Ontvrienden

Door Ds. Aart Mak

Terwijl we aan het begin van de 21e eeuw bij het noemen van de naam Zeeland denken aan de zogenaamd atheïstische dominee Klaas Hendrikse, was diezelfde provincie Zeeland aan het begin van de 17e eeuw de oorsprong van iets heel anders. Toen begon daar wat men later ging noemen de Nadere Reformatie. Dat was een soort opwekkings-beweging die leer en leven weer dichter bij elkaar moest brengen. De heiliging van het huiselijk en maatschappelijk leven vormt het belangrijkste kenmerk van de Nadere Reformatie. Men keerde zich in deze kring fel tegen alles wat met die vroomheid strijdig heette: dans, komedie, mode, kermis, carnaval en andere volksvermaken, zo die er nog waren. Een strenge zondagsviering leek de beste waarborg tegen zulke uitspattingen. Maar bij het kerkbezoek zaten bekeerd en onbekeerd door elkaar. Dat werd allengs als minder heilzaam beschouwd en dus ging men huisoefeningen doen of conventikels van enkele ‘ware gelovigen’ oprichten. Daar zong, daar bad of luisterde men naar de broeder of zuster wie de Geest het ingaf een goed woord te spreken.

Er ontstond in die kringen gaandeweg een eigen taal. Bijzondere woorden werden nodig om de eigen religieuze ervaringen en gemoedstoestanden uit te drukken. Dit eigenaardige jargon werd al gauw als de ‘tale Kanaäns’ aangeduid. De uitdrukking is ontleend aan Jesaja 19: 18 waar staat: ‘Te dien dage zullen er vijf steden in Egypteland zijn, sprekende de spraak van Kanaän, en zwerende den Heere der heerscharen.’ Toen kwamen woorden op als ontworden, nietheid, zoen- en zoutverbond, bijzondere vergelijkingen, allegorieën rond plaatsnamen en allerlei verkleinwoorden. Het was allemaal van een zelfde schoonheid of lelijkheid zo u wilt als het huidige woord ‘ontvrienden’. Die bevindelijke taal die ooit in Zeeland begon, is in elk geval toch net wat anders dan de ‘tale Kanaäns’ waarvan een commentator de afgelopen week signaleerde dat zij aan het verdwijnen is uit de politiek. De voorbeelden die werden gegeven duiden eerder op een typisch gereformeerde manier om het leven te duiden aan de hand van Bijbelteksten zonder dat daar nu zoveel gevoel bijkomt. Het is eerder grappig. Zo werd het prachtige voorbeeld gegeven van twee anti-revolutionairen van de jaren ’70, Biesheuvel en Roolvink, die elkaar niet konden luchten of zien. Tot ze elkaar vonden in de keuze voor de VVD, daarin binnen hun fractie alleen stonden en vanaf die dag als een Herodes en Pilatus vrienden werden. In die fractie van met de Bijbel opgegroeide gereformeerden hoefde men maar ‘Lucas 23: 12’ te zeggen, of men wist waar het over ging. Dat gold uiteraard niet voor de Rooms-katholieken in het latere CDA. Premier Ruud Lubbers deed wel zijn best trouwens en zo vergeleek hij op een congres in 1982 zijn afscheid nemende rivaal Dries van Agt met de altijd bedrijvige Martha en zichzelf met de luisterende Maria. Waarop een van de gereformeerden direct een briefje liet rondgaan met de opmerking dat Fons Van der Stee dan ongetwijfeld Lazarus was. Dat zijn aardige grappen en wie Maarten ’t Hart wel eens leest, weet hoe sommigen het vroeger zelfs bestonden om met elkaar alleen via het noemen van Bijbelteksten te communiceren. Het is echter niet de werkelijke ‘tale Kanaäns’, hoogop een spelen met Bijbelteksten.

Hoe dat allemaal zij, intussen hebben de Rooms-katholieke bisschoppen van Nederland wel weer hun best gedaan om veel mensen van zich te ontvrienden, pardon vervreemden. De oerkatholieke derdewereld beweging Solidaridad moet het voortaan zonder de bisschoppelijke zegen stellen. De bisschoppen willen meer controle op de uitgave van de gelden en naar verluidt vinden ze de steun aan kerken belangrijker dan de steun aan armen. Er is in hun ogen dan ook genoeg te doen op het terrein van de moraal, denk aan hiv, voorbehoedmiddelen, abortus en de positie van de vrouw. De kerkelijke moraal gaat in de ogen van de kerkelijke leiding voor boven de altijd dringende vraag om mensen allereerst het leven mogelijk te maken. Daarvoor waren en zijn de Adventsactie en de deze week beginnende Vastenactie bedoeld. Deze ontvriending beschouw ik als een teken des tijds. Het is wat je met een meer vertrouwd woord ook restauratie kunt noemen. De kerk van het tweede Vaticaans Concilie bestaat niet meer. Dat was de kerk die zich opende voor de wereld en de taal ging spreken, ook letterlijk, van de mensen op straat. De kerk van nu trekt zich weer terug op haar eigen erf, wat dat ook moge zijn.

Het bijzondere is dat tegelijkertijd in de protestantse kerk in Nederland men geen aanleiding ziet voor een stevig gesprek met de eerdergenoemde Klaas Hendrikse. Het lukt in die kerk niet meer om iets duidelijk te maken over wat geloof nu eigenlijk is. Ieder mag het zelf zeggen. Er zijn wel belijdenisgeschriften maar het gaat vooral om het hedendaagse belijden. Er zijn geen tijdloze waarheden, zeggen collega’s van mij (Jan Offringa). En dat betekent dat iedereen alles mag zeggen over het geloof. God hoeft niet te bestaan, als er maar iets gebeurt, zeg maar even snel samengevat. Nu moet u mij goed begrijpen: ik ben het daarmee grotendeels eens. Ik houd van een kerk die mensen, vrouwen en mannen, serieus neemt en hen vrij laat hun eigen taal te gebruiken en hun eigen weg te volgen, mits zij maar in gesprek willen blijven met de christelijke traditie en in elk geval Jezus als een Godswonder willen blijven zien. Ik zeg het nu maar op mijn manier. Maar ik vrees tegelijk dat deze opvatting thuishoort bij de stuiptrekkingen van een mondig geworden generatie die binnen afzienbare tijd niets meer heeft met de kerk. De kerk is namelijk onderhevig aan de sociologische wet dat je verdwijnt als je niet duidelijk bent. Dat hebben de bisschoppen goed begrepen. En ook de huidige paus en ook allerlei zogenaamde bijbelgetrouwe en streng gelovige kerken. Een PKN die zich uitput in vaagheden is niet aantrekkelijk. Ik kan dat wel betreuren, maar de geschiedenis laat al langer zien dat remonstranten en talloze andere vrijzinnige christelijke stromingen verdwijnen uit het geestelijke landschap. Vrijdenkers en vrijzinnigen gaan altijd voorbij. Het zal niet lang meer duren dat het christendom om te overleven en aantrekkelijk voor buitenstaanders te zijn, weer net zo stoer wordt als de Islam in allerlei landen in de wereld. En om stoer te zijn moet je de rijen sluiten, geen meningsverschillen hebben en vooral een en dezelfde taal spreken. Dat vindt u een vorm van ontvrienden? Nee hoor, let maar op, daarmee maak je juist vrienden...

Met muziek van Grieg aan het begin (Holberg Suite) en Rachmaninoff aan het eind (einde 1e deel van zijn 2e pianoconcert). Verder hoorde Cees Verschoor die met Hans Boetje een werk van Bozza speelde en Dirk Out die improviseerde op gezang 178 uit het Liedboek. Gelezen werd uit Jacobus 4: 8-10.

Terug naar overzicht…