kleur, geloof of afkomst, niet een bijverschijnsel van jouw leven is, maar nu net degene is die jij nodig hebt om te ontdekken wie jij bent en wat jou te doen staat. Je bent niet iemand, je wordt iemand door je te openen voor anderen. Ik hoop al een paar weken dat er meer politici opstaan als Jens Stoltenberg die temidden van alle huidige geweld, onrust en verdachtmakingen, vol vuur blijft pleiten voor openheid en medemenselijkheid.

Met muziek van Grieg aan het begin (Holberg Suite) en Rachmaninoff aan het eind (einde 1e deel van zijn 2e pianoconcert). Verder hoorde u een muziek van Manfredini en het lied ‘Recht en vrede’, gezongen door Anthem. Gelezen werd uit 1 Tessalonicenzen 5: 14-15. Het gebed kwam uit de bundel Bij gelegenheid (II) van Sytze de Vries.

Terug naar overzicht…